De dierentuinman (2)

De dierentuinman! Hoe goed deed het de dierentuinman om weer een stap in de dierentuin te zetten. Het kon natuurlijk verbeelding zijn, maar de dierentuinman had het gevoel dat met de trillingen die zijn eerste voetstappen voorbij de ingang overal om hem heen de dieren wat onrustiger begonnen te worden, opgewonden om de komst van de dierentuinman.

Her en der werd er onrustig gesnoven, neuzen werden opge heven, oren gespitst. Alleen het kauwen werd niet onderbroken.
Nog een voetstap.
De luiere dieren sloegen loom een oog op, behalve de wolf dan, want die slaapt altijd met een oog open - de boevenslaap zoals het volk van de dierentuinman dat placht te noemen. En over ogen gesproken: opvallend hoe onnozel de meeste dieren uit hun ogen kijken. Volgens de dierentuinman had alleen de lama iets van intelligentie in de ogen.
De dierentuinman keek op.
Nu wisten de slingerapen het zeker: dat was de dierentuinman in hoogsteigen persoon die na een week afwezigheid weer hun domein betrad! Ongecontroleerd slingerend, begonnen ze hun prachtig gejoel dat in spiralen door de hemel weerklonk.
Nu hadden de andere dieren het ook in de gaten. De zebra’s lieten dat afschuwelijk gebalk horen, vogels van allerlei veren en soorten begonnen te fladderen en geluiden uit te stoten. Pinguïns doken in het water en zwommen hun mooiste slag. IJsberen liepen als gekken heen en weer. Tijgers en leeuwen brulden. Olifanten trompetterden.
De hele dierentuin werd een gekkenhuis.
De dierentuinman komt! De dierentuinman is terug! Steeds luider en extatischer.
De dierentuinman voelde zich hieronder niet echt op zijn gemak. Hij sloeg de kraag van zijn jas op en probeerde onopvallend door te lopen, schichtig rollend met zijn ogen. Af en toe siste hij dit of dat dier toe - rustig, rustig, koest - maar het mocht niet baten.
De toezichters van de dierentuin kwamen uit hun verblijfplaats gerend. Welke kolder had de dieren nu weer in zijn greep? Er werd druk heen en weer gelopen, tegen elkaar opgebotst.
De dierentuinman nam zijn beste schutkleuren aan. In een kameleontische gang van boomstam naar tralies werd hij onzichtbaar voor de opzichters, maar niet onruikbaar voor de scherpe neus van de dieren.
Hij probeerde de dieren tot rust te manen. Maar hun vreugde was ontembaar.
Gevlekt met de gevlekten, gerimpeld met de gerimpelden zette hij een snel lichamelijk begroetingsritueel in en merkte te laat - hij was bij de olifanten aangekomen - dat een grote injectienaald met rustgevende middelen in de handen van de opzichters flitste voor wie hij onzichtbaar was.