Santos Maza met op de achtergrond de druivenakkers van Defrusa in Piura. De geitenboerderij bevindt zich nu op privé-terrein en is alleen te bereiken met toestemming van het fruitbedrijf

‘Zo hoog als die foto.’ Ana Maria Paz wijst naar een fotolijstje boven de eettafel. Het is een doordeweekse ochtend en achter een gordijn, liggend op bed, volgt zoon Rony zijn leraar op een smartphone. Later op de dag krijgt zijn zus Yanira de telefoon voor haar lessen. Ze wonen in Santa Rosa, een boerendorpje in het noorden van Peru omringd door akkers en palmbomen. Ana Maria krijgt het moeilijk als ze terugblikt op de overstroming die vier jaar geleden haar dorp trof. Haar ogen schieten vol. ‘Zo hoog kwam het water.’

Na weken intense regenbuien staat eind maart 2017 de rivier Piura op het punt uit haar voegen te barsten en Santa Rosa ligt precies in de gevarenzone. Uit angst voor een doorbraak heeft Ana Maria al meerdere nachten niet geslapen. Uit de luidsprekers in het dorp klinkt een alarm en ook op televisie wordt opgeroepen tot evacuatie, maar Ana Maria en haar echtgenoot durven het huis en hun dieren nog niet aan hun lot over te laten. Dan, in een dorp verderop, begeeft een oever het. Een gewelddadige modderstroom nadert Santa Rosa.

Ouders bij de hand, de kinderen op de rug, ze kunnen nog net een zak rijst meepakken. Ze waden door het water en al snel worden de stromingen donker en ruig ‘als een stormachtige zee’. Van alles komt voorbij, van bomen tot koeien. De ernst van de situatie begint tot Ana Maria door te dringen. ‘De rest van het dorp moet ook maken dat ze wegkomt’, roept ze naar haar man Jaime – hij keert direct om. Ana Maria blijft op hem wachten, met de kinderen en haar ouders. Het water blijft stijgen, maar Jaime komt niet meer terug.

De opeenvolgende overstromingen in 2017 maken uiteindelijk honderdduizenden Peruanen dakloos en eisen 138 levens. Het is de zoveelste keer dat extreem weer Peru treft – het land is door zijn geografie en economie zeer kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering.

Het leefgebied van tienduizenden inheemse boeren in het district Catacaos wordt in toenemende mate onbewoonbaar en daarom verlaten steeds meer mensen hun geboortegrond en starten in het oosten, op veilige afstand van de rivier, nederzettingen die langzaamaan uitgroeien tot nieuwe dorpen. De volksverhuizing gebeurt in schokken, telkens na een hevige overstroming, en duurt meerdere decennia. Maar terwijl de bevolking probeert te ontkomen aan het terugkerende natuurgeweld, krijgt ze in het oosten te maken met een andere vijand.

Industriële landbouwbedrijven hebben hun pijlen gericht op hetzelfde land waar de ontheemde boeren zich vestigen. Ze beroven ons, zeggen de boeren. De bedrijven verwijten juist de boeren van diefstal. Opmerkelijk genoeg speelt Rabobank in het conflict een sleutelrol, blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer. Met een lening van twaalf miljoen dollar aan fruitbedrijf Fegurri is de boerenleenbank de grootste financier in het conflictgebied.

De straatarme boerenbevolking is nauwelijks opgewassen tegen de kapitaalkrachtige bedrijven. De ondernemingen bestoken de inheemse bevolking voortdurend met intimiderende juridische procedures. ‘Criminalisering van mensenrechtenverdedigers’, concludeert de speciaal rapporteur mensenrechten van de Verenigde Naties. Als boeren tijdens protesten worden beschoten, ontkennen de bedrijven elke betrokkenheid. Nu, meer dan tien jaar na de komst van de landbouwbedrijven, vormen ze een splijtzwam in de lokale gemeenschap. Sommige boeren blijven protesteren, terwijl anderen zich neerleggen bij het verlies van de duizenden hectares die ooit aan hen toebehoorden.

Het water blijft stijgen, maar Ana Maria, haar kinderen en haar ouders zijn voorlopig veilig. In pick-ups van het leger rijden ze naar hoger gelegen land, waar ze aankomen als het donker is. De mannen, waaronder haar echtgenoot, zijn in het dorp achtergebleven om het vee en hun laatste bezittingen te beschermen. Vanaf de daken van de hoogste huizen kijken ze toe hoe het water hun dieren een voor een meeneemt. Ze overleven, al duurt het voor sommigen van hen acht dagen voordat ze van de daken worden gered.

Nuevo Santa Rosa en de druivenakkers van fruitbedrijf Pura Fruit Company (voorheen Agrícola Santa Regina) in Piura, Peru

Het leger brengt de getroffen boeren naar het zogenoemde ‘bosque seco’, een tropisch ‘droogbos’ ter grootte van Nederland, enkele kilometers ten oosten van de rivier. De snelweg Panamericana markeert de grens waar de groene, akkerrijke boerenstreek overgaat in woestijnachtige zandduinen. De strook langs de Panamericana werd de afgelopen twintig jaar een vluchthaven voor boeren dicht bij de rivier.

Een van hen is geitenhouder Santos Maza. Op een muilezel sjokt hij door het droogbos, op korte afstand van zijn kudde. Hij is vroeg opgestaan om het heetste deel van de dag te vermijden en begeleidt de geiten door de zandduinen naar zijn huis, waar ze water kunnen drinken. De dieren grazen aan de struiken en bomen die in het droogbos staan verspreid. De meesten kennen de weg naar huis. Wanneer een lam de kudde kwijtraakt helpt hij het dier in de goede richting.

Maza verhuisde in 1998 naar het gebied achter de Panamericana nadat een overstroming zijn dorp verwoestte. Destijds was er slechts wildernis, nu hebben ze bestrating en elektriciteit en komt stromend water door een buis uit de grond. Dieper in het veld heeft hij een stukje grond met een omheining voor zijn geiten, wat varkens en een hut om de nacht door te brengen.

Een hek snijdt door het open landschap. ‘We bevinden ons nu op privé-eigendom’, waarschuwt Maza. Voorbij het hek gaat het droogbos over in een egale zandvlakte waar geen boom of struik meer te bekennen is. Daarachter: felgroene velden tot aan de horizon. ‘Dat zijn de akkers van Defrusa’, zegt Santos. ‘Een druivenexporteur.’ Hij draait een kwartslag en wijst naar een andere groene waas, nog verder weg. ‘Daar zit Fegurri. En daar, achter die zandberg: nog een exporteur: Santa Regina. De dieven van ons land.’

De bedrijven zijn de nieuwe eigenaren van het droogbos en ook van het land waar de nieuwe dorpen zich op bevinden. Ze zeggen hun grond wettig verkregen te hebben en op papier lijkt dat ook te kloppen. Omdat het Peruaanse kadaster sinds begin vorig jaar ingescande eigendomsgegevens van elk perceel online aanbiedt, konden we met behulp van historische satellietbeelden, reconstrueren hoe het natuurgebied in een paar jaar transformeerde in een hoogproductief landbouwgebied.

Boerderijen van de inheemse bevolking in Nuevo Santa Rosa

Twaalf percelen van enkele honderden tot bijna tweeduizend hectare verschijnen tussen 2004 en 2006 het eerst in de Peruaanse archiefkasten. Sommigen daarvan verwisselen in de jaren enkele keren van eigenaar, maar op de satellietbeelden valt daar nog niks van te zien. Maar dan, in januari 2012, betaalt het bedrijf Asociación Civil San Juan Bautista het eerste serieuze bedrag voor een stuk land in het conflictgebied: ruim twee miljoen dollar voor bijna negentienhonderd hectare. Kaarsrechte lijnen verschijnen in het droogbos – tot dan toe een onbebouwde zandvlakte met hier en daar bomen, struiken en wat kronkelige wandelpaden. Vier jaar later zal ditzelfde bedrijf in een documentaire van Al Jazeera worden beschuldigd van landroof en moord op de inheemse bevolking elders in Peru.

De kans is klein dat de boeren hun land terugkrijgen. ‘De zaak is zeer complex en politie, OM en de rechterlijke macht tonen tekenen van corruptie’

In september 2015 koopt Inversiones San José het perceel over, maar nu voor ruim drie miljoen dollar. Vanuit de ruimte kleurt het droogbos daarna voor het eerst egaal groen, ergens tussen september 2015 en juni 2016. Een zwarte vlek met een diameter van zo’n tweehonderd meter markeert het bassin waarin ondergronds water is opgeslagen.

In 2017 koopt druivenbedrijf Fegurri voor 1,3 miljoen dollar het naastgelegen perceel, waar bijna zevenhonderd hectare aan bos verdwijnt. Een derde perceel van 220 hectare koopt tuinbouwbedrijf Defrusa een jaar later voor bijna drie miljoen dollar. Sindsdien tonen de satellietbeelden de oogstcyclus van de witte druiven, bestemd voor landen als Nederland, de Verenigde Staten en Zuid-Korea.

Hoe hebben de boeren van Catacaos ongemerkt een gebied ter grootte van de gemeente Arnhem kunnen kwijtraken? Een deel van de verklaring schuilt in het Peruaanse systeem voor landbezit dat juist rekening houdt met boerengemeenschappen zoals die van Catacaos. De soms eeuwenoude gemeenschappen zijn volgens de wet gezamenlijk eigenaar van de grond en kunnen deze beschikbaar stellen aan haar leden, bijvoorbeeld als iemand een nieuw gezin sticht. Tijdens een algemene ledenvergadering moet men dan instemmen met de toewijzing. Er is geen sprake van verkoop; de gemeenschap blijft altijd eigenaar van het land.

Volgens een reconstructie van Peruaans onderzoeksjournalistiek platform Wayka heeft er op 18 december 1998 in ieder geval op papier een dergelijke ledenvergadering plaatsgevonden. Er wordt ingestemd met de overdracht van in totaal 9985 hectare droogbos aan honderd ongehuwde mannen. Vier jaar later dragen deze honderd mannen allemaal hun land kosteloos over aan het bedrijf Pampa Loma Vega en vanaf 2004 splitst het bedrijf de grond in de twaalf percelen.

Over deze officiële lezing bestaan twijfels, ontdekte Wayka. De ex-president van de boerengemeenschap verklaarde namelijk in 2014 dat de desbetreffende ledenvergadering nooit heeft plaatsgevonden. Ook ontkent hij de bijna tienduizend hectare te hebben ingeschreven in het kadaster – de handtekeningen zijn volgens hem vervalst. Sommige namen op het contract zouden zelfs zijn van overleden mensen.

De vrouw en moeder van Santos Maza in hun woonkamer

Desondanks is de kans klein dat de boeren hun land zullen terugkrijgen, laat een woordvoerder van de Peruaanse coördinator mensenrechtenbescherming weten. ‘De zaak is zeer complex en zowel de politie, het Openbaar Ministerie als de rechterlijke macht tonen tekenen van corruptie. Het gevolg is dat het onderzoek naar deze bedrijven en de legitimiteit van de transacties niet vooruitkomt.’

Het droogbos van Piura is niet zonder meer geschikt voor de fruitteelt. Daarvoor moet je eerst de begroeiing machinaal verwijderen, de grond egaliseren, diepe putten slaan en een hoogspanningsnet en geavanceerd irrigatiesysteem aanleggen. Wie is bereid landbouwbedrijven het geld te lenen voor deze kostbare investeringen? Buitenlandse financiers met kennis van landbouw, blijkt uit de gegevens van het kadaster. Zoals de Chileense tak van het fruitbedrijf Dole, die in 2015 een lening aan fruitexporteur Agrícola Santa Regina verstrekt voor de aanleg van een druivenakker.

De volgende naam die opduikt in het nieuw ontdekte fruitwalhalla komt uit Nederland. Op 25 mei 2018 verstrekt de Coöperatieve Rabobank U.A. een lening van maximaal twaalf miljoen dollar (10,8 miljoen euro) aan druivenbedrijf Fegurri voor een akker van honderd hectare in het noordelijke deel van het conflictgebied. Met deze lening is Rabobank tot op de dag van vandaag de grootste financier van het stuk droogbos.

Op de website verklaart Rabobank de rechten te respecteren van ‘inheemse volkeren, kwetsbare groepen en betrokken stakeholders’. Volgens de bank valt daaronder ‘het respecteren van legitieme land(gebruiks)rechten en het recht op vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming van de betrokken stakeholders over veranderingen in het grondbezit of grondgebruik’.

Het is ‘onwaarschijnlijk’ dat dit uit het boekenonderzoek van Rabobank bij Fegurri is gebleken, reageert Cees van Dam, hoogleraar international business en mensenrechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Dit conflict had Rabobank zonder meer moeten onderzoeken. De bank had redelijke aanwijzingen moeten hebben dat de grond een legitieme herkomst had. En in een land als Peru betekent dat niet alleen formeel, maar ook in de praktijk: besloten de vorige eigenaren in vrijheid het land over te dragen, op basis van de juiste informatie en tegen de juiste prijs? Zo niet, dan draagt Rabobank bij aan mensenrechtenschendingen.’

De boeren van Catacaos zien eind 2011 vol verbazing hoe vreemdelingen kilometers prikkeldraad in het van oudsher gemeenschappelijke land plaatsen, precies in het gebied waar de ontheemde bevolking zich vestigt. Op een ochtend in december gaan ze verhaal halen bij de hekkenbouwers. Ze trekken door de duinen, gewapend met stokken en machetes. Volgens Peruaanse media worden ze opgewacht door onbekende figuren met capuchons ver over hun hoofd getrokken. Ze openen het vuur met pistolen. Eén kogel raakt een boer recht in zijn borst. Hij overlijdt nog voordat hij een arts kan zien. Vier anderen raken gewond.

De familie Maza in de slaapkamer van Santos Maza tijdens een virtuele hoorzitting. Linksachter Santos’ zoon Percy, rechts broer Felix, de beschuldigden na een aangifte van druivenbedrijf Agricola Santa Regina. De zoon en broer van Santos Maza (rechtsvoor) worden uiteindelijk veroordeeld tot vier jaar cel, ‘zonder enig tastbaar bewijs’

Deze moord heeft nooit tot juridische vervolging geleid, vertelt weduwe Fiorella Imán Zapata, die achterbleef met twee jonge kinderen. Ze deed aangifte, maar het leidde niet tot gerechtigheid. Haar advocaat werd beroofd van alle stukken toen hij onderweg was naar de zitting, zo vertelde hij haar. De aangifte mislukte. Later bleek hij op dat moment niet gekwalificeerd te zijn als advocaat.

‘Pleit u schuldig of onschuldig?’ De familie Maza kijkt op vrijdagochtend 27 augustus 2021 zwijgend naar het computerscherm. Op de rand van het bed zitten Santos’ zoon Percy en broer Felix, de beschuldigden, in een virtuele hoorzitting na een aangifte van druivenbedrijf Agricola Santa Regina. ‘U moet zich realiseren’, zegt rechter Colmenares Urupeque voor de tweede keer, ‘dat een schuldbekentenis negen jaar gevangenisstraf betekent.’ Het is de bedoeling dat ze de camera aanzetten en zich onschuldig verklaren – maar ze geven geen kik. Dan worden ze gebeld door de adviseur van de Peruaanse mensenrechtenorganisatie die de zitting volgt vanuit de hoofdstad. Pas na zijn toestemming durven ze op het camera-icoon te klikken. Ze positioneren zich voor de camera en vouwen hun handen over elkaar. ‘Onschuldig, mevrouw de rechter. Onschuldig.’

De oom en neef worden beschuldigd van landroof, vandalisme en een gewapende overval. Maar waar ze precies voor terechtstaan, of wanneer de vergrijpen zouden hebben plaatsgevonden, is onduidelijk, zegt hun adviseur. Vanwege angst voor de landbouwbedrijven blijft hij liever anoniem. ‘De bedrijven bestoken de boeren met aangiftes’, vertelt hij. ‘Geitenhouder Santos Maza zag er zo al twaalf voorbij komen, maar tot een veroordeling kwam het tot nu toe nooit. Meestal door een gebrek aan bewijs.’ In het afgelopen half jaar seponeerde de rechter twee rechtszaken. Een derde, tegen negen boeren, verjaarde na bijna tien jaar – het Peruaanse rechtssysteem is berucht om zijn stroperigheid. Gedurende bijna tien jaar hingen astronomische schadevergoedingen en jarenlange gevangenisstraf boven de hoofden van de boeren. De zoon en broer van Santos Maza worden uiteindelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar omgezet naar een werkstraf, laat de adviseur een paar maanden later weten. ‘Zonder enig tastbaar bewijs. Nu is het wachten tot we in hoger beroep kunnen.’

Peru staat volgens een rapport van Rabobank uit 2019 in de top tien ‘meest aantrekkelijke landen voor internationale expansie’

De mensenrechtenorganisatie probeert de boeren kosteloos te helpen aan een eerlijke toegang tot het rechtssysteem. Begin 2020 ontving de organisatie Michel Forst, de speciaal rapporteur mensenrechtenbescherming van de Verenigde Naties, in Catacaos. Samen betraden ze het erf van een boerin dat sinds enkele jaren omringd is door industriële akkers. Om haar huis te bereiken moest de VN-afvaardiging zich eerst melden bij de hoofdingang van het fruitbedrijf.

In het officiële verslag beschouwt Forst de vele aangiftes van de bedrijven als het ‘criminaliseren’ van mensenrechtenverdedigers. ‘Velen hebben met hun bescheiden economische achtergrond niet de middelen om lange juridische gevechten aan te gaan.’ Omgekeerd blijft het geweld en de moorden op de lokale bevolking ongestraft, merkt hij op.

Het verzet van de boeren is in de afgelopen tien jaar afgezwakt. Waar de boeren van Catacaos in eerste instantie nog gezamenlijk ten strijde trokken zijn er nu, na de dodelijke slachtoffers en juridische procedures, nog maar een paar honderd protesterende boeren over. ‘Ze proberen van ons boeren slaven te maken’, zegt de president van de verzetsgroep Cruz Blanca, waar de familie Maza lid van is. ‘Maar dat laten we nooit gebeuren. Wij zijn niemands slaaf.’

Door de duinen van Catacaos trekt een groep witte pakken – ze hebben wat weg van astronauten op een zanderige planeet. De imkers lopen door het droogbos op weg naar hun bijenkasten die tussen de bomen en struiken staan verspreid. Mujeres Emprendedoras, een vereniging van 25 vrouwen, verkoopt bijenhoning aan buren of op de lokale markt. Zelf drinken ze het in de warme melk na een dag in het veld. Voor hen verschaffen het bos en de bijen een welkome bijdrage aan hun inkomen.

‘De bijen leven van de bloemen in het droogbos, maar door de komst van de fruitbedrijven en hun monocultuur vinden ze steeds minder nectar’, zegt een van de imkers. Ook treffen de vrouwen steeds vaker dode bijen op de bodem van de kast – ze vermoeden door de insecticide die de industriële bedrijven gebruiken.

Nuevo Santa Rosa, het nieuwe huis van Carlos Paz. Na een deal met de ‘eigenaar’ van de grond moet elk terrein van 300m2 in een grid gebouwd worden. Protesterende boeren zijn niet blij met de deal

De verminderde opbrengst is volgens de imkers een direct gevolg van de komst van de fruitexporteurs. Nu en dan treffen ze tijdens hun tocht prikkeldraad, waar ze geoefend tussendoor kruipen. Ze voelen zich niet meer veilig in het veld, zeggen de vrouwen. Vroeger sliepen ze er regelmatig. Tegenwoordig durven ze dat niet meer.

Vanaf een duin kijkt Carlos Paz uit over de druivenakkers van Pura Fruit Company (voorheen Agrícola Santa Regina), die direct achter zijn huis liggen. Waar zijn zus Ana Maria na de overstroming van 2017 haar huis in Santa Rosa opknapte en terugkeerde, verhuisde Paz definitief naar de nederzetting bij de snelweg. Ze doopten het tot Nuevo Santa Rosa. In het dorp hoor je de hoogspanningskabels van het landbouwbedrijf zoemen. Zelf hebben de boeren nog geen elektriciteit.

Tot vorig jaar zat Paz in de dorpsraad van Nuevo Santa Rosa, waar hij zich bezighield met de crisishulp na de overstroming. Het landconflict vormde een obstakel: omdat het jonge dorp zich bevindt op de grond van bouwbedrijf Keheda, een van de nieuwe eigenaren van het land, kan de Peruaanse overheid de ontheemde boeren niet helpen aan elektriciteit, water of riolering. Paz ging in gesprek met het bedrijf en het ministerie van Wonen om hier wat aan te doen.

Ze kwamen in 2019 tot een akkoord. Keheda verkoopt aan elk gezin voor een symbolisch bedrag een terrein van driehonderd vierkante meter, genoeg ruimte voor een huis en wat vee. Het ministerie financiert bakstenen huizen en zorgt voor de noodzakelijke infrastructuur, vertelt Paz. ‘Op deze manier kunnen we onze manier van leven voortzetten en krijgen onze kinderen een waardige toekomst.’

Niet iedereen is blij met de deal. ‘Het legitimeert de diefstal van de bedrijven’, zegt zus Ana Maria. ‘Waarom zouden we ons eigen land moeten terugkopen?’ Ook protesterende boeren zoals de familie Maza zijn niet blij met de pragmatische aanpak van Carlos Paz. De afspraak geldt overigens voor tachtig hectare van het land en niet voor de rest van de tienduizend hectare.

‘Misschien vergis ik me inderdaad’, reageert Paz op de kritiek. En ook hij vindt in de eerste plaats dat de boeren de inheemse grond nooit hadden mogen kwijtraken. ‘Maar ik heb lang genoeg de weg van het verzet geprobeerd. Die liep dood: iedereen hield de deur dicht. Ik heb al op alle mogelijke deuren geklopt.’

De boerengemeenschap van Catacaos raakt bekneld tussen twee manifestaties van het mondialisme. Omgaan met de gevolgen van klimaatverandering is al een opgave op zich: het extreme weer veroorzaakte een humanitaire crisis en zonder steun van de overheid organiseerde de bevolking haar eigen volksverhuizing. Maar tegen de industriële bedrijven, gesteund door internationale financiers zoals de Rabobank, zijn de boeren amper opgewassen.

Waar in Nederland de ruimte schaars is, heeft Peru nog genoeg potentiële landbouwgrond beschikbaar. De milieuregels die de Nederlandse landbouwsector soms in de weg staan kent men daar niet. Het Zuid-Amerikaanse land staat dan ook volgens een rapport van Rabobank uit 2019 in de top tien ‘meest aantrekkelijke landen voor internationale expansie’. Vergeleken met buurland Brazilië, waar Rabobank sinds 1989 actief is, heeft de bank in Peru nog maar een beperkt aantal leningen verstrekt. Wel verdubbelde ze haar Peruaanse portfolio tussen 2017 en 2018 naar vierhonderd miljoen dollar en opende ze drie jaar geleden het eerste kantoor in hoofdstad Lima.

Zelf erkent Rabobank de risico’s van zakendoen in lage-inkomenslanden. Ze ziet zichzelf als ‘internationaal een toonaangevende financier in de voedsel- en landbouwsector’, een sector die volgens de bank ‘risico’s met zich meebrengt, waaronder landconflicten, niet-wenselijke arbeidsverhoudingen en gevaarlijke werkomstandigheden’.

In een reactie laat Rabobank weten dat ze een strikt beleid voert op mensenrechten: ‘Dit laat geen enkele ruimte voor landroof.’ ‘Elke financiering die de bank aangaat wordt getoetst op dit beleid, door Rabobank zelf of in gevallen door onafhankelijke externe juridische bureaus in regio’s waar specifieke kennis vereist is. Een financiering gaat slechts door als er geen vraagtekens ten aanzien van het beleid gevonden zijn.’ Ook als na het verstrekken van de lening ‘rode vlaggen’ aan het licht komen, ‘zal Rabobank daarnaar handelen’. De bank zegt vanuit privacy-oogpunt niet te in te kunnen gaan op individuele gevallen, dus ook niet op de boeren van Catacaos.

De zon staat hoog aan de hemel. Luis Alberto Ynga zit op het houten plateau van een tot vrachtvoertuig omgebouwde motorfiets. Hij behoort tot de jongere generatie boeren en studeert naast zijn werk als boer voor elektricien. Zijn droom? Een goed renderend bedrijf met genoeg financiële zekerheid om een lening bij de bank aan te gaan. En bovenal: een goed bestaan voor zijn kinderen later.

We rijden door zijn oude dorp Chato Grande, de plek bij de rivier die hij na de overstroming van 1998 achterliet. De boeren bouwden er een uitgebreid netwerk van irrigatiekanalen voor de talloze akkers in de zone rondom de rivier. Nog maar een vijfde van de oorspronkelijke bevolking woont er nog, de rest vertrok naar het droogbos. Hier en daar herstellen kleine groepen mannen huizen, maar op de meeste plekken blijft de schade permanent. ‘We hoeven geen landeigenaren te worden’, zegt Ynga. ‘In handen van de gemeenschap is het prima, zo gaat het al honderden jaren goed.’

Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl) en het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited