Donna Tartt, De kleine vriend

De dionysische chaos in ons

Net als in haar debuutroman ‹De verborgen geschiedenis› schrijft Donna Tartt ook in ‹De kleine vriend› over het leven dat aan onze zogenaamde geciviliseerde blik wordt onttrokken.

Wat moet een familie doen als ze door een calamiteit — moord op een kind — zo erg is aangeslagen dat verder leven een onmogelijke opgave lijkt? In haar langverwachte tweede roman, De kleine vriend, geeft Donna Tartt niet alleen een beeld van zo’n familie, ze creëert ook een twaalfjarige heldin, Harriet Cleve-Dufresnes, die bijna twaalf jaar na dato vastberaden op zoek gaat naar de nog steeds onbekende moordenaar van haar broertje Robin. Zo heeft ze een doel in haar leventje in Alexandria, Mississippi, een bestaan dat dreigt te versplinteren omdat het gezin uit elkaar is gevallen en overleeft in een huishouden van Jan Steen.

De raadselachtige moord op de negenjarige Robin, halverwege de jaren zestig op een moederdag, blijft taboe als de familieleden elkaar telkens weer familieverhalen vertellen, «en dat was opmerkelijk, want door die familiegesprekken kregen de Cleves greep op de wereld». Na de dood van de roodharige Robin, eerst gewurgd en daarna met een stuk vezelkabel aan een laaghangende tak van de tupeloboom in hun tuin opgehangen, is geen vertelling opgewassen tegen het familie verdriet.

Op Harriet na is ieder gezinslid «afwezig». De moeder vlucht in verlammend schuldbesef en vergeet moeder te zijn. Haar verdriet is een voortdurend verwijt. De vader is vertrokken naar Nashville, Tennessee voor meer vertier en verdringing; hij stuurt keurig geld. Dochter Allison lijkt een slome slaapwandelaarster zonder geheugen. De zwarte huishoudster Ida, die een hongerloon krijgt voor haar arbeid, belichaamt de regelmaat en de huiselijke rituelen. Maar ook zij is geen blijvend bindmiddel voor het gehavende gezin. Uitgerekend Ida, met haar vooroordelen over «white trash» (blank uitschot), zet speurneus Harriet op het verkeerde been als zij vast besloten achter de eerste de beste verdachte aan gaat.

De kleine vriend is geen detective, een whodunnit of een whydunnit. Ik zou deze spannende vertelling een psychologische thriller willen noemen, evenals Tartts debuut De verborgen geschiedenis. Het hoofd van Harriet zit, net als dat van Flauberts madame Bovary, vol verhalen die haar blik een tik geven: Oliver Twist, Schateiland, Alice in Wonderland, Winnie de Poeh, Ivanhoe, Het jungleboek en haar helden Alexander de Grote, Jeanne d’Arc, de ongelukkige Zuidpoolreiziger Scott en «de meester van het onmogelijke Harry Houdini» kleuren haar werkelijkheidsbeleving.

Eerlijk gezegd verschilt deze roman veel minder van haar debuut dan Donna Tartt in interviews suggereert. Ook De verborgen geschiedenis is een meesterlijk uitdijende vertelling over de esthetiek van het geweld, de irrationele aantrekkingskracht van ongeremd, niet door een moraal gecodeerd gedrag. Beide romans vragen zich af waaruit «de last van het zelf» (De verborgen geschiedenis) kan bestaan en concentreren zich op de botsing van het rationele of beredeneerde («feiten» in kranten, «concrete» aanwijzingen) met het irrationale of onberedeneerde (de sterke verhalen die van het bestaan een slangenkuil kunnen maken).

De kleine vriend weet weergaloos het broeierige Diepe Zuiden van de Verenigde Staten op te roepen, een samenleving vol sluimerend racisme, reactionaire rednecks, hillbilly- mentaliteit en white trash-rancune. Zelfs de Dufresnes-kant van de familie krijgt ervan langs: «Ze lazen geen boeken, hun moppen waren plat, in hun manieren en vooroordelen waren ze krap een generatie verwijderd van achterlijke boeren.» Niemand lijkt te kunnen ontsnappen aan primitieve wraakgevoelens en intuïtieve vergeldingsdrang. Ook Harriet niet. Ze is beeldig noch lief, maar wel pienter. Vanwege haar priemend starende ogen wordt ze «de kleine scherpschutter» genoemd. Haar sluike haar, dat op een Chinees kapsel lijkt, is kraaizwart, haar huid motbleek.

Harriets jacht op de vermeende moordenaar Danny Ratcliff is gebaseerd op een betreurenswaardige vergissing. Danny was een vriendje van Robin, niet zijn vijand. Als Ida hem niet had weggejaagd op die rampzalige moederdag, dan zou Robin misschien niet vermoord zijn. Danny is lid van een kleurrijke familiebende die een abonnement heeft op de gevangenis. De oudste broer Farish is Vietnam-veteraan, ex-gedetineerde en ex-psychiatrisch patiënt en wordt voorgesteld als eenogige duivel. Dit paranoïde brein achter de familiebende houdt zich in een schuur achter de Ratcliff-wooncaravan bezig met de productie van amfetamine. De chemicaliën voor zijn drugs lab, in de bossen rond Alexandria, krijgt hij omdat hij ook hertenkoppen en baarzen opzet voor de plaatselijke bevolking. In een verlaten watertoren heeft hij een partij speed verborgen voor betere tijden. En het is die water toren die een cruciale rol gaat spelen in de ontknoping van De kleine vriend, waarbij meer leden van de verslaafde, geschifte of religieus-fanatieke Ratliff-clan een rol spelen.

Thomas van Aquino tekent voor een van de motto’s van De kleine vriend (het andere is van Houdini). Het betreft een beknopte samenvatting van Farish’ kennis over de kern van de dingen en van zijn sloopneiging: «En toch is de geringste kennis over de hoogste dingen te verkiezen boven de betrouwbaarste kennis over de geringste dingen.» Bijna iedereen in De kleine vriend lijkt zich te verliezen in fixatie op details, vertekenende miniwaarnemingen, leugentjes en andere verstoringen van De Werkelijkheid.

Ondertussen heeft meesterverteller Tartt de draadjes stevig in handen en houdt zij het overzicht in deze achterafvertelling — waarin een echte ontknoping wel achterwege moet blijven! Met een scheef oog naar De verborgen geschiedenis is het ook zo te zeggen: op ordelijke apollinische wijze wordt de dionysische chaos in ons allen zichtbaar gemaakt, smakelijk opgedist en meeslepend verteld, met oog voor bijzonderheden. Ogenschijnlijk getuigen De verborgen geschiedenis en De kleine vriend van een obsessie voor gewelddadige actie, maar tussen de regels door zijn het de duistere, dierlijke drijfveren die het menselijk handelen beheersen en die van de één een dader en van de ander een slachtoffer maken. Soms verbergen dader en slachtoffer zich in één persoon omdat goed en kwaad zich in één ziel hebben genesteld en vervloeien.

De twee romans van Donna Tartt gaan over het leven dat aan onze zogenaamde geciviliseerde blik wordt onttrokken, dankzij de kunst van de sublimatie, het geheugenverlies, de ontkenning, de leugen, verdringing, verterend verlies, de maskerade, vooroordeel of racisme.

Hoe zwak een mens kan zijn, hoe sterk een mens kan zijn; daar gaat Tartts tweede roman over. De kleine vriend is een verontrustend én een bevrijdend boek.

Donna Tartt

De kleine vriend

Vertaald door Christien Jonkheer, Barbara de Lange en Babet Mossel

Uitg. De Bezige Bij, 600 blz., € 27,50