De diplomatie van de bosnische slagvelden

Hoewel voormalig Joegoslavie de laatste weken van de voorpagina werd verdrongen door de koningsdrama’s van Korfoe en Orlando, is de oorlogsdreiging op de Balkan niet geweken. De wapenstilstand in Bosnie die op 10 juni werd overeengekomen, was niet meer dan een godsvrede. De Bosnische regering en de leiders van de Bosnische Serviers weigeren om aan vredesbesprekingen deel te nemen. Journalisten en VN- waarnemers melden dat alle partijen zich voorbereiden op een nieuwe militaire confrontatie in de herfst.

Intussen hoopt de conflictstof zich op tussen Servie en Macedonie, Macedonie en Griekenland, Griekenland en Albanie, en Albanie en Servie.
Diplomaten in Geneve en New York zijn uiterst somber over de vooruitzichten voor een alomvattende vredesregeling, die door de zogenaamde Contactgroep van Russen, Amerikanen, Fransen, Engelsen en Duitsers wordt ontworpen. De definitieve versie zal waarschijnlijk worden vastgesteld op de G7-top van 8 juli in Napels, in de marge van dringende besprekingen over werkloosheid, handelsperikelen, hulp aan Rusland en de kelderende dollar. Vrede op de Balkan heeft immers geen prioriteit.
Het voorlopige ontwerp gaat bovendien uit van een ‘kantonisering’ van Bosnie en is daarmee het zoveelste plan dat de praktijk van etnische zuivering bevestigt. Het zal door de revanchisten in alle kampen als een provocatie worden opgevat. De VN-troepen die de grenzen tussen de kantons moeten markeren, zullen de etnische zuivering van die kantons in elk geval niet kunnen voorkomen. Niemand weet bovendien hoe een regeling waarbij Kroaten en Bosniers 51 procent van Bosnie krijgen toegewezen, dwingend kan worden opgelegd aan de Serviers, die 70 procent in handen hebben.
Slechts van een front voorlopig geen nieuws en dus goed nieuws: het Bosnisch- Kroatische front. Deze relatieve vrede is te danken aan twee akkoorden (1 en 18 maart) waarin de Bosnische Kroaten en de regeringen van Kroatie en Bosnie zich bereid verklaarden tot de vorming van een federatie. Belangrijkste element vormt de wederzijdse erkenning van minderheidsrechten die de terugkeer van vluchtelingen mogelijk maakt.
Het is veelbetekenend dat de akkoorden tot stand kwamen toen de Kroaten de oorlog tegen het Bosnische regeringsleger dreigden te verliezen. Begin 1993 openden de Kroaten een front in Bosnie om te profiteren van een eventuele opdeling van het land, maar ze verloren die strijd en president Tudzjman zag zich gedwongen om de oorlogshitsers terzijde te schuiven en vrede te sluiten. Eenzelfde ontwikkeling zou zich nu kunnen voordoen aan het Bosnisch-Servische front. Door wapenleveranties uit onder meer Kroatie, Iran en Saoedi-Arabie is het Bosnische leger naar eigen zeggen in staat een 'bevrijdingsoorlog’ te voeren tegen de Servische extremisten. Als de Servische president Milosevic onder Russische druk zijn eigen extremisten laat vallen, is wellicht een toetreding van de Bosnische Serviers tot de federatie af te dwingen.
Het is een geringe kans op vrede, maar het is de enige. Zoals de Bosnische diplomaat Mohamed Sacirbey dezer dagen blijft herhalen: 'We spannen ons niet in voor een militaire overwinning, maar we hebben geleerd dat succesvolle operaties op het slagveld de beste diplomatie zijn.’