De dissident

TIJDENS EEN BRIEFING van de kamercommissie Financiën over de komende bijeenkomst van de Euro-11 meldde minister Zalm onlangs dat hij een aan de officiële vergadering voorafgaande ontmoeting met zijn Duitse collega Lafontaine, tussen zeven en acht uur ‘s ochtends op diens hotelkamer, toch maar niet door liet gaan. Dat begrepen de parlementariërs best, want de twee schatbewaarders zullen de komende tijd nog vaak tegenover elkaar komen te staan.

Tot voor enkele maanden zagen monetaristen en neo-liberalen in de EU de toekomst van Euroland met vertrouwen tegemoet. Het was dan wel niet gelukt om die onbetrouwbare Zuid-Europese landen van deelname aan de euro uit te sluiten, maar er was wel degelijk een aantal belangrijke verworvenheden binnengehaald. Zo is geen enkele centrale bank in de wereld zo sterk van politieke beïnvloeding afgeschermd als de Europese Centrale Bank (ECB). Dankzij het Verdrag van Maastricht kan de heilige oorlog tegen inflatie onder geen beding worden stopgezet. Bovendien is in het op instigatie van de Duitse ex-minister van Financiën Waigel afgesloten Stabiliteitspact vastgelegd dat de lidstaten verder moeten bezuinigen om hun financieringstekort in de richting van nul procent terug te dringen, op straffe van forse boetes. En tot slot wordt met de dag duidelijker dat met de introductie van de gemeenschappelijke munt de voor ondernemers zo heilzame concurrentie zal toenemen om welk land de soepelste milieunormen heeft, welk land de goedkoopste welvaartsstaat is en welk land de laagste belastingtarieven aan investeerders te bieden heeft.
In een paar maanden tijd is de discussie over het economisch beleid in Euroland echter flink veranderd. De ontwikkeling van de wereldeconomie biedt daarvoor één verklaring. Ook de officiële prognoses gaan er nu vanuit dat de groei in de EU de komende jaren zal afnemen nu bijna de helft van de wereldeconomie met een recessie kampt. Daarmee ligt de vraag op tafel hoe de EU er voor denkt te gaan zorgen dat de toch al veel te hoge werkloosheid niet nog verder omhoog gaat. Maar ook politiek is de EU niet meer wat zij geweest is. Kohl is weg, en sinds de SPD en De Groenen in Duitsland regeren en de PDS is toegetreden tot de Italiaanse regering, zijn de politieke verhoudingen naar links verschoven. Het paarse kabinet is opeens een van de meest behoudende regeringen in de door sociaal-democraten gedomineerde Europese Unie, en sinds de Duitse verkiezingen is de Nederlandse minister van Financiën ineens een van de weinige onvoorwaardelijke steunpilaren van de Europese Centrale Bank (ECB). In discussies met zijn huidige Europese collega’s moet Zalm zich soms in de verkeerde film wanen, want aan alle kanten proberen linksige regeringen te morrelen aan verdragen en gemaakte afspraken.
SOCIAAL-DEMOCRATISCHE partijen in Duitsland, Frankrijk en andere Europese landen hebben hun kiezers beloofd er voor te zullen zorgen dat de Europese integratie niet ophoudt met de gemeenschappelijke markt en de euro. Democratie, milieubeleid, en vooral ook werkgelegenheid en sociaal beleid zouden aan de beurt moeten komen als de euro er eenmaal is. Nu de introductie van die munt aanstaande is, in dertien van de vijftien EU-lidstaten sociaal-democraten in de regering zitten, en economisch moeilijker tijden voor de EU zich aandienen, is het moment gekomen om die belofte gestand te doen. Maar daarvoor moet er wel wat veranderen in de EU, want voor liberalen is Europa na de introductie van de euro wel zo ongeveer klaar. Met name de nieuwe Duitse minister van Financiën Lafontaine roert zich duchtig met voorstellen en onorthodoxe suggesties, en hij is dan ook de grote boosdoener in de pers. The Sun, de grootste Britse tabloid, noemde Lafontaine op haar voorpagina ‘de gevaarlijkste man van Europa’. En de internationale topeconoom Rudi Dornbusch schreef in The Wall Street Journal dat Lafontaine 'een man uit het verleden is’, die de afgelopen twintig jaar niet heeft meegemaakt.
De fysicus Lafontaine publiceerde eerder dit jaar met econome Christa Müller, tevens zijn echtgenote, het boek Keine Angst vor der Globalisierung: Wohlstand und Arbeit für alle. Dat is geen handboek voor fundamentele veranderingen van het kapitalisme, want ondernemers moeten blijven ondernemen, de internationale vrijhandel moet gestimuleerd worden, en meer markt en een sterkere staat horen samen te gaan. Maar Lafontaine en Müller zetten zich wel scherp af tegen kernelementen van het economisch beleid van de afgelopen twintig jaar. Zo argumenteren zij dat het een vergissing is te denken dat wat goed is voor een onderneming niet slecht kan zijn voor een land. Zij laten zien dat het economisch gevaarlijke onzin is om alle kaarten te zetten op steeds meer exporteren, en daar - in alle landen - de lonen voor te matigen. Lafontaine en Müller weerspreken tevens de mythe dat lagere belastingen voor ondernemingen tot meer investeringen en arbeidsplaatsen leiden, en zij documenteren dat het voor economische groei belangrijker is de binnenlandse vraag met hogere lonen te stimuleren dan de productiekosten verder te verlagen of de winsten nog meer te verhogen. Vloeken in de neo-liberale kerk dus, en de negatieve reacties van ondernemers, eurocraten en mainstream-economen bleven dan ook niet uit.
VOOR HET EERST sinds jaren gaat de discussie over de economische koers van de EU eindelijk weer eens ergens over. Gesteund door sociaal-democratische politici uit de meeste andere EU-lidstaten behalve Nederland, pleiten Lafontaine en de Franse premier Jospin voor het actief stimuleren van de groei in Euroland. Dat is niet alleen nodig om de meer dan twintig miljoen werklozen in de EU perspectief te kunnen bieden, maar ook om te verhinderen dat de EU de wereldwijde recessie nog verder verergert door zelf ook in een economische crisis terecht te komen. Maar gealarmeerd door dit soort ideeën gaven de Franse en Duitse ondernemersorganisaties Medef en BDI vorige week zelfs een hoogst ongebruikelijke gezamenlijke verklaring uit: 'Elk beleid dat erop gericht is de economische activiteit te stimuleren is ondubbelzinnig in strijd met de eisen die het Stabiliteitspact stelt.’
Bezuinigen is doel op zich geworden in de EU, en een rationale discussie over de sociale en economische gevolgen wordt al jaren niet meer gevoerd in de besluitvormende gremia van de EU. Voorspelbare boze reacties daarom ook op een suggestie van de Italiaanse minister van Schatkist Ciampi om de groei te stimuleren. Gesteund door Europees Commissaris Monti pleitte hij voorzichtig voor flexibiliteit bij het toepassen van het Stabiliteitspact, door toe te staan dat overheden hun financieringstekort tot boven de maximaal toegestane drie procent mogen laten oplopen om de investeringen op te voeren. 'Europees stabiliteitspact wankelt onder Keynesiaanse plannen’, kopte NRC Handelsblad dramatisch. Zie je wel dat die Italianen niet te vertrouwen zijn, zal Zalm gedacht hebben: ze zijn nog niet toegelaten tot de euro of ze gaan al morrelen aan de bezuinigingsafspraken.
Maar de groei in de EU kan op nog een andere manier gestimuleerd worden, weet Lafontaine. Tijdens de verkiezingen schaarde hij zich achter de stevige looneis van zes procent van de Duitse metaalvakbond, en in de geest van zijn boek pleit hij nu voor koopkrachtvergroting door de lonen in heel Europa te verhogen. Slaat dat ergens op? Absoluut, want de EU als geheel is een vrijwel gesloten economie met een groot handelsoverschot, en de winsten in Euroland zijn de afgelopen decennia enorm gestegen. Om te voorkomen dat de vakbonden in Euroland zich tegen elkaar laten uitspelen, pleit Lafontaine tevens voor contintentwijde looneisen en Europese coördinatie tussen vakbonden als het gaat om onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden. Daar hadden de vakbonden in Europa al veel eerder mee moeten beginnen, maar de ondernemersorganisaties zien niet graag een einde komen aan het voor hen voordelige verdeel- en heersbeleid en ergeren zich groen en geel aan dit soort suggesties. Vanuit dezelfde vrees voor schadelijke beleidsconcurrentie tussen EU-lidstaten wil de Duitse regering bovendien ook de coördinatie van fiscaal beleid binnen de Unie boven aan de agenda voor het komende halfjaar plaatsen. Daarbij wordt om te beginnen gedacht aan een afspraak waarbij geen enkele lidstaat meer onder een minimumtarief van dertig procent voor de winstbelasting gaat zitten. De ondernemersorganisaties in Europa zullen blij zijn met de Britse minister Brown, want die heeft gedreigd dat Engeland zulke voorstellen met een veto zal treffen. In ons land keerde de voorzitter van het VNO-NCW zich nog onlangs tegen elke fiscale coördinatie, omdat daar alleen maar 'gemiddeld of slecht beleid’ van kan komen. Blankert riep de Nederlandse regering juist op de fiscale concurrentie met andere EU-lidstaten voortvarender aan te gaan.
En alsof het allemaal nog niet genoeg was kwam de afgelopen weken ook de Europese Centrale Bank nog eens onder vuur te liggen. Ook deze autocratische instelling kan de groei in Europa een extra impuls geven, door de rente fors te verlagen. Diverse Europese politici pleiten daar openlijk voor, maar Duisenberg en de zijnen voelen zich niet geroepen. Volgens de monetaristische geloofsartikelen leidt verruiming van de geldhoeveelheid uitsluitend en alleen tot hogere inflatie, en zal de economische groei vanzelf aantrekken als de inflatie maar laag genoeg is. Met de bekende arrogantie van centrale bankiers verklaarde Duisenberg majestueus er op zich geen probleem mee te hebben als politici uitspraken doen over het monetaire beleid. Maar op grond van de eigen verantwoordelijkheid van de centrale bank liet hij er tevens geen misverstand over bestaan dat niemand moet denken dat centrale bankiers zich daar ook maar iets aan gelegen laten liggen. Ook de slimme poging van Lafontaine om via de wisselkoers van de euro indirect greep te krijgen op het rentebeleid van de ECB is inmiddels kaltgestellt. Nadat Duisenberg, FED-president Greenspan en Bundesbank-president Tietmeyer zich eendrachtig keerden tegen voorstellen om de wisselkoers van de euro ten opzichte van de dollar binnen een beperkte bandbreedte te houden, is ook dat idee voorlopig afgeserveerd.
NEDERLAND IS ER DE afgelopen tijd niet populairder op geworden in Europa. Met de ongekend brede steun van de totale Kamer behalve GroenLinks strijdt Zalm sinds enkele maanden op Thatcheriaanse wijze voor het verminderen van de Nederlandse afdrachten aan de EU met 1,3 miljard gulden. 'I want my money back’, roepen Nederlandse ministers en staatssecretarissen in elke Europese financiële discussie, en Zalm kapittelde openlijk een aantal Nederlandse Europarlementariërs die 'het nationale belang’ in Europa onvoldoende zouden behartigen. Op papier zijn alle partijen en politici erg voor Europa, maar die verbale internationalistische gezindheid mag vooral geen geld kosten. Jarenlang betaalde de rest van de EU geld aan ons land, maar nu die rollen sinds kort omgekeerd zijn, kloppen de regels opeens niet meer en moeten de Europese uitgaven nodig omlaag. Oost-Europese landen die zich bij de EU willen aansluiten moeten straks wel aan alle verdragsteksten voldoen, maar krijgen nog geen fractie van de voor hun ontwikkeling en een begin van milieubeleid benodigde gelden. En de armste regio’s binnen de EU, met immense sociale problemen en een groot deel van de bevolking werkloos thuis, moeten voortaan hun eigen boontjes maar zien te doppen.
Problemen genoeg dus voor Zalm, die tot overmaat van ramp nu ook nog eens geconfronteerd wordt met dissidente voorstellen van Europese sociaal-democraten. Wat een nachtmerrie. Als afgerond beschouwde discussies over het voortgaande bezuinigingsbeleid, de onafhankelijkheid van de ECB, de heilzame werking van beleidsconcurrentie en van marktwerking, en de onvoorwaardelijke prioriteit bij inflatiebestrijding zijn weer opengebroken. En ongegeneerd wordt zelfs gemorreld aan letter en geest van Europese verdragen. Op dit moment lijkt Lafontaine in te binden, en zijn post-electorale Europese offensief heeft nog niets concreets opgeleverd. Maar gezien de economische situatie en de bij een deel van het linkse en groene electoraat in Europa gewekte verwachtingen zijn nieuwe pogingen om Euroland een socialer aanzien te geven te verwachten.
In The Financial Times hebben wakkere commentatoren daarom al herhaaldelijk geschreven dat in het uiterste geval het Verdrag van Maastricht zal moeten worden opengebroken. Zo'n vaart loopt het helaas nog niet, maar van de gedachte alleen al krijgen Zalm en Duisenberg acuut huiduitslag. De hardheid van de euro, de onafhankelijkheid en taakstelling van de ECB, en meer algemeen het neo-liberale karakter van de EU blijken geen vanzelfsprekendheid, maar moeten actief verdedigd worden tegen door ontevreden Europeanen op pad gestuurde linkse politici. Dat valt niet mee zonder Kohl en Waigel, ook al steunt PvdA'er Kok zijn VVD-minister Zalm door dik en dun.