De dissidenten van cuba

De wereld wacht op de definitieve instorting van het regime van Fidel Castro in Cuba. De Cubanen waarschijnlijk ook. De economische en sociale situatie op het eiland begint rampzalige vormen aan te nemen: honger, epidemieen en armoede. De sociale voorzieningen zijn na het wegvallen van de hulp uit Oost-Europa afgebrokkeld. Medicijnen zijn alleen nog maar verkrijgbaar op de zwarte markt, evenals dagelijkse levensbenodigdheden als voedsel en kleding. Daarmee verdwijnt ook de klassieke legitimatie van Castro: ‘Kijk naar de landen om ons heen en vergelijk de kwaliteit van het bestaan met die van ons.’

De oude leider maakt met de dag een meer pathetische indruk. Maar tegelijkertijd was de revolutie op Cuba niet geimporteerd, zoals op veel plekken in Oost-Europa. En de Cubaanse revolutie dateert van nog niet zo lang geleden - mensen herinneren zich nog dat de situatie van voor Castro’s machtsovername niet zo fantastisch was. De massademonstratie ten faveure van de oude leider was ongetwijfeld geregisseerd, maar de mate waarin mensen zich laten regisseren, inclusief de harde of zachte dwang, is uiteindelijk ook beperkt.
Onder de Cubaanse oppositie woedt wel degelijk een heftige discussie over de toekomst. Dat het zo langzamerhand tijd wordt dat de grote leider verdwijnt, daarover is iedereen het wel eens. Maar daarna? De broer van Fidel staat niet bepaald bekend als een groot democraat (welke opperbevelhebber van een leger wel?), en of een Cubaanse regering onder zijn leiding iets anders te bieden heeft dan geperfectioneerde repressie is maar helemaal de vraag.
Grote delen van de Cubaanse oppositie pleiten voor een geleidelijke overgang naar democratische verhoudingen; ze willen ronde- tafelgesprekken over de economie, de sociale sector en de opbouw van democratische politieke verhoudingen. Veel minder mensen pleiten voor de invoering van een vrije markt (vrije markt van wat: suiker?). Maar eensgezind is men in de afkeer van een economische overname van het land door de landgenoten in Miami. Dat zal zeker uitdraaien op Cuba als een soort mega-Las Vegas, waar geld wordt verdiend aan de goklust van de internationale maffia, onder het bestuur van diezelfde maffia. Veel Cubanen hechten aan de min of meer genivelleerde eigendomsverhoudingen, al staan die vandaag de dag flink onder druk.
Het probleem in Cuba is dat de sociale problemen exploderen. De groepen jongeren die nu demonstreren, zijn niet ingebed in de ondergrondse structuur van oppositiegroepen. De rellen zijn eerder broodrellen dan een schreeuw om politieke verandering. De dissidenten die zulke veranderingen wel willen, achten het opportuun om voorlopig even rustig af te wachten tot het regime nog verder afbrokkelt. En dat geldt ook voor grote delen van de partij van Castro: bij veel functionarissen heeft het geloof het al lang afgelegd tegen de realiteit. Maar de oppositie zal toch ook een moment moeten uitzoeken waarop de broodrellen in een politiek kader worden geplaatst, een leiding wordt geformeerd die aanspreekbaar is en in staat een strategie te ontwikkelen. Het wordt er in Cuba niet beter op en dat geldt ook voor de kansen op een vreedzame transformatie naar een ander systeem. De dissidenten zullen, hoe gevaarlijk en eng dat ook is, nu uit de achterkamertjes te voorschijn moeten komen.