De divisies van het vrije woord

De dag waarop deze krant verschijnt, 3 mei, is uitgeroepen tot ‘World Press Freedom Day’. Ter gelegenheid daarvan werd aan schrijvers uit binnen- en buitenland gevraagd een stuk te schrijven over een of meerdere van hun onderdrukte collega’s, waar ook ter wereld. Hieronder de bijdrage van de Vlaamse schrijfster Monika van Paemel.
De World Press Freedom Day is een initiatief van Index on Censorship, Article 19, International Parliament of Writers, het Writers in Prison Committee van de Internationale Pen-organisatie, Amnesty International en Aida.
SOMS HEBBEN ZE exotische namen en komen ze uit verafgelegen gebieden. Maar ze kunnen evengoed uit Europa stammen, en namen als herinneringen dragen. Ze worden steeds talrijker, en ze hebben gemeen dat ze schrijven en dat hun geschriften in combinatie met hun uitspraken, hun politieke overtuiging of religieuze gezindheid, hun etnische groep of hun sekse de machthebbers niet bevalt. Die lijken nog altijd meer bevreesd voor het woord dan voor de kogel. En het maakt niets uit of het wereldlijke of godsdienstleiders zijn en of het om een roman of een pamflet gaat: ze kunnen geen kritiek hebben. Net alsof macht geen tegenspraak verdraagt.

Het is een onderwerp waar stof tot discussie in zit, want zelden is een schrijver of zijn werk rechtstreeks aanleiding tot staatsgrepen of massale geloofsafval. Even zelden wordt een machthebber door een schrijver of zijn werk in zijn bestaan bedreigd. Maar de machthebbers reageren alsof ze niet door een wesp zijn gestoken, maar door een colonne tanks worden aangevallen. Over hoeveel divisies beschikt Salman Rushdie? En zou Taslima Nasreen het hoofd zijn van een feministisch doodseskader? Wie zich vragen stelt over de macht van het woord moet de lijst van het Writers in Prison Committee (Internationale Pen) inkijken.
Soms maken machthebbers schrijvers bekend(er) door ze te vervolgen. Een enkele keer lijkt dat bij hun opzet - van de schrijver een doelwit te maken - te passen. Maar met de bekendheid van de schrijver gaat ook de oplage van zijn boeken stijgen, en hoezeer de distributie van het boekbedrijf ook onder druk wordt gezet, het is in de huidige context haast niet te doen een boek van de internationale markt te halen. Ook als de bekendheid van een schrijver en zijn werk het gevolg is van openlijke agressie of een soort oorlogsverklaring, dan nog werkt het contraproduktief voor de machthebbers. De geschiedenis van de dissidente schrijvers uit het voormalige Oostblok is daar een illustratie van.
Om de bron van irritatie en protest in de kiem te smoren moet de schrijver worden uitgeschakeld, maar die grote verdwijntruc lukt niet altijd. De wereld is een dorp, en de woorden van de schrijver spreken voor hem, het is alsof hij signalen uitzendt die door lezers en schrijvers en door allerlei organisaties - de Internationale Pen, Amnesty International, Aida, Artsen Zonder Grenzen enzovoort - worden opgevangen. De telefoon rinkelt, de fax gaat knorren, tekstverwerkers en pennen worden aan de gang gezet. Met de bedoeling dat het vermaledijde woord als een boemerang op de kop van de machthebber zal terechtkomen. Een tijdrovend en ontmoedigend werk. Met de onverdraagzaamheid groeit het aantal vervolgde schrijvers angstwekkend en het resultaat van al dat schrijven en wrijven is soms pover. Maar schrijvers zijn als vanzelfsprekend met het lot van andere schrijvers verbonden, en door de aard van hun bezigheid hebben zij inzicht in de werking van het woord dat de dingen benoemt en zichtbaar maakt.
Met de vogelvrijverklaring van Salman Rushdie heeft ayatolla Khomeiny een taboe geschonden. Er waren meteen meer machthebbers die de schaamlap afwierpen en schrijvers in hun naakte bestaan gingen bedreigen. Maar dat Salman Rushdie leeft, en dat zijn werk een wereldwijde reputatie heeft gekregen is een aardig succesje. Wat er ook gebeurt, de schrijver laat zich niet vernietigen omdat zijn werk niet ongedaan kan worden gemaakt.
STAATSLIEDEN DIE Brussel bezoeken gaan onvermijdelijk de eeuwige vlam aanwakkeren bij het gedenkteken van de Onbekende Soldaat. Het lijkt op poken in een kolenkachel, maar de beenderen vatten geen vuur. Men kan zich vragen stellen bij het nut van dat ceremonieel. Duizenden gesneuvelde soldaten zijn onkenbaar de geschiedenis ingegaan, en toch moeten wij eraan worden herinnerd dat vrede een kostbaar goed is. Missschien zouden wij de Onbekende Soldaat bekend moeten maken, hem een gezicht, een naam en een stem geven, hem in zijn unieke persoonlijkheid vermenigvuldigen, zodat hij ons naderbij komt en wij onszelf in hem herkennen. Misschien dat het moorden dan eindelijk eens ophoudt.
Ik denk vaak aan de Onbekende Soldaat als er weer eens hulp wordt gevraagd voor een mij onbekende schrijver. Bijvoorbeeld Amir Talic, een Bosnische dichter. Hij werd op 22 februari 1995 in Sankt Most gearresteerd door de Servische veiligheidspolitie (of militie) in Bosnie. Van een militair kamp in Banja Luka, waar hij was opgesloten, werd hij naar een onbekende bestemming weggevoerd. Zowel zijn familie als het Rode Kruis zijn het spoor bijster. Ik herinner me een zomeravond aan de Adriatische zee, een avond om verliefd te zijn, om een gedicht te lezen, een avond zoals Amir Talic er vele moet hebben gekend, en ik vraag me af waar hij is. Leeft hij nog?
EN DAN IS ER het kleine verschil met de grote gevolgen. Mannelijk auteurs die mede om hun sekse worden vervolgd zijn zeldzaam, zoniet onbestaand. Maar voor vrouwelijke auteurs is de sekse an sich een steen des aanstoots. Het schrijft en het is vrouwelijk! Een heks die op een bezem vliegt! Dubbel gevaarlijk, en dubbel zo kwetsbaar.
Ze heet Ma Thida, een schrijfster uit Myanmar (Birma), ze heeft Aung San Sun Kyi (Nobelprijs voor vrede 1991) bij haar politieke werk geholpen. Ze is op 15 oktober 1993 tot twintig jaar gevangenis veroordeeld. De vertegenwoordiger van Amnesty International wil ‘haar geval’ als voorbeeld gebruiken in een actie voor de vrouwelijke gevangenen. Ma Thida is 27 jaar oud, als ze het strafregime overleeft zal ze bij haar vrijlating 47 zijn. Zal zij haar gezicht nog herkennen in de spiegel? En wie zal haar al die jaren bijstaan? Zal zij niet worden vergeten?
In de oorlog om het vrije woord hoort de pers bij de artillerie, en de journalisten zijn verkenners. Ze opereren, soms letterlijk, in de vuurlinie. Censuur is een duidelijke beknotting van de vrije meningsuiting, maar daar waar het nieuws onder hachelijke omstandigheden moet worden vergaard is er een eigentijdse vorm van duiden ontstaan. De freelance journalist, of de journalist die voor een kleinere zender of een lokale krant werkt, is in het nadeel tegenover een journalist die bij een mediareus in dienst is en zich kogelvrije vesten en gepantserde voertuigen kan veroorloven. Vele berichten worden dan ook van grotere persagentschappen of televisiestations overgenomen. Op deze wijze wordt ons een gekleurde bril opgezet. De wereld volgens CNN!
Ik zag een documentaire over een Italiaanse journaliste die voor de Rai naar een oorlogsgebied in Afrika vertrok. Ze wist dat het gevaarlijk was. Er was geen budget om voor de nodige bescherming te zorgen. Ze ging op reportage met haar vaste geluidsman en werd neergeschoten. Haar collega’s, vrienden en ouders vertelden over haar inzet en over de vrouw die ze was. Ik zie haar beeld, gezicht, haren, blouse, een losse sandaal. Maar haar naam ben ik tot mijn schande vergeten.
Niet bekend