De dobbelsteen-paradox

In de recente Plantage-discussie over het tv-drama van de Vara herinnerde regisseur Nico Knapper eraan dat Zeg ‘ns AAA binnen het bedrijf ooit omstreden was. De 'linkse intellectuelen’ die je er toen nog trof, vonden het ideologisch gehalte dubieus. Terwijl toch aanvankelijk elke aflevering een wachtkamerscene bevatte waarin maatschappelijke misstanden aan de kaak werden gesteld bij monde van Piet Hendriks. Die keus is op zichzelf al een statement. Wie een ‘gewone man’ in dramavorm nodig had, beschikte over Hendriks voor de oudere en Frits Lambrechts voor de jongere variant. Hendriks verdween snel. Niet omdat de pragmatische rechtervleugel de strijd in het Politbureau won (hoewel ze dat wel deed), maar omdat Pola en Van Houweninge inzagen dat politiek correcte invoegingen zelden dramaturgisch correct waren. Ze maakten de comedy gewoon slechter. Hier spreekt overigens allang niet meer Knapper maar uw verslaggever.

Hopelijk wekt dat bij de trouwe lezer verbazing. Ik vond en vind dat een comedy waarin de kijker geacht wordt zich te identificeren met een echtpaar van pakweg zeven keer modaal, en kostelijk te lachen om een interieurverzorgster met haar meestal werkloze en zwart schnabbelende echtgenoot en hun goedaardig-criminele zwager, waarbij de werkster ook nog eens sympathiek is doordat ze hondetrouw jegens haar werkgevers koestert en niet alleen zelf onbetaald overwerk verricht maar ook haar gade het liefst voor dag en nacht beschikbaar wil houden voor vriendendiensten, overal thuis hoort behalve bij de Vara. Maar ik vind ook dat weinig genanter dan met de haren erbij gesleepte en zichtbaar opgeprikte stukjes ‘engagement’. Tegelijk was ik weerloos tegen wat Carry Tefsen van Mien Dobbelsteen maakte. Bovendien wil de ironie dat Zeg 'ns AAA de Vara mee overeind hield - wat weer alleen kon doordat het programma succes had bij die maatschappelijke groep die ik licht onheus bejegend achtte.
Ach, niet alleen de Vara worstelde met de paradox dat men, om iets van identiteit overeind te houden, veel identiteit moest inleveren. Zou de Vara nog bestaan als Van Dam de macht niet had gegrepen? Vermoedelijk niet, en ze hebben een aantal zaken in hun pakket waarom ik dat betreurd zou hebben. Dus waren Knappers linkse Vara-intellectuelen ridders van de droevige figuur. Net als de Groene- criticus. Toch voert die nog een achterhoedegevecht. Maatschappijkritische comedy zou een contradictie zijn. Of, met Herman Koch gesproken: 'De vijand van goeie humor is de mening.’
Maar mooi dat er in Nederland wel degelijk een 'linkse’ comedy werd uitgezonden. Door de NCRV. Amerikaans. Roseanne was de naam. Daar draaide het om een arbeidersgezin; daarin kwam elk probleem aan de orde dat de Europese lezer kent uit het indrukwekkende Pijn en moeite van Lilian Rubin over de poor white; en daarom viel desondanks wekelijks hard tot zeer hard te lachen. Waarbij 'om’ een link woord is. Om Mien, hoe leuk ook, lachten we van boven naar beneden. Om Roseanne lachten we als gelijkwaardigen.