Tragisch realisme in Venezuela

De dode dromen van Chávez

President Hugo Chávez wilde dat Venezuela een modern paradijs werd. Nu zijn vooral de ruïnes van die ambitie zichtbaar. In maart 2013 erfde Nicolás Maduro het presidentschap van Chávez. Sindsdien lijkt het land uit elkaar te vallen.

Medium jdb venezuela 2018 3
Caracas. Voedseluitdeelpunt. Bijna alle Venezolanen zijn continu op zoek naar eten

Het is een bloedhete namiddag in januari en de airco van het uitgestorven winkelcentrum in Caracas werkt niet goed. Oud-generaal Cliver Alcalá wacht op de tweede verdieping, in de schaduw van een zuil. ‘Daar naar binnen’, zegt hij, wijzend op een onopvallende souvenirwinkel. Verscholen achter een rek met sleutelhangers en vergeelde postkaarten staat een tafel waaraan we koffie kunnen drinken. ‘Sorry voor het ongemak, maar de regering heeft overal spionnen. Hier kunnen we vrij praten.’ De 56-jarige Alcalá met zijn blinkend kaalgeschoren hoofd en strenge wenkbrauwen, is een bekend gezicht in Venezuela. Hij was tien jaar lang opperbevelhebber van het leger onder Chávez en een van de machtigste mannen van het land. Maar na Chávez’ dood werd hij snel opzij geschoven door diens opvolger Nicolás Maduro. ‘De nieuwe president zei tegen andere generaals dat ik een probleem zou worden. Hij wist dat ik zijn corruptie niet zou tolereren’, zegt Alcalá. ‘Eerst bood Maduro me het ambassadeurschap in Noorwegen aan. Daarna dat in Portugal. Toen ik bleef weigeren werd ik ontslagen, vier maanden na de dood van Chávez.’

Het was een ontnuchterende ervaring voor Alcalá die al 34 jaar in het leger zat. Hij besloot zich terug te trekken met zijn gezin in zijn thuisstad Maracaibo en te genieten van een vroeg pensioen. Pas in 2016, nadat een tot de tanden bewapende eenheid van de geheime politie zijn gezinswoning was binnengevallen, op zoek naar bewijzen voor een vermeende staatsgreep, begon hij zich publiekelijk uit te spreken tegen Maduro. ‘Ik zie mijn land de afgrond in zinken en de president steeds agressiever worden. Hij is de grondwet aan het herschrijven en bouwt aan een dictatuur voor zichzelf. De kinderen sterven terwijl de president de rijkdommen van ons land verdeelt onder buitenlandse multinationals en de plutocraten in de regering. Chávez, mijn mentor en goede vriend, heeft veel fouten gemaakt waarvoor we blind zijn gebleven. Hij creëerde een politieke infrastructuur waarin corruptie kan woekeren, maar zijn grootste fout was dat hij Maduro heeft aangeduid als opvolger.’

In maart 2013 erfde Maduro het presidentschap van Chávez. Sindsdien lijkt het land uit elkaar te vallen. Met vierduizend procent is de inflatie de hoogste ter wereld (het imf voorspelt dertienduizend procent in 2018), de bevolking lijdt honger en er zijn gigantische medicijntekorten. In vijf jaar is het bbp gedaald met 35 procent, vijf meer dan Amerika tijdens de Grote Depressie.

Bijna iedereen is op zoek naar eten. Drie universiteiten in Caracas berekenden vorige zomer dat 75 procent van de Venezolanen gemiddeld acht kilo is afgevallen in een jaar tijd. Voor de middenklassers, collectief dol op Amerikaanse hamburgers en cola, was dat niet onmiddellijk een ramp. Zij verkochten hun tweede of derde auto en verhuisden naar goedkopere appartementen. Maar de armeren zagen hun salaris zakken tot het equivalent van minder dan twee dollar per maand. Elke dag is voor hen een overlevingsstrijd. Duizenden kinderen zijn al gestorven aan ondervoeding, een aandoening die Venezolaanse dokters vroeger nooit zagen. In april publiceerde het ministerie van Gezondheid een rapport waaruit bleek dat in 2016 meer dan 11.400 kinderen waren gestorven vóór hun eerste verjaardag. Dat is een toename van dertig procent in één jaar.

Hoe kan het dat de bevolking van zo’n rijk land honger lijdt? Venezuela heeft de grootste oliereserves ter wereld, miljoenen hectares landbouwgrond en prachtige toeristische bestemmingen. Waar is het fout gelopen? De oude vijanden van Chávez zien hun gelijk bevestigd en hopen op een snelle omwenteling. Zijn oud-aanhangers kijken in verbijstering terug. ‘Hij had het hart op de goed plaats.’

De heuvels in het westen van Caracas zijn bezaaid met stenen sloppenwijken. Vanaf de snelweg lijken de barrios een grote duiventil: duizenden hokachtige huisjes verstrengeld in elektriciteitsdraden. Her en der zijn ze in rode, blauwe en gele pasteltinten geverfd. Mission Tricolor was een ideetje van Chávez: de sloppenwijken opfleuren met de kleuren van de Venezolaanse vlag. Het project kwam nooit echt van de grond en de kale kleuren van baksteen en beton voeren de boventoon.

Aan de andere kant van de stad is meer weelde te vinden. Rijkere caraqueños wonen vooral in het oosten, in luxueuze penthouses, ommuurde villa’s en terrasappartementen. Er tussenin staan honderden vierkante woonblokken. Die zijn beschilderd met het gezicht, de ogen of de handtekening van Chávez. Zijn Mission Vivienda had meer succes: sinds 2010 kwamen er twee miljoen gesubsidieerde woningen bij voor armen en daklozen.

In een van de mooie appartementen in het oosten, helemaal bovenaan in het penthouse, woont de vijftigjarige José Gregorio Zambrano, een voormalige soldaat met een brede borst en een vierkant kapsel. Toen Chávez in 1992 een eerste poging deed om aan de macht te komen — – de militaire staatsgreep mislukte – bestormde Zambrano mee het presidentieel paleis Miraflores. Het leverde hem twee jaar gevangenis op. Op 2 februari 1999 keerde Zambrano terug naar Miraflores, deze keer als lijfwacht van de legitiem verkozen president Chávez. Hij wil wel helpen om Chávez te begrijpen. ‘Maar je moet weten, wij die Chávez hebben geholpen, hebben zelf ook veel vragen’, zegt hij. ‘We schamen ons voor wat er nu met ons land gebeurt. We voelen ons ergens medeplichtig, al weten we ook dat Chávez dit nooit zou laten gebeuren.’

Zambrano adoreert zijn oude baas nog steeds. Overal in zijn huis hangen portretten van hem en Simón Bolívar, de vrijheidsstrijder naar wie Chávez zijn revolutie heeft genoemd. ‘Chávez had de energie van vier jonge mannen, was altijd wakker tot twee of drie uur ’s ochtends en sliep maar een paar uur per nacht. Hij zag zijn familie bijna nooit en lag iedere avond met een andere vrouw in bed. Soms twee of drie tegelijk.’ De oude lijfwacht zegt het zonder schunnig te doen. ‘El commandante was een sterke man, met veel passie. Eén keer kon hij zijn bril niet vinden. Hij werd woedend en liet ons allemaal achter in een verlaten legerbasis om vloekend met een helikopter weg te vliegen. Ja, hij had geregeld last van mood swings.’

Chávez was een man die geloofde in zijn eigen maakbaarheid, vertelt Zambrano. Hij wilde zichzelf altijd verbeteren. ‘In het begin was Chávez geen communist, zelfs geen socialist. Toen we in de jaren negentig door het land trokken om campagne te voeren, sprak hij vaak met vuur over Tony Blair en diens Derde Weg. Een Venezolaanse patriot was hij wel al. Hij bracht onze nationale helden weer tot leven: Bolívar en de leiders van de dekolonisatie. En hij keek op naar Fidel Castro, al vond hij hem aanvankelijk te radicaal. Ik heb hem in die tijd nooit over Marx horen praten.’

Nicolás Maduro deed dat wel al. Vol overgave. Lang voor hij Chávez leerde kennen, was Maduro buschauffeur en een militante vakbondsman. Hij speelde in een rockband geïnspireerd door John Lennon en was een aanhanger van de controversiële Indiase goeroe Sathya Sai Baba. In de jaren zeventig sloot de besnorde syndicalist zich aan bij de Socialistische Liga, een radicale partij die betrokken was bij de kidnapping van Amerikaanse zakenlui. In december 1993 sprak hij Chávez voor het eerst  –  die zat toen nog in de gevangenis voor zijn poging tot staatsgreep. Chávez sprak in die periode met honderden intellectuelen, vakbondslieden en politici, en werkte aan zijn visie voor een ‘bolivariaanse revolutie’.

‘Die dag heb ik een spirituele eed gezworen: ik zal die man volgen waar hij ook naartoe gaat’, blikte Maduro terug op de staatszender Venezolana. De vakbondsman begon een affaire met de belangrijkste advocaat van Chávez, Cilia Flores, die later zijn vrouw zou worden en uitgroeide tot een van de invloedrijkste politieke figuren van het land.

Zambrano herinnert zich een gezamenlijk bezoek aan een industrieproject. ‘Chávez had twee kisten vol boeken mee en hij las ze allemaal. Hij had niet aan de universiteit gestudeerd, maar wilde altijd bijleren. Maduro had alleen een megafoon mee.’

Driekwart van de Venezolanen is in een jaar tijd gemiddeld acht kilo afgevallen

Het socialisme kwam pas na 2002, een kanteljaar: Chávez werd drie dagen afgezet tijdens een staatsgreep gesteund door de Amerikanen. ‘Ik was bij hem tijdens de coup’, zegt Zambrano. ‘Ik drong aan om te vluchten, maar hij wilde niet. “Ik moet die muchachos die mij willen doden in de ogen kijken.” Hij praatte in op de jonge soldaten tot ze hem vrijlieten  –  het maakte hem voor altijd legendarisch.’

In datzelfde jaar werd de president geconfronteerd met een staking in de oliesector, georganiseerd door de werkgeversorganisaties en de oppositie. ‘Toen is hij geradicaliseerd’, zegt Zambrano met een zucht. ‘Hij zocht toenadering tot Castro. Als “2002” niet was gebeurd, zou Venezuela er vandaag anders hebben uitgezien.’

Medium jdb venezuela 2018 5
Caracas. Schaarste leidt tot lege schappen in de supermarkten

De charismatische Chávez groeide uit tot een held van internationaal links. Hij maakte dubieuze vrienden, zoals Kadhafi, Assad en Ahmadinejad, en noemde de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Gaza ‘fascistisch’. In een speech voor de Verenigde Naties in New York vergeleek hij de Amerikaanse president George Bush met de duivel. ‘Het ruikt hier naar zwavel.’ Ondertussen spoorde hij andere olielanden aan om de opec weer politiek actief te maken. Mede onder zijn impuls steeg de olieprijs van acht dollar per vat in 1998 tot meer dan 140 dollar in 2008.

Het leverde Venezuela ruim duizend miljard dollar aan buitenlandse inkomsten op, geld dat Chávez goed kon gebruiken voor zijn ambitieuze plannen in binnen- en buitenland. Kleine landen in de Cariben kregen gesponsorde olie en ontwikkelingsgeld. Cuba  had een nieuwe hoofdsponsor. In 2003 kwamen in Argentinië en Brazilië de presidenten Kirchner en Lula da Silva aan de macht met programma’s die leken op dat van Chávez. De zogenaamde ‘roze golf’ rolde over het continent: de bbc noteerde in 2005 dat 75 procent van de Latijns-Amerikanen geregeerd werd door nieuwe linkse leiders.

Om ‘efficiënt te kunnen regeren’ richtte de president stilletjes fondsen op. Een daarvan was Fondén, waar zestig procent van de olie-inkomsten naartoe vloeide en dat opereerde zonder parlementair toezicht of jaarverslagen.

Jaren later is niet duidelijk waar al het geld gebleven is. ‘Chávez had iedere week wel een idee’, zegt een voormalige minister. ‘Alles moest snel gaan, hij zei dat de bureaucratie “diepgewortelde stille mechanismes” had, die de armen benadeelden. En wij gingen er allemaal in mee.’ Overal in het land werden miljoenenprojecten opgezet. Venezuela moest een modern paradijs worden met elektrische treinen, wind- en waterturbines, aluminiumfabrieken, collectieve landbouw en een bevolking die, tegen alle internationale trends in, terugkeerde van de stad naar het boomende platteland.

Nu zie je vooral de ruïnes van die ambitie. Onafgewerkte sporen met werkloze Italiaanse treinen, gigantische waterkrachtcentrales waar maar één van de twaalf turbines werd geïnstalleerd, miljoenen hectares onteigende landbouwgrond waar bijna niets mee gebeurd is. In plaats van ‘olie te zaaien’, een oud gezegde in Venezuela, lekte het weg in bodemloze putten.

‘Er is maar één verklaring voor’, zegt Hector Navarro. Hij was een van de marxistische intellectuelen rond Chávez en jarenlang zijn minister van Onderwijs. ‘Corruptie, grootschalige corruptie.’ Deze man, in zijn aftands ruitjeshemd en een eenvoudige broek, wordt gezien als een van de weinige ministers die zichzelf niet heeft verrijkt. Anders dan de vele kleptocraten van de ‘boligarchie’ rond Chávez en Maduro. Zijn universitair toploon van tien miljoen bolivar is nu nog amper vijf dollar waard.

‘Chávez heeft het geld niet zelf gestolen’, zweert Navarro. ‘Ik weet hoe de president leefde. Hij sliep op een eenvoudige matras en reed midden in de nacht naar de sloppenwijken om – ook zonder camera’s – met de armen te praten. Maar hij deed te weinig aan de corruptie rond hem. Te vergevingsgezind. Zijn vertrouwelingen kwamen met alles weg.’

De oude vrienden van Chávez kunnen niet ontkennen dat veel intimi van de overleden president schatrijk zijn geworden. Zoals zijn dochter María Gabriela Chávez. Zij leeft als een schatrijke koningin in New York, waar ze officieel de functie bekleedt van ambassadeur bij de Verenigde Naties. Ze regelde een diplomatiek paspoort voor haar persoonlijke kapper en volgens een bron in de ambassade is ze al een jaar niet in het diplomatiek kantoor geweest.

Maar Chávez heeft ook grote successen geboekt. Zo zette hij de grootste alfabetiseringscampagne op in de wereldgeschiedenis. ‘Eind 1999 belde hij mij in het midden van de nacht’, vertelt Navarro. ‘Hoeveel mensen hebben we dit jaar leren lezen, Hector? 81.000, mi jefe. Hoeveel analfabeten zijn er dan nog? 1,5 miljoen. En hoe lang gaat dat duren met deze snelheid? Twintig jaar. Dat moet dubbel zo snel, ik zorg voor het budget. En toen hing hij op.’ Navarro’s ogen glinsteren nog van trots, hij bewaart het telefoonnummer van zijn ‘jefe’ in een oude mobiel. ‘Typisch Chávez. Na dat telefoontje richtten we Mission Robinson op (vernoemd naar de excentrieke mentor van Bolívar, Samuel Robinson). Nog voor het einde van 2004 hadden we 2,5 miljoen mensen leren lezen en schrijven. Hij was de eerste president die de armen een stem gaf.’

Maar Chávez werd ernstig ziek. In december 2012 gaf hij in een speech zijn zegen aan Maduro. ‘Mijn overtuiging, zo helder als de volle maan – onherroepelijk, absoluut, totaal – is dat jullie Nicolás Maduro moeten verkiezen tot president.’ Chávez zwaaide erbij met een kopie van zijn grondwet. Maduro, zichtbaar geëmotioneerd, begeleidde hem van het podium. Onmiddellijk daarna vloog Chávez terug naar zijn dokters in Havana, waarna hij nooit meer in het openbaar gezien werd.

Navarro vertelt over een afspraak die hij had met Maduro in januari 2013, kort voor de dood van de president. Op het kabinet van de minister van Economie lag een verontrustend onderzoeksrapport voor. ‘De olieprijs zal gegarandeerd dalen’, legde een jonge medewerker uit. ‘Als we ons daar niet op voorbereiden, dreigt hyperinflatie. De toegang tot voedsel en medicijnen zal dramatisch afnemen.’ Maduro, vooral bezorgd over de nakende dood van zijn mentor en de strijd om diens opvolging, liep vervroegd weg uit de vergadering.

Op 5 maart 2013 stierf Chávez aan kanker. Was hij een grote socialistische leider geweest, of had hij het land kapotgemaakt? Volgens Ricardo Hausmann, een Venezolaanse econoom aan Harvard met een uitgesproken anti-Chávez-profiel en veel vrienden bij het imf, was het land al ‘ten dode opgeschreven’. Het was alleen nog niet zichtbaar, zegt Hausmann, omdat de putten toegedekt werden door de olie-bonanza.

‘Hoe groter de crisis, hoe makkelijker voor Maduro om zijn totalitaire project te consolideren’

Maduro nam de scepter over. Navarro, die intussen verkast was van het ministerie van Onderwijs naar dat van Energie, sprak hem enkele weken later. ‘Ik vroeg wanneer we zouden samenkomen met de partijleiding om dat olierapport te bespreken. Nicolás (Maduro) beet me toe dat ik maar van partij moest wisselen als ik zo graag democratie wou.’

Navarro besloot om details over de politieke diefstal van tien miljard euro te delen met journalisten. De overtuigde marxist werd daarop bestempeld als ‘verrader van het bolivarisme’ en moest zijn partij verlaten. ‘Corrupte bureaucraten zijn ook machtsbeluste kapitalisten, zij maken socialistische projecten van binnenuit kapot’, is Navarro’s overtuiging.

Het onheilspellende rapport uit 2013 dat Maduro niet wilde bespreken, is werkelijkheid geworden. De olieprijs is meer dan gehalveerd. De landbouw werd gekortwiekt door massale onteigeningen van Chávez en de collectieve boerderijen hebben dat gat nooit kunnen vullen. Zeventig procent van het voedsel moet uit het buitenland komen en wordt dus onbetaalbaar door de inflatie.

In 2015 stemden de moegetergde Venezolanen voor verandering. Het rechtse oppositieblok won 112 van de 170 zetels in het parlement. De vernederde Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (psuv) werd voor het eerst in vijftien jaar naar de oppositiebanken verbannen. De nieuwe meerderheid, die behalve een gedeelde afkeer van het chavismo weinig gemeenschappelijke standpunten had, stemde onmiddellijk voor het weghalen van de portretten van Chávez en Bolívar uit het parlement. Maduro richtte een eigen ‘Nationaal Communaal Parlement’ op, dat de taken van de verkozen parlementairen gewoon overnam.

Duizenden jongeren en oppositieleden gingen de straat op. Ze trokken vanaf het oosten richting Miraflores. In 2017 kwam het tot een maanden durend treffen met de ordediensten, die de protesten beantwoordden met rubberkogels en traangas. Er vielen meer dan honderd doden. Vooral aan de kant van de betogers, maar ook aanhangers van de regering werden koelbloedig vermoord.

Vorig jaar in juli hielden de protesten op. ‘Plots was er niemand meer op straat, iedereen keerde terug naar huis’, zegt een tegenstander van Maduro vol spijt. Hoe kan dat? De supermarkten zijn nog steeds leeg, middenklassers graven zich vol schaamte een weg door het vuilnis of staan uren aan te schuiven voor een kom soep. Ook mensen met universitaire diploma’s. Volgens de tegenstander durven ze niet meer te betogen. ‘Ze zijn bang dat ze geen voedselpakketten meer krijgen van de overheid, of dat de collectivos hen in hun huis komen vermoorden. Velen zijn gevlucht.’

Drie tot vijf miljoen Venezolanen zouden het land verlaten hebben sinds Maduro aan de macht is: meer dan tien procent van de totale bevolking.

Het verkeer in de straten van miljoenenstad Caracas is opvallend rustig. Dat komt niet alleen door de emigratie, vertelt de taxichauffeur. De criminaliteit heeft enorme proporties aangenomen en mensen wagen zich niet meer op straat. ‘Gangsters dalen af van de heuvels. Ze plunderen winkels en vermoorden onschuldige vrouwen voor hun portefeuille.’ Twee maanden geleden werd hij op klaarlichte dag klemgereden en gekidnapt door gemaskerde mannen. Ze brachten hem naar een loods buiten de stad en dwongen hem naakt op zijn knieën te zitten. Met een geweer tegen zijn slaap moest hij zijn vrouw bellen. ‘De derde keer dat ik overvallen werd.’ Hij heeft geld gespaard: ook hij is van plan nog voor de zomer met zijn gezin naar Ecuador te vluchten.

Volgens Maduro is de rust op straat te danken aan de verkiezing van de nieuwe grondwettelijke raad, waaraan de oppositie niet heeft deelgenomen. ‘De bevolking weet dat het beter wordt.’ Zijn vrouw, Cilia Flores, wordt gezien als de spin in het web. Voormalig onderwijsminister Navarro verdenkt haar ervan een netwerk van corruptie te hebben uitgebouwd achter de rug van Chávez. In de grondwettelijke raad heeft ze meer dan veertig familieleden zitten. Als je haar achternaam roept, kijkt de helft van de zaal om, zeggen opposanten.

In Valle Arriba, op de heuvels boven Caracas, ligt een van de duurste golfclubs van het land. Een plek voor de superrijken en oppositieleden. Hier wordt luidop nagedacht over het tijdperk dat na Maduro moet komen. ‘Goed dat je Venezuela bezoekt’, zegt José Antonio Gutierrez. Hij is de ceo van Coca-Cola in Latijns-Amerika. Door de inflatie kan hij geen betaalbare frisdrank met geïmporteerde suiker meer maken – er wordt alleen nog Cola Light verkocht. ‘Mensen moeten weten hoe het eraan toegaat. De vakbonden blokkeren mijn productie omdat onze lonen de inflatie niet kunnen bijhouden. Ik leg uit dat ze daarvoor bij de regering moeten zijn, maar ze luisteren niet. We liggen al tien dagen plat. Straks is er helemaal geen cola meer.’

De ondervoorzitter van Nestlé een tafeltje verder knikt. ‘Onze productie ligt zo goed als stil. We houden nog één vloer operationeel om snel weer in actie te kunnen schieten als de regering valt.’ Dat die gaat vallen, daar zijn ze hier zeker van. ‘En dan zul je zien hoeveel de wereld van Venezuela houdt. Als de socialisten weg zijn, zullen de miljoenen over het land rollen’, belooft Gutierrez. Maar de oppositie is hopeloos verdeeld en slaagt er maar moeilijk in het volk te overtuigen.

De aanhangers van Maduro houden steeds hetzelfde verhaal: Venezuela sufre una guerra económica. De crisis wordt opgeblazen door de internationale media. Als er al een probleem zou zijn, dan is dat het gevolg van de ‘economische oorlogvoering’ van de VS, de Latijns-Amerikaanse handelsunie Mercosur en de EU. Maar in de voorbije jaren werden alleen sancties opgelegd aan individuen. Tot vorig jaar leende Venezuela nog miljarden van banken als Goldman Sachs. Pas in de zomer van 2017, na vier jaar negatieve groei en maandenlang politiegeweld, vaardigde de regering-Trump een verbod uit voor Amerikaanse instellingen om leningen te verschaffen. De olie-export, goed voor 95 procent van de Venezolaanse export, bleef ongedeerd. Bovendien kan het land nog steeds vrij lenen bij Europese, Chinese en Russische banken.

Het dreigement van de Amerikaanse regering met ‘militaire optie’ komt Maduro alleen maar goed uit, meent de progressieve socioloog David Smilde. ‘Het militaire scenario ligt absoluut op tafel in het Witte Huis. Verschillende mensen rond Trump zijn onervaren en denken dat ze daarmee druk kunnen leggen op Maduro om te luisteren, maar in de realiteit legitimeert het zijn stelling dat Amerika een imperialistische grootmacht is.’ Smilde werkt aan Tulane University in New Orleans, is senior fellow van het Washington Office on Latin America en columnist voor The New York Times. Hij pleit voor sancties tegen individuen die Maduro steunen. ‘Als genoeg landen de sancties respecteren kan het de personen met macht dwingen om aan tafel te komen. Financieringssancties zijn niet verstandig, ze treffen de hongerige bevolking en geven de regering een buitenlandse zondebok voor de crisis.’

De buitenlandse ceo’s in de golfclub zouden graag een rechtse regering zien – al dan niet democratisch – die naar Colombiaans model een pro-Amerikaanse koers vaart en de rode loper uitrolt voor multinationals. ‘Maatschappijen zijn geen organismen’, zegt Smilde. ‘Het zijn complexe gemeenschappen van individuen, netwerken en instituties wier succes niet collectief staat of valt. Iedere nieuwe samenstelling heeft winnaars en verliezers. Het is onmogelijk om exact te voorspellen wat komt, maar hoe groter de crisis, hoe makkelijker voor Maduro om zijn totalitaire project te consolideren. Ik zou zeggen dat de meest waarschijnlijke uitkomst geen rechtse toekomst is, maar een geconsolideerde linkse dictatuur.’

Op 20 mei won Maduro opnieuw de verkiezingen, goed voor nog eens zes jaar presidentschap – hoewel peilingen zeiden dat tachtig procent van de bevolking van hem af wil. De opkomst was historisch laag en de meeste Venezolanen reageren somber.

Toch weigert de voormalige onderwijsminister Hector Navarro zijn strijd op te geven. Venezuela moet nog steeds socialistisch worden, zegt hij, zodat iedereen eindelijk gelijk kan zijn. Zoals Chávez het altijd gewild heeft. ‘Ken je het verhaal van de kolibri en de brand?’ vraagt hij in het desolate winkelcentrum. Zijn ogen glinsteren en hij begint te vertellen. ‘Op een dag brak er brand uit in de bossen. In korte tijd werden duizenden bomen opgeslokt door een onverwacht vuur. Alle dieren vluchtten doodsbang weg uit het bos. Ze voelden zich machteloos tegen zo’n natuurkracht. Maar niet de kolibri, die vloog in de omgekeerde richting, recht naar de vlammen. “Ben je gek geworden? Je zal sterven”, riepen de herten hem toe. Maar de kolibri vloog tot de rand van het vuur en leegde zijn bek vol water op het vuur. Veel meer dan een paar sissende druppels waren het niet, maar de kolibri keerde terug naar de beek om zijn bek opnieuw te vullen. Zonder te vertragen antwoordde hij de herten: “Ik doe wat ik kan.”’ Navarro glimlacht. ‘Ik wil de kolibri zijn. Ik hoop dat nog veel mensen de kolibri willen zijn.’


Dit verhaal kwam tot stand met de steun van Freepress Unlimited