DOCUMENTAIRE

De Doden

Cemetery State

Het kan niet gezegd worden dat de vijftigste verjaardag van de Democratische Republiek Congo ongemerkt gepasseerd is, al was het alleen al door de grote aandacht voor het magnum opus van David Van Reybrouck, Congo, een geschiedenis. Die geschiedenis is geen feest, dat zal duidelijk zijn. De Belgische uitbuiting onder Leopold II was al de schande van de planeet, en daarna is ’t niet veel beter geworden. In de woorden van Van Reybrouck: ‘Het nieuwe land stortte zich in een turbulent avontuur dat steeds wilder en chaotischer werd en na 32 jaar dictatuur onder Mobutu leidde tot een van de dodelijkste conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog’.
Het Vlaams Cultuurhuis in Amsterdam organiseert met De Balie een klein festival over de betekenis van Congo voor de huidige Vlaamse en Nederlandse cultuur, in een programma met beeldende kunst, muziek en debat. Daarbij heeft men oog voor de 'Congolese creativiteit, humor, hoop en levenslust’, dat wil zeggen: men wil iets van een positieve blik op de toekomst presenteren. Dat zal de organisatoren niet makkelijk vallen.
Een bijzondere film in het programma is de documentaire Cemetery State van de antropoloog Filip De Boeck, over de begraafplaats Kintambo in Kinshasa. Die is officieel al twintig jaar geleden gesloten, want vol, maar De Boeck laat zien hoe een kleine begrafenisonderneming, de Ecurie Shamukwale, tussen de omvallende tombes nog rustig doorgaat met begraven. De Ecurie omvat wat mannen en jongens met schoppen en houwelen, een gietvorm voor betonnen kruizen en een mobiele telefoon. Men wacht duttend tussen de graven op klanten. Het lijkt een rommelig, maar serieus bedrijfje. De Boeck, antropoloog te Leuven, benadert zijn onderwerp met kalme, droge observatie, die aanvankelijk een tikje academisch lijkt, maar dan nadert er een begrafenisstoet, en dan komt die terughoudende benadering van pas.
Want begraven in Kinshasa is geen stemmige ceremonie, integendeel. Het is een heksenketel. Opgeschoten jongeren kapen de kist en zeulen er zuipend, zingend en dansend mee rond. Ze beschuldigen de ouders van hekserij, ze zingen over seks, ze joelen dat ze de borsten van de dode willen zien, kortom, het rouwritueel is verworden tot een koortsig mengsel van frustratie en agressie. Het is het uitschreeuwen van een generatieconflict, het is een absurde vorm van verzet tegen de bestaande orde, het is één stap voor de chaos. De jongeren dragen geen wapens, en er vallen geen schoten, maar de spanning is te snijden en de associatie met de lugubere milities die het land de laatste jaren in een slachthuis hebben veranderd, is onontkoombaar.
De antropoloog De Boeck ziet in die krankzinnige situatie tekenen van de vitaliteit van de Congolezen, hun geestdrift, hun verlangen naar een betere wereld, maar dat is een observatie die niet makkelijk te volgen is. Ik zag vooral de huiveringwekkende desintegratie van menselijke waardigheid. Ook de Congolezen in de film zien dat. Hun angst en afkeer zijn hoorbaar in de reportages van de lokale televisiezender, die schande spreekt over het hysterische gedrag, en over het gebruik van begraafplaats als markt, moestuin en speelplaats. 'Zo is Congo geworden’, zegt de verslaggever: 'Er is geen respect voor de doden, geen respect voor rouw.’ Joyeux anniversaire.

Allez Congo! De Brakke Grond en De Balie, Amsterdam, t/m 12 september. Cemetery State is te zien op zaterdag 11 september en zondag 12 september. www.brakkegrond.nl