TONEEL mightysociety6

DE DOFFE MODDERBLIK

Regisseur Eric de Vroedt weet dat toneel een democratisch forum voor debat kan zijn. Zijn project mightysociety is een in serie geproduceerde reeks argumenten waarom toneel en theater het ook zónder de nadrukkelijke vermelding van ‘geëngageerd’ kunnen stellen. Toneel maken veronderstelt per definitie om je heen kijken en vanuit observaties het debat herbeginnen met als stootblok: een voorstelling. Eric de Vroedt heeft iets van een verbeten lettervreter annex opiniestofzuiger zonder de hinderlijke bijruis van de moralist.
Zijn onderwerp in mightysociety6 is Afghanistan en wel de Nederlandse militaire aanwezigheid. Hulpmissie of vechtmissie, daar gaat De Vroedt niet over, hij ziet wat hij ziet en dat is verontrustend genoeg om het op ‘oorlog’ te houden, maar dan wel zo’n oorlog waarin het voor Hollanders vooralsnog neerkomt op ‘rommelig schaatsen in yoghurt’ – om zowel defensieminister Middelkoop als zijn verre voorganger Bolkestein te parafraseren. Om de verhuiselijking van die oorlog door de Nederlandse televisie meteen terzijde te schuiven gooit De Vroedt in zijn stuk – ondertitel: Hoe ook ik de oorlog mee naar huis nam – de situatie in Zuid-Afghanistan in een hogedrukpan. Een Nederlands peloton is in een hinderlaag gelopen, tien soldaten zijn gekeeld en in bomen gehangen, de rest wordt gegijzeld. De commandant, Kurt Prins, verbiedt dat de lijken worden weggehaald tot de daders worden gevonden. Hij wil het zwijgen van de bevolking breken.
Zijn ondergeschikte Jan Blom, een Haagse onderzoekscommandant Marco (die van oorsprong een Afghaan is en Marwash heet) en Prins’ Afghaanse minnares Malalai denken daar heel anders over. Het Afghaanse volk is al zo vaak gebroken dat verder breken niet meer kan. Wat wél breekt is Prins’ achterland: Navo, kabinet, parlement, opinion leaders: iedereen is in rep en roer. En Prins zelf weet dat de toestand vrij hopeloos is. Hij vlucht in existentiële vragen: ‘Zijn we eigenlijk wel in staat tot duurzaam medelijden, tot wezenlijke verantwoordelijkheid, waar zit het kwaad?’ Vragen waarvan zijn ondergeschikte Jan Blom gruwt: ‘Ik kan jouw blik niet meer zien. Die binnenvettende, doffe modderblik. Die blik die de hele wereld vertroebelt. Die alles laat wegzinken in een hoogst genuanceerde modder. Van alles een beetje en in zijn totaliteit dus helemaal niks.’
Het staccato van dit tergende, nergens makkelijke openingen zoekende en ons daarin grandioos bij de les houdende debat tussen de moe geworden idealist en de suf gekakelde pragmaticus hoort tot de vele hoogtepunten van tekst en voorstelling. Hoe doodop of sufgeluld ze ook zijn, de intensieve bedrijvers van deze bebloede en bezwete retorica laten ons alle hoeken van de argumentenkamer zien. Eric de Vroedt is ook niet kinderachtig in de keuze van de klassieke voorbeelden aan wie hij zijn pennen en zijn messen slijpt. De in bomen bungelende, tot in details plastisch beschreven lijken en de hoog oplopende ruzies daarover onder de opgewonden passanten. De ingevlogen buitenlandse usurpator-tegen-wil-en-dank die het bed in duikt met een autochtone schone van grote reputatie. Sophocles’ Antigone en Shakespeare’s Antonius en Cleopatra waren, vermoed ik, steeds in de buurt op de werktafel van Eric de Vroedt. Net als Bertolt Brecht laaft hij zich aan deze giganten uit de toneelgeschiedenis, zíjn eigen figuren winnen erdoor aan scherpte, aan brutaliteit, aan kracht. Hij weet: grote stof vereist grote middelen. En zijn greep op die middelen is overtuigend genoeg.
(wordt vervolgd)

mightysociety6, tournee t/m 7 maart. www.mightysociety.nl