Volksbard speelt vieze spelletjes

De dolle dichter

Op weg naar Rotterdam ziet elke reiziger een rij met viltstift bijgewerkte posters met de beeltenis van Ad Melkert. De lijsttrekker heeft niet alleen zijn snor terug, er groeien ook horentjes uit zijn hoofd. Het woord ‘demonisering’ lag menigeen de afgelopen weken in de mond bestorven. Zie hier de meest krachtige en gangbare visualisering ervan. Alleen de hoefjes ontbreken nog.

De poëtische variant van Mefisto-Melkert werd twee dagen na de moord op Fortuyn geleverd door Gerrit Komrij. Getooid met de omineuze titel ‘Dichter des vaderlands’ schreef hij het sonnet De zittende politicus, dat NRC Handelsblad opnam tussen haar berichten over stoeten rouwende Rotterdammers en andere geschokte burgers. Komrij heeft klaarblijkelijk gedaan wat Dijkstal weigerde: Jip en Janneke-taal gebruiken om het gesundenes Volksempfinden een heldere ver taling te geven, ook voor de lezers van een keurige avondkrant. Opvallend is dat vooralsnog nergens nog op dit sonnet is gereageerd, terwijl Komrij zich de dichterlijke vrijheid heeft gepermitteerd om Melkert een ‘monster’, zelfs ‘het echte monster’ te noemen, die ‘glimmend van de pret’ een pirouette maakt in de nacht na de moord, waarin hij uitroept: ‘Dank, dank, het monster is geveld’. Wordt gevolgd door: ‘Hij oefende het woord ‘geschokt’ voor morgen/ En sliep als twintig ossen kunnen slapen/ Straks is hij, voor de camera, vol zorgen/ Natuurlijk is hij zwaar tegen geweld/ Daar klinkt verdomd weer zijn belegen lied.’ Het monster, ‘ondragelijk rechtschapen’ loopt de straat op en ziet daar, eenvoudig gerijmd, nog steeds ‘het echte monster niet’.

Op dezelfde bladzijde van NRC Handelsblad als het sonnet is een foto geplaatst van een Rotterdamse vrouw in een grote stoet ‘rouwenden’, in de door columnist Ephimenco zo geprezen ‘serene’ sfeer. Ze houdt een bord in de lucht met de tekst: ‘Melkert, eindelijk rustig slapen? Dacht het niet’. Beide scribenten vertolken dezelfde, onder het electoraat levende onvrede en geven lucht aan hun ‘gevoelens’, zoals de waanzin van de afgelopen dagen zo deftig wordt genoemd. (In dezelfde stoet wordt Melkert voor ‘moordenaar’ uitgemaakt.) Twee volksdichters in één keurig avondblad tonen beiden de taak die de Dichter des vaderlands zichzelf klaarblijkelijk heeft gesteld: hij delft zijn gedichten direct uit de onderbuik, om ze zonder enige politieke reflectie uit de pen te laten vloeien.

Enig politiek benul had de in Portugal residerende volksbard behoed voor deze merkwaardige analyse. Want in deze retorische gemakzucht mist hij de politieke werkelijkheid van het moment. Natuurlijk sliep Melkert niet als twintig ossen nadat hij onbespied een pirouette had gemaakt. Op het moment dat de lijsttrekker van de Partij van de Arbeid hoorde van de moordaanslag op Pim Fortuyn wist hij natuurlijk ogenblikkelijk – immers de ‘raspoliticus’ die hij verweten wordt te zijn – dat alles verloren was. Hij zal wellicht niet direct hebben voorzien dat de beerput zo ver open zou gaan dat hele hordes Rotterdammers (vooral ook zijn eigen collega-Feyenoordfans) hem dood wensen, maar dat hij zijn politieke ambities vanaf dat moment drastisch naar beneden moest bijstellen, dat was voor elke huis-, tuin- en keuken-analist een uitgemaakte zaak, zeker voor Melkert zelf.

De woedende massa rouwenden heeft zijn eigen dichter die onder de rokken van het romantisch dichterschap vieze spelletjes speelt met de edele delen van het democratisch fatsoen. In het hol van het establishment beukt hij, doorgaans welbeschaafd, nu als de stereotiepe dolle dichter, en kleurt hij de horentjes bij die Melkert van de massa kreeg.