De politiek van een orkaan; de Fats Domino-factor; de plunderingen

De Domino-factor

Te midden van alle reportages over de overstromingsramp aan de Amerikaanse zuidoostkust is één bericht bijna onopgemerkt gebleven: Fats Domino is gered. De 77-jarige zanger werd door zijn dochter Karen, woonachtig in New Jersey, herkend op een foto in een noodeditie van The Times-Picayune uit New Orleans.

Daarop is te zien hoe Fats moeizaam uit een moerasmotorbootje wordt getild door twee reddingswerkers. Sindsdien heeft hij met zijn gezin onderdak gevonden bij een bevriende basketbalspeler in Baton Rouge. Maar waarom was hij in hemelsnaam in de stad achtergebleven? Het antwoord is even eenvoudig als de vraag en het zegt meer over de motieven en om standigheden van de achterblijvers dan alle beschouwingen over racisme, armoede, wa pen bezit en bijstandscultuur in het zuiden van de Verenigde Staten.

Fats Domino was in 1980 voorgoed naar zijn geboortestad teruggekeerd omdat hij schoon genoeg had van het podium. Hij kon moeiteloos leven van de opbrengst van zijn 110 miljoen verkochte platen. Hij verkondigde dat hij nooit meer een stap buiten New Orleans zou zetten omdat hij nergens anders zo lekker kon eten. Omgeven door Duitse herders die het publiek op eerbiedige afstand hielden, werd de kalende Fats een bezienswaardigheid in zijn roze huis met bijpassende Cadillac in de arbeidersbuurt Lower 9th Ward.

Toen Katrina naderde, had hij van zijn fortuin bij wijze van spreken een helikopter kunnen huren die hem binnen een uur buiten de gevarenzone bracht, maar hij wilde niet. «Nee, zei hij tegen me in dat prachtige zuidelijke accent van hem, ik blijf hier», aldus schrijver Charles Amann, die aan een boek over het muziekprogramma American Bandstand werkt en als laatste met Domino sprak voordat Katrina toesloeg. «Hij zei dat hij de vorige orkaan had doorstaan en dat hij deze ook wel zou overleven.»

Het zelfgekozen lot van Fats Domino bewijst dat het drama van de achterblijvers meer was dan een moraliteit van armoede, ras en noodlot. Wie het oude, sinds tien dagen vernietigde New Orleans ooit heeft bezocht, weet dat niets in die stad was wat het leek. Dat gold voor de travestieten in het Vieux Carré wier voorlopers ooit Tennessee Williams ontmaagdden evengoed als voor de corrupte stadsbestuurders die nu om het hardst roepen dat ze door de landelijke overheid in de steek zijn gelaten. «New Orleans is in de eerste plaats een stad voor speciale projecties, voor de dingen die je niet kunt doen, zien, denken, consumeren, voelen of vergeten in Jackson of in Little Rock of thuis op de bank in Topeka», schreef auteur Richard Ford, geboren in Mississippi maar getogen in New Orleans, vorige week in een aandoenlijk In Memoriam.

Blanken kwamen er voornamelijk om te genieten van de sfeer, het carnaval, de creoolse keuken en natuurlijk de gokhallen, exotische bars en bordelen met hier en daar een schietpartij als toegift. Voor hen was New Orleans een bewegend plaatje. Voor Fats Domino en miljoenen andere Amerikaanse zwarten was de Big Easy bijna tweehonderd jaar het enige ware toevluchtsoord binnen de landsgrenzen waar ze veilig waren voor het virulente racisme van het zuidelijke platteland en de noordelijke binnensteden. Buiten New Orleans met zijn Franse culturele erfenis was er alleen nog Frankrijk zelf, waarheen in de loop der decennia dan ook talloze zwarte jazzmuzikanten, schrijvers en activisten emigreerden.

New Orleans was de stad waar ze onder elkaar konden zijn en waar ze tegelijkertijd, dankzij hun tweederde meerderheid, werkelijk op voet van gelijkwaardigheid met blanken konden leven zonder de krampachtige kleurenblindheid te moeten voorwenden waaraan de wereld een Colin Powell of Condoleezza Rice te danken heeft. Het was ook de enige stad die standhield tegen de gangstarap die sedert de opkomst van MTV doorgaat voor «zwarte cultuur», een misvatting waarvan James Baldwin, Martin Luther King of Sarah Vaughan zich in hun graf omdraaien. Het beeld van dit New Orleans is de afgelopen week verdrongen door dat van de allerarmsten die er noodgedwongen achterbleven en hun begrijpelijke angst en ontreddering uitschreeuwden voor de spaarzame camera’s. En helaas zal dat laatste beeld waarschijnlijk blijven hangen.

Het is oppassen geblazen met alle berichten over geweld en verkrachting in de ondergelopen straten van de stad, in de Superdome of in het Conventie Centrum, waarschuwt een verslaggever van The Guardian die de hele week ter plaatse was. Tot nog toe zijn er geen aangiften gedaan, geen getuigenverklaringen opgetekend en geen berichten over verkrachtingsslachtoffers uit ziekenhuizen en noodposten binnengekomen. Het risico bestaat dat heel Amerika, en in zijn voetsporen de rest van de wereld, wederom zijn projecties van een zwart Sodom en Gomorra op de stad heeft losgelaten. Zelfs de bijschriften bij sommige foto’s die afgelopen week de wereld rondgingen, bewijzen het. Bij een foto van blanke plunderaars stond vermeld dat ze voedsel hadden «gevonden», bij een foto van een zwarte «plunderaar» stond dat hij zijn buit had «gestolen».

Net als 9/11 of de tsunami van Kerstmis 2004 is de overstroming van New Orleans een drama met meer facetten dan de Koh-i-Noor. In de komende weken en maanden zullen ze allemaal de revue passeren. Cryptocommunistische filmsterren, klimaatgoeroes, herboren christenen en Scientology-dominees maken dezer dagen hun opwachting in de stad om hun favoriete boodschap te verkondingen over de ruggen van de slachtoffers: het is een straf van God, het is de wraak van Kyoto, het is de schuld van Bush, enzovoort. De litanie van zelfingenomen buitenlandse commentaren waarin afgelopen week besmuikt of openlijk werd beweerd dat de Verenigde Staten toch eigenlijk geen beschaafd land zijn, was al even weerzinwekkend. «Wij kunnen niets van het verscheurde Amerika leren», schreef een commentatrice in The Independent, dezelfde krant die zich al weken bezighoudt met de vraag waarom Britse moslimjongeren bommen leggen in de ondergrondse.

Het lijkt onvermijdelijk dat de catastrofe van New Orleans binnen de kortste keren zal worden teruggebracht tot makkelijk te bevatten slogans over drugs, wapenbezit, bijstandscultuur, overheidstaken, bureaucratie en andere talking points waarvoor de internationale media inmiddels al even bevattelijk zijn geworden als de Amerikaanse. De stad kan toch niets meer terugzeggen. De zwarten die het ware verhaal van de laatste week zouden kunnen vertellen, worden als onmondige analfabeten op stretchers afgevoerd naar steden als Houston, Mobile en andere culturele vagevuren. De vraag waarom Fats in New Orleans bleef, zal al gauw niemand meer stellen.