Het Kosovo van Ramush Haradinaj

De Don van Kosovo

Op 5 maart begon in Den Haag het proces tegen de rijkste man van Kosovo, Ramush Haradinaj. De voormalige premier en UÇK-strijder heeft alles in huis om aan een veroordeling door het Joegoslavië Tribunaal voor – onder meer – oorlogsmisdaden te ontkomen.

Om de dans te ontspringen beschikt Ramush Haradinaj, de voormalige commandant van het Kosovo Bevrijdingsleger, het uçk, over motive, means and opportunity, zoals de Amerikanen zeggen. Motive ligt voor de hand: Kosovo verkrijgt dit jaar de felbegeerde ‘onafhankelijkheid’, zij het in een door de internationale gemeenschap wat afgezwakte variant. Dat is niet bepaald het moment voor een onafhankelijkheidsstrijder om zich tot levenslang te laten veroordelen, de straf die tegen hem is geëist. Wat de means betreft: Haradinaj – Ramush voor de Kosovaren – is inmiddels de rijkste man van Kosovo. Een ijzersterk advocatenteam bereidt zich voor op zijn verdediging. Ondertussen stroomt het geld binnen in het Haradinaj Fund, het fonds dat is opgericht voor Kosovaren die de behoefte voelen een financiële bijdrage te leveren aan Haradinajs verdediging. In een jaar tijd leverde dat 6,5 miljoen euro op. Vooral Kosovaren in de diaspora leveren grif, want in Kosovo zelf heeft Haradinaj het inmiddels verbruid.

Opportunities te over: Veel getuigen voor Haradinajs proces zijn verdwenen, vermoord of hebben zich teruggetrokken. En al is het Tribunaal apolitiek, evenmin onbelangrijk is dat de internationale gemeenschap Haradinaj liever in Kosovo ziet dan elders, omdat hij een cruciale rol speelt in het handhaven van de orde en veiligheid aldaar.

Weinig Kosovaren durven publiekelijk over hem te praten. ‘Haradinaj heeft hier de touwtjes in handen als een Don_._ We willen straks een onafhankelijk en democratisch Kosovo. Haradinaj brengt ons een dictatuur. Alleen het Joegoslavië Tribunaal kan ons nog van hem afhelpen.’ Dit zegt een Kosovo-Albanees uit Haradinajs thuisregio, die niet met zijn naam in de krant wil, omdat dit hem in levensgevaar zou brengen. Haradinajs tentakels, zo weet hij, reiken tot ver buiten de streek Dukagjini in Westelijk-Kosovo.

Tijdens het proces, dat op 5 maart begon, staan ook Haradinajs voormalige strijdmakkers Idriz Balaj en Lahi Brahimaj terecht. Alledrie worden beschuldigd van moord, verkrachting, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid én van deelname aan een criminele organisatie. Haradinaj is de hoogst geplaatste Kosovo-Albanees die door het Tribunaal is aangeklaagd.

Direct na de oorlog was Haradinaj vice-commandant van het Kosovo Protection Corps, een burgermilitie, oftewel de ‘nationale garde’, maar hij verruilde zijn functie al snel voor een carrière in de politiek. In april 2000 richtte hij zijn eigen partij op, de nationalistische Alliantie voor de Toekomst van Kosovo (aak). Na de verkiezingen van oktober 2004 schopte hij het tot premier dankzij een omstreden coalitie van zijn partij met de Democratische Liga van Kosovo (ldk), van oudsher de grootste partij van Kosovo, geleid door de vorig jaar overleden president Ibrahim Rugova.

Toen het Tribunaal hem in maart 2005 dagvaardde, trad Haradinaj af als premier. Mede dankzij zijn beheerste optreden – hij trad af te midden van huilende journalisten, ministers en adviseurs – bleef het rustig in Kosovo.

Haradinaj had zich gedurende zijn korte premierschap als een begaafd politicus ontpopt. Hij deed alles wat nodig was (lees: wat door het VN-interim-bestuur werd verlangd) om Kosovo met rappe schreden naar de onafhankelijkheid te loodsen. Daarom zagen radicale nationalisten in de aanklacht van het Tribunaal een sabotage-actie van de internationale gemeenschap. Unmik, het VN-interim-bestuur, probeert de Kosovaren van het tegendeel te overtuigen. Soren Jessen-Pettersen, speciale gezant van de VN, betreurde Haradinajs vertrek zelfs openlijk. Hij sprak van een ‘nabije partner en vriend’. De Serven zullen hem dat niet vergeven. Ook diplomaten die Pristina bezochten verklaarden in hun missierapporten dat Jessen-Pettersens vriendelijke woorden te ver gingen.

Evengoed had de man de toon gezet, ondanks of dankzij – dat is nog niet duidelijk – het openlijke machtsvertoon van Haradinaj. Toen afgevaardigden van het Joegoslavië Tribunaal in november 2004 in Kosovo waren om Haradinaj te ondervragen, hielden gewapende mannen van verschillende paramilitaire groepen het hoofdkwartier van Unmik onder schot. Al dan niet gemaskerd lagen ze op de daken van Pristina’s flats, goed in het zicht van Unmiks internationale diplomaten. Ze verdwenen pas toen Haradinaj in een persconferentie liet weten dat zijn treffen met het Tribunaal ‘voorbij’ was, zo schrijft het onderzoeksinstituut International Crisis Group in het rapport Kosovo After Haradinaj (mei 2005). Bij een eerdere confrontatie zag Unmik zichzelf volledig buitenspel gezet door het Amerikaanse leger. Op een nacht in juli 2000 vond er een vuurgevecht plaats in het Kosovaarse dorp Strellc, onderdeel van een bloedvete tussen de families Haradinaj en Musaj. De verzetsstrijder zelf raakte erbij gewond en werd in allerijl per helikopter weggevoerd door het Amerikaanse leger. Hij werd naar Duitsland gebracht voor een operatie in een Amerikaans legerhospitaal.

De Amerikanen hebben Haradinaj ondertussen meer geboden dan gezondheidszorg. Het National Democratic Institute (ndi), de wereldwijde democratiseringsorganisatie van de Democratische partij in Amerika, heeft Haradinaj opgeleid en klaargestoomd voor zijn politieke carrière. Met behulp van seminars, workshops en _fundraising-_trips in de VS leerde het instituut hem de kneepjes van het vak en hoe je als ex-guerrillaleider moet communiceren met internationale diplomaten op vredesmissies.

In april 2005 vroeg Haradinajs advocaat Ben Emmerson, een van de belangrijkste mensenrechtenadvocaten uit Engeland, om Haradinajs voorlopige vrijlating. Tot verontwaardiging van hoofdaanklaagster Carla del Ponte werd hem die gegund. Twee maanden later zat Haradinaj weer in Kosovo. Vanaf oktober mocht hij daar opnieuw in het openbaar verschijnen en zich mengen in politieke activiteiten, een luxe die andere beklaagden van het Joegoslavië Tribunaal niet hebben.

‘Dat is een grote fout geweest’, zegt een Navo-medewerker die twee jaar lang in Kosovo heeft gewerkt. ‘Ze hadden hem nooit mogen vrijlaten. Je ziet het ook in Bosnië en Afghanistan; na de oorlog worden de lokale machthebbers niet vervolgd.’

Het uçk geniet volgens de Navo-medewerker in de internationale gemeenschap nog altijd het imago van vrijheidsleger. Onterecht: ‘Hun militaire activiteiten waren beperkt. Ze hielden zich meer bezig met guerrilla, smokkel, drugs en andere maffiapraktijken. Door na het conflict direct verkiezingen te organiseren, heeft de internationale gemeenschap die criminele structuren gelegitimeerd, als politieke partijen.’ Over de aanklacht tegen Haradinaj zegt de Navo-medewerker: ‘Al zou maar twintig procent van de aanklacht waar zijn, dat alleen al maakt de betrokkene totaal ongeschikt voor elk politiek ambt.’

Uit een gelekt onderzoeksrapport blijkt dat de Duitse inlichtingendienst al tot de conclusie is gekomen dat Kosovo wordt beheerst door netwerken van enkele hooggeplaatste politici en internationaal opererende maffiabendes. En dat die geen belang hebben bij een functionerende staatsrechtelijke orde in Kosovo. Volgens de inlichtingendienst is het doel van deze netwerken juist om in Kosovo een ‘geschikte politieke omgeving’ te creëren voor hun criminele activiteiten. Politieke sleutelfiguren in die netwerken zijn volgens het gelekte rapport Hashim Thaci, chef van de politieke voortzetting van het uçk, zijn vertrouwelingen Xhavit Haliti en Ramush Haradinaj. De maffiabendes verdienen hun geld met smokkel van drugs, wapens en mensen en met de illegale handel in belastbare goederen.

‘Haradinaj geniet respect voor wat hij in de oorlog heeft gedaan. Sommige ex-soldaten hebben zich verenigd in extremistische groepen en milities. Zij steunen Haradinaj, en hij hen met geld. Daarmee heeft hij een verborgen macht. Iedereen in Kosovo weet dat. Een knip van zijn vingers en de boel escaleert.’ Opnieuw een citaat van een goed ingewijde Kosovo-Albanees uit Haradinajs thuisregio. Hij zucht van frustratie over wat hij in zijn geboorteland ziet gebeuren. ‘Haradinaj controleert vrijwel al het tabak-, alcohol- en voedselaanbod in Kosovo. Hij heeft zijn eigen mensen werken in het privatiseringsorgaan van de VN. Hij chanteert zakenlui. Zo kan ik doorgaan. Hij komt overal mee weg.’

Zijn macht is alleen maar gegroeid sinds hij terugkwam uit Den Haag. Zijn voorlopige vrijlating vormde voor de bevolking het bewijs dat hij onaantastbaar is. ‘Zonder internationale pressie kunnen we dit niet veranderen. Het Tribunaal is Kosovo’s enige hoop.’

Er is weinig reden voor hoop. Op 15 februari werd in Podgorica de 32-jarige Kujtim Berisha doodgereden door een Mercedes 190. Diverse media in de Balkan, waaronder Voice of America, meldden dat het ging om een kroongetuige in het proces tegen Haradinaj. Het Tribunaal houdt de namen van getuigen in het proces geheim. In internationale kringen in Kosovo circuleren geruchten dat inmiddels de helft van alle 99 geregistreerde getuigen is ‘uitgeschakeld’ voor het proces. Hetzij door auto-ongelukken, hetzij door omkoping of chantage.

Het is de vraag of Unmik in staat is getuigen te beschermen. Al meer dan een jaar geleden sprak hoofdaanklaagster Carla del Ponte voor de VN-Veiligheidsraad over de vorderingen van het Tribunaal. Haar meest vernietigende kritiek was gereserveerd voor Unmik: ‘Mijn kantoor heeft tegenwoordig meer moeilijkheden om documenten te verkrijgen van Unmik dan van welke andere plaats in voormalig Joegoslavië dan ook. (…) Het intimideren van getuigen is een buitengewoon groot probleem in Kosovo. Het is wijdverbreid, systematisch, en het heeft een ernstige impact op de gerechtsprocedures van het Tribunaal.’