TONEEL

De dood gaat in het wit

Moes

Fietsen door Amsterdam-Noord, dat is volgens mij de mooiste route naar deze voorstelling: eerst de veerpont met de onverslaanbare vergezichten, dan via de welhaast klassieke schoonheid van het Purmerplein en de lelijke Volendammerweg op naar de eindbestemming, het Volkstuinpark Buikslotermeer. Ik ben in een romantisch-nostalgische bui die eerste juli, Anton Tsjechov zit al weken in mijn kop, in afwachting van de beoogde wandeltocht schiet het door me heen: dit is wat Lopachin uit de kersentuin van mevrouw Ranjevskaja had willen slepen. Een groot terrein met kleine kavels, zelfgebouwde huisjes, tuinen vol eigen kweek, hek eromheen, acht maanden toegankelijk, deel van de herfst en de volle winter potdicht. Deze boerenzoon, dit tuinderskind is voor het eerst van zijn leven op een terrein met volkstuinen van stadse grondwroeters.

Motief voor dit bezoek: het muziektheaterproject #Moes van Adelheid Roosen en Paul Koek, Veenfabriek en Zina, locatietheater met buitenissige types. Ik word hartelijk begroet door een mevrouw van de tuinen, die mij vraagt na te denken over de uitdrukking ‘het hoofd boven het maaiveld’. Voor ik aan dit huiswerk kan beginnen word ik ingedeeld bij de groep 'rood’, een struise mevrouw beheert de groepswandelkaart. #Moes is namelijk een nogal loperige voorstelling.

Onze eerste halte hoort bij de toneelspelers Reinout Bussemaker en Joep van der Geest die flarden spelen uit Eindspel van Samuel Beckett, de laatste afrekeningen tussen twee fysiek en geestelijk getormenteerde individuen in een eindtijd. Net als je begint te denken: hoe komen ze hier uit, zíjn ze eruit en stellen ze zich voor als Alex en Richard die op het complex buren zijn - Alex is nog aan het bouwen en Richard doet aan natuurtuinieren, of omgekeerd, dat ben ik vergeten. De manier waarop hier een loopje wordt genomen met fictie (Beckett met de ruis van de A10 op de achtergrond) en nagespeelde realiteit werkt aanstekelijk en meteen ook prettig verwarrend als we na een stevige wandeling worden ontvangen door Ineke en Remco, twee echte volkstuiniers, die een eetbaar (pittig en zeer smakelijk) college geven over vergeten groenten, terwijl achter ons een luidruchtige twist ontbrandt tussen buren die wij niet te zien krijgen omdat ze niet op onze route liggen.

Ik zie Titus Muizelaar en Bert Luppes wel voorbijflitsen, zoals ik engelen tegenkom, er opeens een mysterieuze danseres in het struweel opduikt en overal geluiden en muziek te horen zijn (de inbreng van Paul Koek cum suis), maar Muizelaar en Huppes horen niet tot het repertoire van ónze avond. Die eindigt overigens in het huisje van een personage dat wordt gespeeld door Adelheid Roosen, een vrouw die een mix is van een voormalig tuinhuisbewoonster en Roosens in de mist van Alzheimer dolende moeder, een intrigerend verhaal, mooi sober vormgegeven en barok gespeeld, dicht op de huid van echte mensen en hun nachtmerries of weelderige dromen, waarvan er eentje misschien gaat over de herontmoeting met een gestorven man, of met de dood, die in het wit gekleed gaat en voor de gelegenheid een trombone bij zich heeft, waar immers mooiere muziek uit komt dan uit een zeis. Ook bij die scène denk je onwillekeurig: hoe komt ze hier úit, en voor je het weet staat ze weer voor je, als Adelheid herself, die als een Toon Tellegen-olifant het verhaal uitblaast. Dan is het voorbij en worden we naar de kantine gelokt, met bier, bitterballen, een hoempapa-orkest en veel Mokumse geselligheid, allemaal gegronde redenen waarom ik nooit op een volkstuincomplex zal gaan wonen en er nu derhalve snel weer uit wegvlucht. Met achter mij de herinnering aan een mooie zomeravond met prettig gestoorde mensen, dat dan weer wel.

Moes is nog t/m zondag 10 juli te zien op Tuinpark Buikslotermeer in Amsterdam Noord, www.ffnaarmoes.nl