De dood in de ogen

Toneelgroep STAN uit Vlaanderen speelt Thomas Bernhards stuk ‘Über allen Gipfeln ist Ruh’ onder de titel ‘Alles is rustig’. Nog even in Vlaanderen te zien, komend najaar uitgebreid op toernee in Nederland én Vlaanderen, van 17 september tot en met 12 november.

Het meest hilarisch is het vierde bedrijf. De bekende schrijver, Meneer Meister, laat zich ondervragen door de juffrouw die op zijn hoofdwerk Dé tetralogie over professor Stieglitz hoopt te promoveren. Deze juffrouw Werdenfels is een kruising tussen de televisiepresentatrices Hanneke Groenteman en Petra Possel - gezelligheid vermengd met een paniekblik in de ogen: ‘kunst-is-wel-ont-zet-tend-ingewikkeld’. Omdat wij onwetend zijn - over de tetralogie van de beroemde schrijver is nog weinig meer onthuld dan dat de hoofdrolspeler professor Stieglitz heet - werkt het gesprek bijzonder komisch. De megalomane auteur verschuilt zich ook voortdurend achter zijn hoofdpersonage. En hij kraamt een overdosis klinkklare onzin uit. 'Je bent je leven lang aan het werk/ en je hebt niets in de hand/ de schrijver of de dichter/ heeft generlei garantie/ zegt Stieglitz in de Dolomieten helemaal alleen tot zichzelf/ Dan ben je eindelijk zover dat je kunt beginnen/ dat je schrijven kunt/ en dan overkomt je een of andere onpasselijkheid/ een slechte maag een bloedvergiftiging/ en het is weer mis/ ontelbare aanzetten steeds opnieuw/ dat alleen al vereist de hardnekkigheid van een roofdier/ aldus het letterlijke Stieglitzcitaat.’ Wanneer de maestro in het elfde bedrijf besluit uit zijn tetralogie voor te lezen, blijken zijn schrijfsels anekdotisch geouwehoer. Ik verdenk Thomas Bernhard ervan dat hij eigenlijk een karikatuur van Thomas Mann heeft willen schrijven, met name van diens dagboeken. Toneelgroep STAN heeft flink in de tekst geschrapt. De nevenpersonages van de journalist en de uitgever zijn gesneuveld. De hulp in de huishouding en de postbode zijn in elkaar geschoven. Centraal staat de driehoek Meister (Damiaan De Schrijver), Mevrouw Meister (Sara De Roo) en de promovenda Juffrouw Werdenfels (Jolente De Keersemaeker). Zij bevinden zich op een benauwend klein speelvlak van nauwelijks drie meter diepte, volgepropt met nauwkeurig gerangschikte voorwerpen, meubels en boeken. De achtergrond is een wit doek waarop een landschap wordt geprojecteerd, een heuvelachtig gebied waarin het een zonnige middag is, daarna langzaam nacht wordt en daarna weer ochtend. Verder verklap ik niets over deze projectie, behalve dat het een wonder van schoonheid is. Dat is ook het spel. Het genie van Thomas Bernhard ligt in het feit dat je nooit weet hoe je als toeschouwer moet reageren: daverend lachen of met de hand voor je mond snikken. Dat hebben de acteurs van STAN verdomd goed begrepen. De grondtoon is een milde ironie die uitloopt in een doodlopende steeg van mateloos verdriet. Ik heb begrepen dat een van mijn collega’s de voorstelling betitelde als 'verontrustend rustig’ - en dat was geloof ik niet als compliment bedoeld. Ik zou als motto voor deze voorstelling eerder kiezen voor: glimlachend de dood in de ogen zien. En dat heeft alles te maken met het Leitmotiv van deze productie. Goethe’s gedicht waaraan Thomas Bernhard de titel van zijn stuk (1981) heeft ontleend. 'Über allen Gipfeln/ Ist Ruh/ In allen Wipfeln/ Spürest du/ Kaum einen Hauch/ Die Vögelein schweigen im Walde/ Warte nur balde/ Ruhest du auch.’ Het lied wordt meermalen in deze voorstelling gezongen. Het sluit aan bij de griezelige kanten van het hoofdpersonage Moritz Meister. Hij doet enge uitspraken over de joden en dat zij hun noodlot aan zichzelf te danken hebben. En wij weten ondertussen waar dit Goethe-gedicht, dat overigens 'Ein gleiches’ heet, is geschreven. In een bos in de buurt van Weimar, waar Goethe aan het begin van de vorige eeuw politicus en theaterdirecteur (én schrijver én regisseur was). Dat bos was een beukenbos. In het Duits: Buchenwald. Ziedaar de wanhoop die in dit vers, en in het stuk van Thomas Bernhard is verstopt. De Vlaamse toneelspelers van STAN hebben een meesterwerk afgeleverd. Een hommage aan Goethe, aan Bernhard én aan de complexiteit van de Duitse (cultuur)geschiedenis. Hulde!