De dood van een voetballer

De breed gezaaide opinie in de Verenigde Staten dat voetbal vanwege het gebrek aan full contact eigenlijk een ‘sport voor mietjes’ is, kreeg afgelopen zaterdag een forse knauw met de dodelijke schoten op de Columbiaanse voetballer Andres Escobar.

De onfortuinlijke verdediger maakte 22 juni in de wedstrijd tegen het USA-team een beslissend doelpunt in eigen goal, en bezegelde daarmee het lot van de daarvoor nog als winnaar getipte ploeg. Daags na terugkomst werd Escobar met twaalf schoten geexecuteerd op de parkeerplaats van een nachtclub in de buitenwijken van Medellin, nadat drie mannen en een vrouw hem woedend hadden aangesproken op zijn onvergeeflijke fout. ‘Bedankt voor het eigen doelpunt, hoerenzoon’, voegde een van de moordenaars de voetballer volgens omstanders toe, net voordat de schoten weerklonken.
In de Colombiaanse pers werd aanvankelijk de indruk gewekt dat het ging om een geescaleerd verhit dispuut naar Latijns-Amerikaanse traditie, maar inmiddels rouleren de verhalen dat het hier gaat om een geplande executie. Basis voor die theorie is een getuigeverklaring van een man in een personenbusje, die een uur voor de moord door de daders werd gekidnapt. De daders hadden zijn wagen gestolen en voegden hem toe dat hij pas in vrijheid zou worden gesteld nadat 'de zaak was afgehandeld’. 'Dit was geen spontaan geweld’, aldus ook een politiewoordvoerder van Medellin, 'het was een executie’.
Voor Colombiaanse begrippen is er niet zo veel nieuws onder de zon. De leden van het uit de gunst geraakte nationale team waren al met met dood bedreigd, en de ervaringen in het land leren dat daar ernstig mee moet worden omgesprongen. Nog vers in het geheugen ligt de moord op een grensrechter in 1989, die tijdens een wedstrijd tussen de teams van de rivaliserende cocainesteden Medellin en Cali een doelpunt van Medellin wegens buitenspel had afgekeurd.
De drugskartels in het land zijn geheel vergroeid geraakt met het voetbalwezen, zo signaleerde Colombia’s minister van Justitie Rodrigo Lara Bonilla al in 1983. Wellicht een van de redenen waarom hij een jaar later om het leven werd gebracht. In 1990 verbood de Zuidamerikaanse Voetbal Federatie het spelen van internationale wedstrijden op Colombiaans terrein. Te vaak waren er moordzuchtige bedreigingen aan het adres van de clubs binnengekomen. Verhalen als zouden de cocainekartels van het land miljoenenwinsten maken met het gokken op wedstrijduitslagen die ze met veel dreigementen richting spelers en scheidsrechters wisten te forceren, circuleren hardnekkig. Ook in WK-verband doken deze verhalen op, en niet geheel zonder grond. Zo kreeg de Colombiaanse verdediger Jaime Gabriel Gomez vlak voor de start van de kampioenschappen in Amerika zoveel doodsbedreigingen binnen dat hij van deelname aan het toernooi afzag.
De commentaren in de Nederlandse voetbalpers naar aanleiding van de moord op Escobar worden vooral getekend door scepticisme over de nu eenmaal snel ontvlambare Latijns-Amerikaanse gemoederen. In Europa zal dat zich niet zo snel voordoen, is de teneur. Algemeen-Dagbladcommentator Ton de Visser is niet geheel zeker van deze cultuurrelativistische benadering. 'Het zou een rampzalige denkfout zijn nu te concluderen dat dergelijke excessen typisch Zuidamerikaans zijn en te doen alsof het ons Europeanen niet aangaat’, aldus de Visser in zijn rubriek Terzijde van afgelopen maandag. 'De eerste sportexecutie is een schok, bij de tweede begint de gewenning in te treden en bij de derde hoort het erbij. Diezelfde onverschilligheid - abusievelijk wel voor tolerantie versleten - heeft ertoe geleid dat een klein groepje voetbalvandalen 'swerelds populairste sport nu al bijna twee decennia in gijzeling houdt. Ooit waren supportersrellen ook het exclusieve recht van het Zuidamerikaanse voetbal.’ De remedie die de AD-commentator in al zijn getergdheid aanraadt, wordt echter door al even grote bloeddorstigheid gekenmerkt. Hij stelt voor 'de moordenaars van Escobar ten overstaan van een juichend stadion op de middenstip te executeren, compleet met herhalingen en vertraagde beelden. Wellicht dat het andere fanatici dan duidelijk is dat sportexecuties niet de goedkeuring wegdragen van het Colombiaanse volk.’
Ondertussen begint het erop te lijken dat ook op het oude continent de verwildering van de voetbalzeden danig om zich heen grijpt. Terecht zette Ruud Gullit een advocaat in tegen de Haagse zakenman die als wraak voor Gullits weigering om met Oranje naar de VS te gaan T-shirts liet drukken met even primitieve als beledigende teksten als 'Eet op die banaan, Gullit blijf in Milaan’. Het familieweekblad Story meldt deze week dat Gullits reden om niet mee te voetballen ook is voortgekomen uit bedreigingen. De Italiaanse onderwereld had volgens het blad gedreigd Gullits vrouw en kind te ontvoeren als de sterspeler van FC Milaan naar de Verenigde Staten zou zijn vertrokken.
Opmerkelijk is dat het blad op de cover nog een sappige aankeiler geeft van een verhaal als zou Gullit zich, net als de tragische figuur van Diego Maradonna, van de WK hebben teruggetrokken vanwege een dopingschandaal. 'Vonden artsen verboden stof?’ schreeuwt het vanaf de cover, maar in het desbetreffende verhaal wordt deze hypothese niet waargemaakt. Volgens het blad zou het gaan om het door de wereldvoetbalbond Fifa verboden stof cortison, een middel tegen huidkwalen. Het optreden van allergische reacties na gebruik van dit middel zou Gullit fataal zijn geworden. Dit verhaal wordt echter met zoveel slagen om de arm voorgeschoteld dat er alle reden is tot ongeloof. Waarschijnlijk was de wens hier de vader van de gedachte. Nederland bestraft zijn 'voetbalverraders’ op geheel eigen wijze.