De dood van Fjodor de kraai

De katten in de tuin van de Turkse sultan kwamen de hele nacht aan me snuffelen. Maar ze aten me niet op. Omdat ze misschien ook wilden dat mijn verhaal verteld moest worden. De hele nacht lag ik daar onder de vijgenboom, wachtend op de dood. Met mijn snavel kon ik wel bij de vijg komen die naast mijn bloedloze lijf open was gevallen. Elke keer als ik wakker werd van een lege, eindeloze slaap prikte ik in die vijg. Zo haalde ik de ochtendstond bij de Bosporus.
Beste jongen, het was niet de wil om te overleven die mijn vleugels de kracht gaf om op te stijgen, maar het gillen van prinses Binnaz. Het eerste wat ze deed toen ze opstond was natuurlijk in de spiegel kijken. Nee, prinses Binnaz had dankzij mijn bloed in haar maag niet de schoonheid gekregen van de meisjes uit Caracas. Ze schreeuwde zo hard dat niet alleen de muren van het paleis trilden, maar ook de wind van richting veranderde en het water van de zee grijs weg sloeg.
De vele angst voor Binnaz en het beetje verse vijg hadden gemaakt dat ik nu was opgestegen en in de vijgenboom stond. Ook al had die lelijkerd die nacht ervoor al mijn bloed opgedronken. Ik stond daar in die boom, bibberde door al mijn lijf, had niet eens de energie om te krassen dat ik Binnaz vervloekte en probeerde te besluiten wat ik met mijn laatste uren moest doen, beste jongen.
Jan Pieter voerden ze nog af, dat zag ik wel vanuit de vijgenboom. Nu Binnaz niet mooier was geworden door het bloed van een kraai uit Caracas moest zijn kop maar rollen. Ik raapte al mijn kracht bij elkaar en slaakte een kreet van vreugde toen het grote hoofd van de Nederlander, die al mijn plannen had gedwarsboomd, in het al weer blauwe water van de zee rolde.
Ik probeerde het en het lukte me. Ik vloog weer. En ik wist waar ik wilde doodgaan. Ik wist waar mijn vlees en mijn botten moesten verworden tot aarde en plant.
Ook de wind was inmiddels bekomen van de angst voor Binnaz en woei weer normaal, mij in de rug steunend in mijn reis naar het oosten. Ik vloog boven de bergen van de Zwarte Zee. Ik volgde de wind en vloog boven de steppen van Klein-Azië, het werd af en toe zwart voor mijn ogen maar toch vloog ik boven dorpen waar herders liedjes zongen over de jonge troubadour die nog steeds op zoek was naar de Perzische prinses die hem in zijn droom was beloofd. Tijdens het vliegen droomde ik en zag Diego, Paulo, mijn kinderen op het eiland, de man in Rusland waarnaar ik genoemd ben…
De wind werd steeds harder en bracht me diezelfde dag nog naar de woeste bergen van hier. Ik heb het erg koud gehad boven deze bergen, lieve jongen. Ik dacht dat ik boven deze bergen de geest zou geven. Maar het is de wind gelukt om een kraai die zo goed als dood is naar deze vlakte op de bergen te brengen. Een plek waar de rivier net zo zwart is als het lot van de mensen hier, waar de hemel net zo blauw is als de humor bij de minstbedeelden en de weilanden net zo groen zijn als de ogen van de jongens hier.
Ik ga dood, lieve jongen. Hier op het groen van Ardahan ga ik dood. Zorg ervoor dat je op deze wereld komt, van het graan eet dat van de grond van mijn lijf is, groot genoeg wordt om te vertellen. Zorg ervoor dat je mijn verhaal vertelt.
Vaarwel mooie wereld, ik zie je wel weer als de groot geworden jongen begint te verhalen…
Dit was de laatste aflevering