De dood van napoleon

De allereerste zin in het allereerste artikel in mijn allereerste boek luidde als volgt: ‘Als men negenhonderd leden van de Waffen-SS om elf uur ’s morgens gebogen ziet zitten boven een portie Schweineschnitzel, Schweinekeule of Schweinebraten, beseft men pas goed dat een varken een in hoge mate onrein dier is.’

Vergeef me, ik was jong en moest het vak nog leren.
Het is niet onmogelijk dat ik het varken onrecht heb aangedaan - en velen met mij. In werkelijkheid weten wij niet veel van dit beest. Het is intelligent, dat is bekend. Is het ook aardig? In elk geval heeft het zijn reputatie tegen, net als de rat, waarvan Maarten ’t Hart nochtans op wetenschappelijke wijze heeft bewezen dat hij de liefste, meest beschaafde en meest muzieklievende aller knaagdieren is.
In de cultuurgeschiedenis is nauwelijks een vriendelijk woord over het varken te vinden. De uitdrukking ‘Hij is bij de varkens grootgebracht’ wijst op een persoon met een hoog onhebbelijkheidsgehalte. 'De mens op zijn best is half engel, half zwijn. ’t Meest zal de verdeling ongunstiger zijn’, dichtte J.B.Charles. In het Scheldwoordenboek is het varken, anders dan zijn collega-viervoeters, prominent aanwezig. 'Jij zwijn, jij smerig varken’, zegt de vrouw tegen haar man, die met ongewassen voeten het echtelijk ledikant betreedt. Zij zal het niet in haar hoofd halen hem met stier, koalabeer, paard (nobel!) of kangoeroe te vergelijken, hoogstens - als daar reden voor is - met een ezel.
Wij tolereren het varken tot op eenjarige leeftijd. Drie jaar geleden werd de bioscoop veroverd door de kinderfilm Babe, een buitengewone big. Dat portretteerde een biggetje dat de ambitie had een herdershond te worden. Tot tranen toe geroerd begaf het jeugdige publiek zich na afloop naar McDonald’s en bestelde daar (werkelijk waar) niet de gebruikelijke Hamburger, maar een Chicken McNugget. Walt Disneys Drie kleine biggetjes (Knir, Knar en Knor) vertegenwoordigen het goede tegen de vraatzucht en roofzucht van de Grote Boze Wolf. Eenmaal volwassen geworden deugen zij alleen maar als boterhamworst of sukadelapje. Beroemd en berucht zijn zij geworden als de bad guys in George Orwells Animal Farm. Zij maakten zich meester van de Herenhoeve en terroriseerden onder aanvoering van het norse mannetjesvarken Napoleon de andere dieren. 'Napoleon was een groot en nogal woest uitziend beest, tamelijk zwijgzaam, maar met de reputatie dat hij zijn zin wist door te drijven.’
In meerdere opzichten staat het varken, wentelend in zijn eigen drek, in een kwade reuk. Zijn positie op de menukaart is aanmerkelijk lager dan die van het lam of het rund. Een uitzondering is het varkenshaasje. Het is een kwestie van sfeer, varkensvlees is varkensvlees, maar het begrip varkenshaas klinkt aanmerkelijk verteerbaarder, zelfs in saté-vermomming.
Nu het varken inmiddels met een vernietigend begrip als varkenspest wordt geassocieerd, is hij zijn laatste krediet kwijtgeraakt. Vandaar dat wij hem, en zijn soortgenoten, deze week met tonnen tegelijk hebben zien wegvoeren, het ontzielde lichaam bungelend in de klauwen van de grijper, zonder dat iemand een traan om die smerige beesten heeft gelaten - behalve zijn baas, de boer, die beter weet.