Age of Rage © Jan Versweyveld

Het is altijd een moeilijk moment na die beroemde tienjarige Trojaanse Oorlog. Menelaos en Helena ontmoeten elkaar weer. Menelaos heeft een oorlog gevoerd, vele mensen gedood en een stad verwoest, omdat de Trojaanse prins Paris zijn vrouw Helena met haar warme instemming had geschaakt en meegenomen naar Troje. Helena is nu zijn gevangene en zij windt hem – althans in het toneelstuk Trojaanse vrouwen van Euripides – weer als vanouds om haar vinger. Maar zo gemakkelijk gaat het niet in Age of Rage van Ivo van Hove. Menelaos (Gijs Scholten van Aschat) en Helena (een dubbelrol van Chris Nietveld die ook haar zuster Klytaimnestra speelt) dansen met elkaar, een gecompliceerde dans vol afstoting en aantrekking (choreografie: Wim Vandekeybus). Een dans vol tegengestelde emoties. Er wordt geen woord gezegd.

Om eerlijk te zijn had ik het volstrekt niet verwacht. Dat Ivo van Hove, al meer dan twintig jaar directeur van Toneelgroep Amsterdam (nu Internationaal Theater Amsterdam) in staat zou zijn zich volledig te vernieuwen. Hij staat te boek als een effectieve, maar enigszins afstandelijke en koele regisseur, die de emoties vooral bij de toeschouwers laat. Nu maakt hij in het Holland Festival in samenwerking met Wim Vandekeybus een zeldzaam lichamelijke en hartstochtelijke voorstelling. Voor Age of Rage, dat in het geheel door jong en oud weergaloos wordt gespeeld en gedanst, heeft Van Hove samen met dramaturg Koen Tachelet een lange, eigenzinnige, selectie gemaakt uit vele Griekse tragedies, in de vertaling van Gerard Koolschijn, één van Aischylos (Agamemnon) en zes van Euripides. Daarmee vertellen ze het verhaal van de Atriden, de zonen van Atreus, die zijn broer Thyestes bij wijze van verzoeningsdiner diens eigen kinderen als wildbraad opdient.

Maar dat zijn lang niet de enige kinderen die in deze voorstelling worden afgeslacht. Het begint er mee dat Agamemnon, Atreus’ zoon (een sterke Hans Kesting), als generaal wordt gedwongen zijn eigen dochter Ifigeneia te offeren opdat de wind opsteekt en de Griekse vloot naar Troje kan varen om Helena, vrouw van zijn broer Menelaos, op te halen. Het begin van de Trojaanse Oorlog.

Iedere oorlog vraagt levens van jonge mensen, maar hier ligt de nadruk speciaal op kinderen die worden gedood, zoals ook aan het eind van de oorlog de kleine Astyanax, de kleinzoon van de overwonnen Trojaanse koning Priamos en zijn vrouw Hekabe. Maar ook – minder bekend – hun dochter Polyxene die door de Grieken onschuldig wordt geofferd op het graf van Achilles en hun zoon Polydoros, die verstopt was bij een bevriende koning en door hem wordt verraden en vermoord. Geen wonder dat jonge mensen in opstand komen tegen de volwassenen, in de straten van Parijs en op de pleinen van Madrid, lijkt Van Hove te zeggen. We zien die opstandige jonge mensen van nu in levensgrote projecties van scenograaf Jan Versweyveld.

Ook de kinderen van de vermoorde koning Agamemnon, zijn zoon Orestes en zijn dochter Elektra, komen in opstand en ze doden na enige aarzeling koelbloedig hun schuldige moeder Klytaimnestra (een vorstelijke Chris Nietveld) en haar minnaar Aigisthos (een vrolijk dansende Achraf Koutet). Jong tegen oud? Zo eenvoudig ligt het niet. Want die jonge Elektra (een strenge Hélène Devos) en Orestes (een onbezonnen Majd Mardo) lijken dezelfde fouten te gaan maken als hun ouders en ze dreigen aan het einde zelfs Hermione, de dochter van Menelaos, die met alle intriges niets van doen heeft, ijskoud te vermoorden.

Hermione wordt net als Ifigeneia en al die andere jonge slachtoffers gespeeld door één actrice, de jonge en frêle Ilke Paddenburg, in een onschuldig roze jurkje. Aanvankelijk is zij springerig en blij, dan al gauw ernstig en vroegoud. Zij maakt ook deel uit van een ‘koor’ van jonge meisjes (en één jongen) dat nu eens niet zingt of declameert, maar expressief danst op de verpletterende muziek van Eric Sleichim en zo de gevoelens van angst, boosheid, wanhoop laat zien die de gedragingen van volwassenen en de ondergang van de wereld (dat wordt er een beetje bij gesleept) bij hen oproepen.

Uiteindelijk moet in de versie van Euripides Apollo, god van kunsten en wijsheid, de oplossing afdwingen en een einde maken aan alle conflicten. Niet zo’n democratische gedachte. Euripides nam dat volgens mij niet erg serieus, hij geloofde niet zo in die goden, maar hier lijkt Apollo enigszins op Ivo van Hove zelf. Als dat zo is, en de suggestie is dat de kunsten ons de weg moeten wijzen uit de problemen, vind ik dat op dit Holland Festival een interessante conclusie.

Holland Festival, t/m 27 juni, hollandfestival.nl