FILM

De dood wacht

Never Let Me Go

Recente ervaringen met boekverfilmingen, die naar Cormac McCarthy (No Country for Old Men) of naar Charles Portis (True Grit) of naar C.S. Forester (The African Queen), leren één ding: wie het verhaal kent stapt de film met behoorlijk wat voorkennis binnen. En is dat wel gewenst? Als je bijvoorbeeld weet dat de protagonist in The Road aan het einde doodgaat, zie je misschien een andere film dan iemand voor wie die kennis niet voorhanden is. Ik neem de proef op de som en leg Kazuo Ishiguro’s Never Let Me Go op het stapeltje: te lezen. Om blind te kijken naar Mark Romaneks filmversie ervan.

De boekverfilming. Je kunt ook zeggen: dit verhaal is zo complex, zo dicht gevlochten, dat je alles erover wil weten, de personages van binnenuit wil leren kennen. Dit is precies het geval bij Never Let Me Go. Op het moment dat de film was afgelopen, verlangde ik al naar het lezen. Want ik wil eens en voor altijd achter het geheim van de relatie tussen verzorgster Kathy (Carey Mulligan) en donor Ruth (Keira Knightley) komen. En ik wil de vraag beantwoord waar Tommy (Andrew Garfield) dan precies in past. Hapklare antwoorden geeft regisseur Romanek in ieder geval niet. Dat is niet bedoeld als compliment. Eerder dan het karakter van de personages uit te diepen en zo hun relatie tot thema en setting te communiceren, lijkt hij bezig vorm te geven aan de onderliggende toon van verlies en melancholie in een anti-utopische setting die veel weg lijkt te hebben van Engeland in de jaren veertig of vijftig. Dat is allemaal te veel film, te weinig verhaal.

Aan de andere kant: dit is geen literatuur, maar film. Wat ook muziek betekent. Nog een minpunt in Never Let Me Go is dat de Britse componist Rachel Portman erg veel nadruk op het sentimentele legt. Met uitgerekte stukken viool wordt de kijker op de neus gedrukt hoe vreselijk het is dat de lichamen van Kathy, Ruth en Tommy, net als de andere kinderen in de scholen en boerderijen waar ze opgroeien, zullen worden gebruikt voor het oogsten van organen voor gebruik in operaties om het leven van doodzieke mensen te redden. De thema’s onschuld en dood en onbeantwoorde liefde en onderdrukt verlangen worden hierdoor slechts oppervlakkig uitgewerkt.

Effectiever is Never Let Me Go in het uitbeelden van setting, vooral de scènes in Hailsham, de landelijk gelegen kostschool waar de kinderen worden klaargestoomd voor het ‘leven’ als donoren. De kleuren zijn doorgaans herfstig, met veel grijs en bruin. De gedempte visuele stijl creëert een retro-futuristische sfeer die goed past bij het typisch Britse anti-utopische genre (onder anderen George Orwell, Aldous Huxley, P.D. James). Ook de jaren-vijftigjurken van directeur Miss Emily (de altijd schitterende Charlotte Rampling) versterken motieven rond repressie en eenvormigheid. De kinderen mogen niet denken, ze moeten alleen maar de regels volgen. Natuurlijk, de waarheid komt langzaam naar buiten. Maar dan is het al te laat: Kathy is verliefd op Tommy die verliefd is op Ruth. En altijd wacht de dood, maar nu nog niet. Nu borrelen de tieners van gevoelens en verlangens. En hoop. Het leven als ontdekkingsreis: ‘Je moet weten wie je bent en wat je bent. Dat is de enige manier om een goed leven te leiden.’ Dat zegt een lerares tegen de kinderen. Ze wordt meteen ontslagen.
Van dit soort momenten, waarin de relatie tussen de personages en het grotere, verschrikkelijke thema duidelijk wordt, zijn er te weinig in Never Let Me Go. Daardoor laat Romaneks film mij met een onbevredigend gevoel achter. Geeft niet. Ik pak Ishiguro’s boek. ‘Chapter One. My name is Kathy H. I’m thirty-one years old, and I’ve been a carer now for over eleven years.’

Te zien vanaf 28 april