De doodsangst van bill gates

Dat gaat me toch een revolutie worden, die digitale snelweg. De rijkste man ter wereld schreef er een boek over. Vol ouwe koeien.
Bill Gates, De weg die voor ons ligt. Uigeverij Meulenhoff, 304 blz. f39,90.
GOOI DIT WEEKBLAD onmiddellijk weg. Ren naar de computerwinkel. Schaf voor de maximale leencapaciteit die de bank u gunt alles aan wat maar enigszins met Internet te maken heeft. Want via die digitale snelweg ‘staat opnieuw een revolutie voor de deur’, die ‘alles zal veranderen’. De beklagenswaardige geesten die niet meedoen, zullen de twintigste-eeuwse varianten blijken op de boeren die zich in de vorige eeuw verzetten tegen de stoomtrein omdat hun koeien daar zure melk van zouden geven.

Zo luidt in een notedop de evangelisch getinte boodschap die Bill Gates afgeeft in zijn zojuist verschenen eerste boek, De weg die voor ons ligt (The Road Ahead). Gates biedt zich daarin aan als gids voor de reis die wordt ondernomen. Een aanbod dat niet zonder meer kan worden afgewimpeld, aangezien Bill Gates (40) ook toevallig voor de rijkste man ter wereld doorgaat.
Gates heeft die status bereikt middels het bestuursvoorzitterschap van het Amerikaanse bedrijf Microsoft, ’s werelds grootste softwarebedrijf. De verkoop van computerprogramma’s heeft Bill Gates een vermogen opgeleverd van naar schatting dertien miljard dollar. Met zijn boek toont Gates in ieder geval aan dat het vermogen om leesgenot te genereren geen gelijke tred hoeft te houden met het financiele vermogens van een auteur. ‘Dit boek is serieus bedoeld’, waarschuwt het voorwoord heldhaftig, om te vervolgen dat 'het best kan zijn dat men daar over tien jaar anders tegen aankijkt’. Dit onverschrokken debiteren van platituden door het hele boek ('De komende paar jaar zullen regeringen, bedrijven en individuen belangrijke beslissingen moeten nemen’) zal niet in de laatste plaats te danken zijn aan het feit dat er - blijkens de dankbetuiging - ten minste 64 mensen hebben meegeschreven aan zijn werkstuk.
Gates schrijfdrift is gewekt doordat 'we nu met zijn allen opnieuw aan het begin van een grootse ontdekkingstocht staan’. Hij doelt daarmee op de consequenties van de 'digitale informatiesnelweg’ - een term overigens die hij aan het begin van zijn boek als niet-adequaat afwijst, maar daarna blijft hanteren. Die 'informatiesnelweg’ staat voor alle digitale informatie die via netwerken van computers kan worden uitgewisseld. Vaak wordt dat als synoniem gezien voor het Internet, maar dit net vormt slechts een onderdeel van het geheel aan wereldwijde informatie- en communicatienetwerken.
De Internet-hype is in Nederland net een beetje over zijn hoogtepunt heen, maar Bill Gates doet het missiewerk nog eens dunnetjes over. Zoals de liftboy in de Bijenkorf in de jaren zestig bij elke etage een onsamenhangende opsomming van koopwaar opdreunde, zo schakelt Gates driehonderd bladzijden lang de gekste winkelwaar en wensen aan elkaar - in de nabije toekomst immers allemaal niet alleen via de winkel op de hoek maar ook via een computer aan te schaffen.
DAT GAAT ME toch een revolutie worden, herhaalt de rijkste man ter wereld vijfmaal op de eerste bladzijde van zijn boek. De superlatieven blijven de pagina’s bestormen. 'Alle computers zullen wereldwijd samengevoegd worden om met ons en voor ons te communiceren.’ De implicaties van Gates’ credo 'Computers aller landen, verenigt u’ doen niet onder voor de proletarische voorganger van Marx: het zal 'alles’ bij 'iedereen’ veranderen. Ons werk - ongeacht welk beroep we uitoefenen, maar ook onze vriendschappen, onze familierelaties, ons denken, ons huis, de opvoeding van de kinderen, alles, alles, alles zal revolutionair veranderen. Met het historisch materialisme van Marx heeft het digitaal materialisme van Gates de universele ambitie gemeen. Gates ontvouwt een totaalvisie, zonder ontsnappingsmogelijkheden. Voor het individu dat zich buiten de computerwereld een toekomst had gedacht, is geen plaats; alleen vijftig-plussers gunt hij nog een niet- digitale toekomst.
Gates schraagt zijn wereldbeeld met uit het verleden gedistilleerde, mechanische wetmatigheden. Twee daarvan keren constant terug in zijn betoog. Allereerst de wet van Moore, volgens welke de capaciteit van computerchips zich elke achttien maanden verdubbelt. Ten tweede de wet dat alle digitale technologie onophoudelijk goedkoper wordt.
Bill Gates presenteert zich als computer- nerd en whizz-kid, maar verder dan de belofte van visionaire en vakidioterige bevlogenheid komt hij niet. Het opgewonden toontje van De weg die voor ons ligt kan niet verhullen dat Gates vooral technologische vergezichten openbaart die al lang wijd en zijd zijn verspreid via de massamedia. Dat gebrek aan verbeeldingskracht voedt de argwaan dat Bill Gates een zorgvuldig geacteerde pose verkoopt. Zoals hij ook quasi-casual verscheen in zijn witte laboratoriumjas in de Amerikaanse talkshow van David Letterman om zijn boek toe te lichten. Gates speelt professor Zonnebloem.
Het belangrijkste produkt van zijn bedrijf, de computerprogrammeertaal Basic, heeft Microsoft niet zelf ontwikkeld maar simpelweg gekocht van een ander bedrijf waarvan de naam de lezers van De weg die voor ons ligt wordt onthouden, hoewel het boek verder niet zuinig is in het noemen van bedrijfsnamen. Gates is gewoon een slimme zakenman, die in plaats van geraniums of lang houdbare melk computerprogramma’s verkoopt.
Een van de zeldzame momenten waarop Gates de lezer een glimpje gunt van de mens achter de rijkste man ter wereld, is de anekdote dat hij op de middelbare school het computerprogramma voor het inroosteren van leraren en leerlingen zo wist te manipuleren dat hij als enige jongen in een klas vol meisjes terechtkwam. Van dat type manipulatie is zijn boek gewoon een voortzetting.
De poging tot een meeslepende toekomstvisie is in feite niet meer dan een inhaalslag. Waar Microsoft een monopolistische macht had verworven als de wereldwijde leverancier van de besturingstaal MS- dos, dreigde het bedrijf de boot te missen op het Internet. De informatiesnelweg, waar Gates in zijn boek zo hoog over opgeeft, was zich in ijltempo aan het ontwikkelen - geheel zonder bemoeienis van Microsoft. Terwijl Gates eraan gewend was dat niemand meer een computerprogramma kon verkopen buiten de standaard van Microsoft om, is er voor de communicatie op Internet door twee kleine Amerikaanse bedrijfjes een nieuwe standaard gezet, die Microsoft het nakijken gaf. Gates was dan ook gedwongen om begin december bekend te maken dat Microsoft een 'Internetprogrammeertaal’ in licensie neemt van het piepkleine concurrentje Sun Microsystems - ook al een bedrijf dat ongenoemd blijft in Gates’ boek.
IN ZIJN NAWOORD geeft Gates prijs wat hem echt heeft bezield om dit boek te schrijven: doodsangst. In de computerindustrie is het een toonaangevend bedrijf nooit eerder gelukt om in een volgende ontwikkelingsfase ook een ledinggevende rol te spelen. Alle giganten van voor het tijdperk voor Microsoft - IBM, Apple, Dec, Wang - hebben door de wet van de remmende voorsprong uiteindelijk een achterstand opgelopen. Gates is doodsbang dat de ontwikkelingen op de informatiesnelweg zijn imperium ook doen verschrompelen.
Het wonderschone 'kapitalisme zonder frictie’ dat Gates ziet opdoemen via de informatiesnelweg, is in werkelijkheid een kapitalisme in zijn wildste vormen. Waarin marktleiders binnen een jaar tot uitgestorven dinosaurussen kunnen devalueren. Waarin goed renderende ondernemingen binnen een produktcyclus kunnen worden weggevaagd. Over de fricties waarmee dit gepaard gaat, zwijgt Gates. Evenals over de beschuldigingen van kartelvorming die Microsoft van de Amerikaanse anti-trustautoriteiten gedurende een vijf jaar durend onderzoek voorgelegd kreeg.
Blijft over wat opmerkelijke futurologie. Gates verwacht dat iedereen in de wereld een 'digitaal dossier’ bij zich zal gaan dragen, waarin ook 'alles kan worden opgenomen wat iemand zijn hele leven heeft gezegd’. 'Een tikkeltje huiveringwekkend’, beseft Gates. Maar: nooit zal iemand meer valselijk beschuldigd kunnen worden dank zij deze alibimachine.
Hij kan zich ook heel makkelijk voorstellen dat binnen tien jaar op iedere straatlantaarn een videocamera zit, zodat computers de opnamen kunnen scannen op zoek naar een persooon of activiteit. 'Iets wat ons vijftig jaar geleden misschien zorgen zou hebben gebaard, zoals het George Orwell zorgen baarde.’ Maar nu is toch 'bijna iedereen bereid enkele beperkingen te accepteren in ruil voor een gevoel van veiligheid’. De technologie, zo belooft Gates, zal de samenleving in staat stellen hierover een politieke beslissing te nemen. Microsoft wil de spullen in ieder geval wel leveren.