film: ‘300’, film en comics

De doodsbegeerte

Medium 05k

De film 300, geregisseerd door Zack Snyder, is net als de veelvuldig bekroonde, vijfdelige comic waarop hij is gebaseerd een traditioneel heldenepos met lyriek van woord en beeld als belangrijkste troef. De comic, geschreven en geïllustreerd door Frank Miller en geschilderd door Lynn Varley, verbeeldt op gezwollen, poëtische wijze de strijd bij Thermopylae tussen de machten van de Perzische koning Xerxes en de driehonderd jonge, Spartaanse krijgers van Leonidas. Ondanks de artistieke meerwaarde van het werk is het onvermijdelijk dat besprekingen van de filmversie, zoals in The Guardian, actuele, politieke analogieën zullen bevatten: Xerxes als moslimboeman, Leonidas als Bush, met als gevolg een botsing der beschavingen. Deze lezing van de film en bij implicatie ook de comic is funest. Het verschil tussen comic en film is vrijwel nihil. Aangezien het eerste nummer van 300 al in mei 1998 verscheen, lijkt het onzinnig post-9/11-allegorieën eruit te willen persen. Dat wil niet zeggen dat de filmversie van de _300-_comic totaal gespeend is van geopolitieke betekenissen. Integendeel, tijdens het kijken moest ik mezelf dwingen er geen traktaat voor Geert Wilders en George Bush in te herkennen, zeker gezien kreten als die van Leonidas dat het nu eens afgelopen moet zijn met het ‘mysticisme’ en de ‘tirannie’, verwijzend naar de invallende Perzische horden.

Nu is het altijd een slecht idee bij het analyseren van een product van de populaire cultuur om doelbewust te streven naar het uitwissen van de dagelijkse werkelijkheid. Vooral de populaire cinema is bijna instinctmatig een reflectie van die werkelijkheid. Toch laat 300 zich anders lezen. Het is een visueel adembenemende ‘filmcomic’ met literaire kwaliteiten, een lofdicht, een geïsoleerd kunstwerk over heroïek en seks en geweld en de doodsbegeerte. Het werk bestaat buiten de wereld, ín zichzelf en vóór zichzelf, als een gedicht.

Frank Miller heeft zich niet door de actualiteit laten inspireren, maar door een ander populaire-cultuurwerk, een film die hij als jongen zag, namelijk The 300 Spartans (1962) van Rudolph Maté. Deze connectie is voelbaar in 300, samen met Millers eigen obsessies met mannelijkheid en de reactionaire reflex in de repressieve maatschappij. In zowel The 300 Spartans als 300 is de held een man van actie die wars is van politiek gedraai en gekonkel. In Spartans kampt Richard Egan als gentleman-Leonidas met keurige, in witte toga’s gestoken politici die zich krampachtig aan het advies van de goden vastklauwen, in 300 is Gerard Butler een ruwe Leonidas – nog net niet helemaal naakt als in de comic – die eveneens op politiek en religieus verzet stuit, ditmaal dat van monsterachtige Spartaanse priesters. Leonidas verschilt nauwelijks van de mannelijke noir-figuren in Sin City, de eerste ‘filmcomic’ van Frank Miller. Deze mannen, woestelingen als Marv en Hartigan, strijden óók tegen corrupte politici en dominees om onschuldige vrouwen en kinderen te beschermen. Sterker, er is een scène in Sin City waarin Marv in de sneeuw tegen een wilde hond moet vechten, net als Leonidas die als opgroeiende jongen in 300 in de sneeuw een wolf verslaat en zo de basis legt voor zijn leven als Spartaanse strijder. En net zoals Leonidas graag het loodje legt, dromend van sexy vrouw en vruchtbaar land, sterft Marv schitterend in de elektrische stoel, al grommende: ‘Is that the best you can do, pansies?’

De doodsbegeerte krijgt in 300, film én comic, vorm door exotische beelden. Regisseur Snyder laat acteurs van vlees en bloed volmaakt samenvloeien met donkere, computergegenereerde achtergronden. De teksten zijn eveneens zinnelijk: ‘Seven thousand strong we marched/ Into hell’s mouth we marched… the hot gates.’ Juist deze fusie tussen verschillende kunstvormen, tussen tekst en beeld, bepaalt de betekenis van 300. Ooit waren comics, zeker in undergroundvorm, een broedplaats voor gewelddadige en erotische subversieve gedachten. Dat artiest Frank Miller erin is geslaagd een brug te slaan tussen de ooit verboden wereld van comics en de toegankelijke multiplexbioscoop is een prestatie van formaat.