De doopceel van het surrealisme

Het stuurse gezicht van het surrealisme - wat betekent dat anders dan dat het surrealisme een norse kop of een humeurig, bokkig voorkomen heeft? In het Frans heet het Histoire desinvolte du surrealisme, te vertalen als vrijpostige, ongegeneerde of (te) vrije geschiedenis; een dwarse kijk op en dus geen rotkop van de surrealistische beweging. Het boek met die titel is van 1977 en werd geschreven door Raoul Vaneigem, die als (voormalig) lid van de beweging van de Internationale Situationisten kennelijk nog een appeltje met zijn literaire voorgangers te schillen had. Het is van a tot z een partijdig en verwaten boek. De auteur heeft zich voorgenomen eens en voor altijd de doopceel van het surrealisme te lichten.

De grootste fout - in die termen wordt het gesteld - was dat Breton en de zijnen in 1921 braken met het destructieve programma van dada en weer in de schoot van Kunst en Cultuur terugkeerden. Een zo mogelijk nog grotere fout was dat ze de ‘algemene sociale revolutie’ aan de communisten overlieten, of in de woorden van de auteur: 'het loslaten van zowel het totale negatieve project van Dada als van de collectieve poezie die kritische theorie had moeten zijn door op zoek te gaan naar haar praktische verwezenlijking in de omwenteling van alle verhoudingen die de wereld en het dagelijkse leven beheersen.’ In dit taaltje is het hele boek geschreven, versterkt door af en toe krukkig Nederlands: 'Van meet af aan staat het begrip “surrealisme” voor een zoektocht, draagt het al het stempel van een nieuw cultureel produkt en legt het een sterke nadruk om zich genuanceerd van andere etiketten te onderscheiden.’ Het eerste is positief, het tweede ongetwijfeld negatief bedoeld en wat volgt klinkt niet gezond maar blijft vooralsnog koeterwaals.
Vaneigem is voor de twee redacteuren van de Utrechtse uitgeverij IJzer, tevens de vertalers van dit boek, kennelijk een leidsman. Al eerder maakten zij een bloemlezing van de Situationisten, en naast de door hen 'meedogenloos, erudiet en genadeloos’ genoemde 'kritische analyse’, publiceerden zij onlangs twee uitgaven van surrealistische auteurs. Op het veld van eer is een keuze uit het werk van Benjamin Peret (1899-1959), de enige van alle surrealisten die volgens Vaneigem door de beugel kon (Breton ook wel 'n beetje, maar die is hem te halfslachtig). Peret is van het juiste libertaire - dat wil vooral zeggen: blasfemische - hout gesneden. Aan Vaneigems voorwaarden van{ (zelf)vernietiging van de kunst en deelname aan 'de algemene sociale praktijk’ lijkt alleen diegene te voldoen die voor geen verbaal geweld terugschrikt. Jaag de burger schrik aan en schiet lukraak een pistool leeg op straat (Breton); liquideer het leger, de politie, de priesters, de werkgevers enzovoort (Peret) - alleen zo wordt volgens Vaneigem 'de poezie werkelijk naar de praktijk vertaald’. Als de teksten van Peret nu een ding illustreren, dan is het hoe gedateerd de experimenten met de vrije associatie van het automatische schrijven zijn: een vuurwerk van over elkaar buitelende beelden, en daarbij blijft het. Overigens zijn de meeste teksten uit de jaren twintig en staan er geen gedichten in. Het aardigst is nog de serie Natuurlijke historie, over de vier elementen en het rijk van de mineralen, planten en dieren, maar dat zijn teksten uit de jaren vijftig toen de surrealisten, althans zij die de royementen en verketteringen hadden overleefd, hun laatste, allergrootste fout maakten: dat ze partij kozen voor de mythe en tegen het spektakel (situationistisch sleutelwoord).
En dan is er nog De verboden beelden, een bloemlezing van Paul Nouge (1895-1867) die in 1926 samen met Magritte in Belgie een eigen surrealistisch genootschap oprichtte. Over Magritte schreef hij iets in de richting van een essay, vrij abstracte bespiegelingen over het zien, beelden en metaforen. Ook de korte schetsen van 36 vrouwenlichamen en een jongen met z'n moeder zijn curieus. Met dat laatste woord is denk ik ook de hobby van de uitgevers getypeerd. Maar goed, er zijn slechtere motieven voor een uitgeverij denkbaar.