Popmuziek

De Dostojevski van de straat

Popmuziek: The Streets

Een opvallend debat in The Guardian afgelopen voorjaar. Het onderwerp: Mike Skinner, een 25-jarig straatschoffie uit Birmingham dat zich bedient van de artiestennaam The Streets.

Literatuurprofessor John Sutherland boog zich over het werk van Skinner en concludeerde: ogenschijnlijk een oeverloze verhandeling over een jongeman die hamburgers eet, zijn spijkerbroek wast en zijn mobiele telefoon oplaadt, tegen het decor van «jongen ontmoet meisje en verliest haar weer». Maar, betoogde Sutherland, in al Skinners anti-intellectualis me en afkeer van de gevestigde kunstorde (zijn meest geciteerde uitspraak: «Poëzie is voor rukkers») is hij intelligenter en relevanter dan hij zich wil voordoen. Mike Skinner is een stem, misschien zelfs de stem van de Britse blanke onderklasse. Wat exclusief zijn wereld lijkt, is hún wereld. A Grand Don’t Co me For Free, het tweede album van The Streets, deed Sut herland zelfs denken aan Dostojevski’s Aantekeningen uit het ondergrondse. De Russische kelder verruild voor een Britse kebabzaak.

Popcriticus Caroline Sullivan van The Guardian vond alle lof voor The Streets overtrokken. Het lijzige gerap van Skinner dat voor spoken word doorgaat, vond Sullivan maar gemurmel. Zijn lyriek vond ze overschat. Maar vooral is de hype rond The Streets een uitdrukking van de fascinatie van het Britse (pop)establishment voor wie maar riekt naar een vertegenwoordiger van de grootstedelijke arbeiderspopulatie, betoogde ze.

Daarmee doet ze Skinner te kort. Onbetwistbaar bestaat er ook buiten Groot-Brittannië een opmerkelijke interesse in de lads-cultuur. We lachen om het rauwe volk in films als Lock Stock and Two Smoking Barrels en Shaun of the Dead. Vinnie Jones speelt in films en reclamespots niet ondanks, maar juist dankzij zijn vroegere onbesuisd proleterige gedrag op het voetbalveld. En bladenmakers in andere landen laten zich inspireren door Britse lads mags als Loaded. Maar het succes van The Streets is niet louter te reduceren tot lof voor vermeende authenticiteit — en al was het dat wel, dan nog is dat iets anders dan een cultureel vermomde vorm van aapjes kijken.

Dat Skinner een «geezer» is en meisjes in zijn sappige straattaal «birds» heten, is niet de clou. Waar het om gaat, is dat hij al twee albums lang met dat slang in een achteloze stijl een levendige wereld schetst, waarin ook het bezoek van de tv-monteur een verhaal oplevert. Waarin de buitenwereld met opgeheven middelvinger tegemoet wordt getreden, maar waar uiteindelijk toch de kwetsbaarheid overheerst. In die wereld slaan vrienden elkaar wat onbeholpen maar troostend op de schouder wanneer hun vriendin ervandoor is: «Dry your eyes mate/ I know it’s hard to take but her mind has been made up/ There’s plenty more fish in the sea». En nu op naar de kroeg.

Sutherland vreest dat Mike Skinner als gelauwerd en commercieel succesvol artiest zijn scherpe kantjes wel eens zou kunnen verliezen. De bewonderaar die zijn held ziek, zwak en misselijk wenst omdat zijn misère altijd zo’n mooi werk heeft opgeleverd. Maar Skinners kracht is niet vooral dat hij het geluid van de straat vertolkt. Die straten worden dadelijk wel ingeruild voor andere. Zijn talent is dat hij verhalen kan vertellen.

The Streets speelt dit weekend op Lowlands