HET MIGRANTENMUSEUM

De douchekop

Het druppeltje water viel op het haar van de jonge migrant, gleed langs zijn slaap op zijn rechterwang, van zijn ongeschoren kin viel het vervolgens op zijn platte buik, toen rolde het langs zijn liezen naar zijn ballen, streelde de ballen, en viel toen op de tegel van de kleine badkamer met het beschimmelde plafond. Het druppeltje verdween in de goot, kwam in een kanaal terecht, verdampte bij warm weer, ging op in een wolk die een erg lange reis maakte naar het oosten. Het waren de laatste dagen van de herfst toen de vrouw van de migrant op het land werkte. Het begon opeens te regenen. Het druppeltje water viel op de rechterwang van de jonge vrouw. Het was als een traan die het slechte nieuws kwam brengen. De jonge migrant zou niet meer terugkomen naar zijn vrouw in het moederland.
Twee soorten migranten waren er in de eerste jaren van de migratie. De migranten die als trouwe honden waren, en zij die geneigd waren om te veranderen. De veldslag tussen deze twee groepen werd geleverd in de doucheruimtes van de pensions waar ze woonden. De helft van de migranten stond onder de douche en liet het water in stralen over zich heen komen. De andere helft ging op het krukje zitten en goot het van tevoren klaargemaakte warme water met behulp van een kannetje over het lichaam.
De douchekop die als een mes de migrantenmannen in tweeën heeft gedeeld staat in het Migrantenmuseum. Deze douchekop, roestig maar fier, heeft de eer gehad om duizenden mannen kennis te laten maken met de heerlijkheid van technologische vooruitgang. Tevens was het een object dat als een dief in het lichaam van de jongemannen kroop. De mannen die het verdomden om van tevoren water te koken en het kruikje en het kannetje geen blik waardig keurden, die gingen een gevaarlijk pad op met duizenden vallen. Openstaan voor de geneugten van de douchekop betekende ook zonder schroom naar de stad gaan, kennismaken met de Nederlanders, het bedrijven van de liefde, het rijbewijs halen, met de auto sjezen… De kraan opendraaien en met het gezicht tegen het warme water van de douchekop staan betekende ook het verzengende afscheid. Afscheid van de vrouw, van de kinderen en eigenlijk ook van zichzelf.
In het Migrantenmuseum is de douchekop niet compleet. Er hangt geen doucheslang aan de douchekop. Want hoe kan de verloochening van de afkomst ongestraft blijven?
Het ging als volgt: een groep migranten uit Zaandam ging naar de hoeren in Amsterdam. Ze waren vrolijk op de terugweg. In het pension aangekomen gingen ze één voor één douchen om het ritueel van wassen na seks te volbrengen. Een van de jongens hield zich niet bezig met het opwarmen van water. De strengste onder hen vond dat als je niet een kannetje water over je hoofd goot je onrein bleef. Dan was je in zijn ogen geen haar beter dan die Hollandse heidenen. De minst gelovige migrant had geen boodschap aan deze vrome woorden. Er ontstond een schermutseling waarbij de echte gelovige de doucheslang kapot rukte en daarmee de jonge, afvallige migrant aanviel. Sinds die dag zijn de douchekop en de doucheslang gescheiden van elkaar. De doucheslang is niet teruggevonden. De douchekop wel.
De eerste vrouw van de jonge migrant in het dorp en hij zijn ook al lang gescheiden van elkaar. Het moet in mei geweest zijn dat de jonge vrouw zijn dochter meenam naar de beek bij het dorp. Ze had al maanden geen brief meer gekregen van haar man. Zij en haar dochter hebben op die dag gehuild. Hun tranen zijn in het water van de beek gevallen. In de zomer zijn die druppeltjes verdampt en in een wolk opgegaan. De wolk heeft een lange reis afgelegd en de regen in het Nederlandse water gemengd.
De jonge migrant stond te douchen bij zijn Nederlandse vriendin. De druppels van de dorpsvrouw en haar dochter vielen van de douchekop op de linkerborst van de migrant. Deze druppels waren warmer dan de andere. Ze hebben het hart van de migrant verbrand.