In medias res

De draaischijf en de knop

Elk nieuw medium zorgt steeds opnieuw voor een andere beleving van de wereld om ons heen.

Voor iedereen die zich nog de ouderwetse telefoon met draaischijf herinnert is het een vervreemdend beeld: een filmpje op YouTube waarin twee tieners proberen uit te vinden hoe zo’n ding nu eigenlijk werkt. Ze snappen het niet. Ze denken dat ze op de nul moeten beginnen, dat dat het startpunt is, en draaien van daaruit naar het cijfer één, twee et cetera. Ze begrijpen niet dat je door de hoorn moet spreken, dat je die überhaupt op moet tillen, ze halen hem alleen van de haak als ze opnieuw willen beginnen en leggen dan snel weer neer. Zelfs na aanwijzingen van hun ouders – pak de hoorn op, wat hoor je? – komen ze er niet uit.

Het voelt zo vanzelfsprekend, de media die we gebruiken, alsof we nooit hebben moeten leren hoe ze werken, alsof ze er altijd al waren.

Tieners van nu leven in een wereld waarin je alleen nog maar virtuele knoppen hoeft in te drukken. Een nummer draaien, laat staan onthouden, is niet meer nodig. Fysieke handelingen, ook al zijn ze maar klein, worden steeds meer overbodig gemaakt, de apparaten doen het werk. Wie iemand wil bereiken of iets wil bestellen moet alleen nog de juiste knop zien te vinden (hetgeen sommige ouderen juist weer tot waanzin drijft, want waar in godsnaam zit dat ding?).

Vroeger moest je nog moeite doen, schrijft Bret Easton Ellis in zijn bundel Wit. Je moest een platenzaak, boekwinkel of bioscoop binnenlopen om daar in de rij te gaan staan voordat je iets kon kopen. Je maakte een praatje met de verkoper, of ruzie met iemand voor je in de rij. De aanschaf van een plaat, boek of film vereiste als het ware een investering, niet in de laatste plaats van tijd. Maar daarom deed je dus ook beter je best om je te verhouden tot het product: ‘Je had persoonlijk belang bij het plezier in de ervaring omdat je erin geïnvesteerd had – en daarom had je een grotere kans er voldoening uit te halen.’

Tegenwoordig hoeft die investering niet meer te worden gemaakt. Alles is onmiddellijk te bestellen, de aanschaf is zo makkelijk mogelijk gemaakt. Maar: ‘Als alles te verkrijgen is zonder enige moeite of dramatisch verhaal, wat maakt het dan uit of je het leuk vindt of niet?’ Bevalt het niet, of blijft de voldoening te lang uit, dan haal je gewoon iets anders binnen. Daarom heeft alle muziek tegenwoordig in de eerste tien seconden van het nummer ook een hook, iets wat opvalt: is die hook er namelijk niet – saaaaai! – dan klikken gebruikers net zo makkelijk door naar het volgende nummer op Spotify.

Je moest een platenzaak of boekwinkel binnenlopen om daar in de rij te gaan staan

Wat verdwenen is, aldus Easton Ellis, is romantiek, bezieling, een onderscheid. Volgens hem wordt alles en iedereen tegenwoordig gereduceerd tot een wegwerpartikel.

Dat lijkt me wat overdreven, maar interessant is wel die veranderde ruimte. De mobiele telefoon maakte ons mobiel, niet langer waren we gebonden aan één plek. En toch is het effect daarvan vooral geweest dat we onze plek niet meer hoeven te verlaten. We hoeven de deur niet meer uit, in plaats van de wereld in te gaan, halen we die wereld binnen in de palm van onze hand. Onderuitgezakt op de bank zien en horen we meer dan we ooit lijfelijk zouden kunnen ervaren, we hoeven nauwelijks nog te bewegen om iets mee te maken. Misschien dat jongeren daarom zoveel minder feesten, drinken en seksen dan de generaties voor hen. Omdat ze ook contact kunnen hebben als ze alleen zijn.

Volgens een nieuw rapport van het Amerikaanse National Bureau of Economic Research zou het bovendien ook wel eens de reden kunnen zijn dat er veel minder moorden worden gepleegd. The Atlantic schreef er onlangs over: ‘The Collapsing Crime Rates of the ’90s Might Have Been Driven by Cellphones’. In de jaren tachtig werden drugs nog op straathoeken verkocht, gebruikers wisten waar ze moesten zijn, waardoor het ‘recht’ op zo’n straathoek heel wat geld waard was. Bendes werden zodoende geregeerd door een strijd om territorium, met heel wat doden tot gevolg.

Door de komst van mobiele telefoons verviel die strijd. Voortaan had je alleen nog het juiste nummer nodig, of de juiste knop, geweld was niet meer nodig. De straten konden worden schoongeveegd, het vuil werd aan het oog onttrokken en alleen mensen ouder dan 35 herinneren zich nog de junkies die in een portiek een pak gele vla opslokten.

Mobiele telefoons hebben de ruimte herschikt, zoals voor hen de stoommachine, de telegraaf of de vaste telefoon dat ook al hadden gedaan. En zo zorgt elk nieuw medium steeds opnieuw voor een andere beleving van de wereld om ons heen.

Hoe kan het dat we ons meer storen aan het geluid van een huilende baby dan aan dat van een overvliegend vliegtuig of langsrazende motor? vroeg Gloria Steinem zich in de jaren zeventig al af. Gewenning, zal het antwoord zijn. Er zijn heel wat meer vliegtuigen en auto’s dan baby’s. Wat voelt als natuurlijk is waar we ons aan hebben aangepast.