Zoektocht in Katoren

De draak van Smook is nooit verslagen

Jan Terlouw heeft een vervolg op Koning van Katoren geschreven. Op zoek naar de verschillen tussen de maatschappij van nu en die van 35 jaar geleden.
Jan Terlouw
Zoektocht in Katoren
Lemniscaat, 211 blz., € 14,95

Koning van Katoren
Lemniscaat, 168 blz., € 14,95

In de jaren zeventig van de vorige eeuw speelden bij het beoordelen van kinderboeken maatschappelijke criteria een grote rol. Dat Jan Terlouws Koning van Katoren in 1972 met een Gouden Griffel werd bekroond, past helemaal in de tijdgeest. Het sprookjesachtige verhaal over de zeventienjarige Stach die zeven opdrachten moet vervullen om koning van het land Katoren te worden, verwijst onverbloemd naar tal van problemen waar de toenmalige moderne wereld mee kampte en verhult Terlouws kritiek op de samenleving zoals die zich ontwikkelde.

De zes ministers die verantwoordelijk zijn voor Stachs schijnbaar onuitvoerbare opdrachten staan voor de ‘plucheklevers’ die hun machtspositie veilig willen stellen. ‘De vogels van Decibel’ die Stach te lijf moet, vertonen een parallel met de toenemende geluidsoverlast van verkeer over weg en door lucht in de jaren zeventig. De door Stach onschadelijk te maken ‘granaatappelboom van Wapenfelt’, waaraan echte granaten in plaats van appels rijpen, symboliseert de wapenwedloop tussen Oost en West. ‘De draak van Smook’ is de te vernietigen milieuvervuiler. En ‘de schuifelende kerken van Uikumene’ die moeten stoppen met hun ‘geschuifel’ – lees zendingsdrang – staan voor alle drammerige intolerante kerkgroeperingen die hun eigen koers als de enige juiste beschouwen.

Toch was niet iedereen enthousiast over Terlouw (in die tijd ook Tweede-Kamerlid voor d66) als kinderboekenschrijver. ‘Alleen maar verhaal, maar niks aan taal’, luidde Kees Fens’ kritiek op Koning van Katoren. Waarna een discussie volgde die lijkt op de recentelijk gevoerde polemiek in deze krant (aangezwengeld door Groene-redacteur Rutger van der Hoeven, over de te literaire besprekingen van romans voor volwassenen). Maar dan een omgekeerde discussie. Er werd niet gepleit voor meer aandacht van recensenten voor verhaal en maatschappelijke relevantie van boeken, maar juist voor minder. Een pleit dat uiteindelijk werd beslecht. Artisticiteit, originaliteit en taalgebruik werden steeds belangrijker voor kinderboekrecensenten én kinderboekenauteurs. Spannende boeken, probleemboeken en boeken die slechts de bestaande orde bevestigen, moesten het steeds vaker ontgelden. Het maatschappijkritische kinderboek raakte in de jaren tachtig en negentig, zeker ook onder invloed van de ‘mooie-zinnen-minnende’ critici en vakjury’s, langzaam uit beeld. Anno 2007 is daarin eigenlijk nog steeds geen verandering, op een paar bevestigende uitzonderingen op de regel na. Terwijl het doorlopende succes in binnen- en buitenland van Koning van Katoren bewijst dat maatschappijkritiek in een aansprekende vorm, al is die in dit geval literair gezien weinig opzienbarend, welbesteed is aan kinderen.

Terlouw weet dat. In een recent interview in Trouw zei hij: ‘Toen ik de politiek definitief had verlaten, wilde ik eerst een politiek manifest schrijven. Maar waarom zou ik niet mijn oude lezerspubliek weer aanspreken? Die hebben nog idealen, die zijn nog niet alleen met geld bezig.’ En dus schreef hij Zoektocht in Katoren: een vervolg op Koning van Katoren. Om ‘het geweten van de jeugd te prikkelen’.

Misschien een tikkeltje naïef, want zodra hedendaagse ‘kinderen’ veranderen in hedendaagse ‘jongeren’ lijden ze al snel aan maatschappelijke apathie en consumptiedrift. Maar goed, Terlouw als gematigd idealist uit de jaren zestig/zeventig heeft zelf (nog) geen last van die apathie en probeert – lovenswaardig – middels zijn nieuwe, maatschappijkritische verhaal de dialoog aan te gaan met de jeugd. Met als boodschap – tevens de sleutel van het probleem van de vastgelopen Katoreense samenleving, waarin de bevolking massaal lijdt aan het ‘welvaartsvirus’ – dat in een democratie iedereen medeverantwoordelijk is voor het beleid en dus ook medeschuldig wanneer dit beleid niet blijkt te werken.

Mooi gedachtegoed. Maar of Terlouw zijn jonge lezers hiermee zal raken, mobiliseren zelfs, is de vraag. Om dat voor elkaar te krijgen zal Zoektocht in Katoren onze huidige problemen in essentie moeten duiden. Daarnaast zal het verhaal – je ontkomt er niet aan – pakkend geschreven moeten zijn. Wat betreft het laatste: Terlouws stijl is niet opvallend origineel. Maar Zoektocht in Katoren heeft wel vaart en is, net als zijn voorganger, doeltreffend, helder en overzichtelijk geschreven. Het begin is bovendien sterk: ontroerend, licht filosofisch en meteen al vol knipogen naar onze doorgeslagen westerse wereld.

Dat Terlouws zeventienjarige wat wereldvreemde protagonist geitenhoeder is, geeft Terlouw de mogelijkheid het verschil tussen mens en dier te duiden. Dat Koss op ‘zijn geitenberg’ de uit het ziekenhuis gevluchte, stervende oude Adelheid vindt, gebruikt Terlouw om het zelfbeschikkingsrecht te introduceren. (Gelukkig zonder in oneliners te vervallen.) En dat Adelheid rijk is, geeft Terlouw ruimte te waarschuwen voor het gevaar van ‘te veel’ en de daaruit voortkomende apathie.

Als Koss door Adelheid wordt ‘weggestuurd’ om op zoek te gaan naar ‘iets’ – ‘want het gaat meer om het zoeken dan om het vinden’, daalt hij zijn berg af en trekt Katoren in, waar Stach immer regeert. De verschillende stadjes, wier namen onze huidige maatschappelijke tekortkomingen – soms wat doorzichtig – weerspiegelen, verbazen Koss.

In ‘Mindermeer’ ontdekt hij dat alles om efficiency en meer geld draait. In ‘Regelrecht’ treft hij de paarse krokodil: ‘Gevaarlijk voor je fantasie. Voor je initiatief. Voor je onafhankelijkheid.’ In ‘Meienzorg’ ervaart Koss wat doorgeslagen dierenliefde is, maar ook hoe wreed en ‘ondierlijk’ de ‘kwalijk ruikende hotels’ (bio-industrie) zijn. En in ‘Cnocke en Spalck’ leert Koss over de mensonterende gevolgen van Cnocke’s wapenexport naar El-Ende en hoe het verdiende geld door de inwoners van Spalck vervolgens wordt ingezet voor hulpverlening in het door oorlog geteisterde land ‘Krankzinnig’. Dan besluit Koss niet langer toeschouwer te zijn. Hij stelt een rigoureuze daad, waarmee het spannende, avontuurlijke slot (met een rol voor koning Stach) wordt ingezet.

Het huidige grote probleem van het Westen, vindt Terlouw, is ‘het welvaartsvirus’. Vergeleken bij 35 jaar geleden zijn we twee keer zo rijk en praten we twee keer zo veel over geld, stelt hij in een interview. Dat gegeven was zijn directe inspiratiebron voor Zoektocht in Katoren, waarin hij de verschillen wil duiden tussen de samenleving van nu en die van de tijd waarin Koning van Katoren uitkwam. Toen loste Stach problemen van externe aard op, vertelt Adelheid aan Koss. ‘Maar de problemen van nu zijn anders. Nu doen de mensen zichzelf narigheid aan. Dingen waar we gewoon mee zouden kunnen ophouden.’

Maar waren we in de jaren zeventig niet ook al bezig met het vergroten van onze welvaart? Meer geld voor meer mensen, onder leiding van Den Uyl? Een auto voor iedereen, een televisie, en iedereen met vakantie? Werden we toen niet ook gedreven door hebzucht? De oliecrisis van 1973 was nog niet voorbij of het ‘grote opmaken’ werd hervat en het zoeken naar alternatieve vormen van energie staakte.

Eigenlijk is Koning van Katoren minstens zo actueel als zijn vervolg. ‘De draak van Smook’ is goed beschouwd nooit verslagen, ook al komt Koss hem op zijn zoektocht niet tegen: beetje een misser van Terlouw. Zoals het ook een misser is dat hij geen ideeën in zijn verhaal heeft verstopt over het wereldwijde vluchtelingenprobleem, de (radicale) islam die de kerken in Uikumene opnieuw aan het ‘schuifelen’ hebben gebracht, de ‘informatieoverload’ via internet, te veel televisiezenders, radio en kranten, waarmee vooral jongeren dagelijks te maken hebben, en de oneerlijke voedselverdeling in de wereld, die tot vetzucht en honger leidt. Dat die varkens in Terlouws ‘kwalijk ruikende hotels’ een onplezierig leven hebben is één ding, maar dat elf miljoen varkens (in Nederland) de honger in de wereld niet kunnen verhelpen en in leven worden gehouden dankzij de Braziliaanse sojateelt die tot stelselmatige oerwoudkap leidt, is toch even noemenswaardig.

De wereld is klein geworden, in 35 jaar. En daardoor onoverzichtelijk. Misschien is de globalisering wel het grootste verschil met de jaren zeventig. De problematiek is meer dan complex. Te complex in ieder geval om goed te verwerken in een kinderboek. Te complex ook om de oplossing ervan slechts te zoeken in het ‘verbeter-de-wereld-en-begin-bij-jezelf’-motto. Het is een nobel uitgangspunt, maar daarnaast had Terlouw – zeker als oud-politicus – Stach zijn verantwoordelijkheid moeten laten nemen. Het valt niet te ontkennen dat die er tijdens zijn regeringsperiode een zooitje van heeft gemaakt. Stach weet dat: ‘vaak leek het of nieuwe problemen er sneller bij kwamen dan de oude verdwenen’. Hij had, in de geest van d66, misschien minder moeten willen oplossen en meer moeten controleren.

Toch moet Zoektocht in Katoren worden gewaardeerd. Vanwege Terlouws initiatief en beoogde doel. Vanwege zijn maatschappelijk engagement. Veel kinderen zullen allerlei vragen uit Zoektocht in Katoren destilleren die direct met onze westerse wereldproblemen te maken hebben. Ze zullen niet massaal de straat op gaan. Maar sommigen zullen wel gaan zoeken. Naar antwoorden. Naar ‘iets’. Alleen dat is al een groot pluspunt.