Kunst - Franciscus

De Drang tot Godsdienst

Henk van Os, oud-museumdirecteur en oud-hoogleraar, is de initiator van een aardige tentoonstelling gewijd aan Franciscus van Assisi. Van Os is naar eigen zeggen behept met ‘een drang tot godsdienst’, zij het zeker geen dogmatische of institutionele; in zijn opvatting is vooral de verbeeldingskracht van belang, de mogelijkheid dat kunstenaars ‘theologische abstracties (…) laten zien als gestalten die je nooit meer kunt vergeten’.

Medium kunst

Zo’n gestalte is deze Franciscus, een rijkeluiszoon die de basis legde voor een religieuze orde gebaseerd op armoede en opofferingsgezindheid, volgens het museum tevens een ‘natuurliefhebber, wonderdoener en gevierd prediker, verzetsstrijder en evangelist’.

Franciscus werd al twee jaar na zijn dood in 1226 heilig verklaard en zijn cultus werd snel door Rome in vaste patronen gestanst. Al voor 1240 ontstaat het beeld – hier te zien in een psalter uit Karlsruhe – van de magere man met tonsuur in monnikspij die de stigmata toont, de verwondingen die Christus opliep bij de kruisiging, en die Franciscus in 1224 miraculeus zou hebben ontvangen. De nadruk in de expositie ligt op de traditie van dat beeld, en zo zijn hier ettelijke Franciscussen te zien, vervaardigd in de loop van zo’n achthonderd jaar, telkens met een iets andere lading. Voor de kunstenaar is Franciscus interessant, en dan vooral die geschiedenis met die stigmata: hoe laat je dat lichaam zien, in een pij, in pijnlijke extase, de ogen gericht op een fantastische verschijning, met alle handen en alle voeten én de borst tegelijk vol in het zicht? Rubens kon dat, Barocci en Zurbaran konden het; die zijn hier niet, of alleen in prent, maar de tentoonstelling biedt toch een rijk overzicht, met veel variatie. Er zijn een paar echte topwerken. Er is een heerlijk kleurig stukje van Fra Angelico uit 1429, er is een mooie Taddeo di Bartolo, een prachtige Van Dyck, een curieuze Lievens en ook een wonderbaarlijk geheimzinnig schilderij van Ludovico Carracci uit het Rijksmuseum, Maria met Franciscus en het Christuskind (ca. 1585).

De kerk presenteerde Franciscus aanvankelijk als een hervormer. Paus Innocentius, die de orde erkende, had eigenlijk een broertje dood aan dit soort vrije radicalen, want de splijtzucht van eerdere armoedesektes als de Waldenzers lagen hem nog vers in het geheugen, maar hij begreep dat hij de Franciscanen beter kon omarmen dan afstoten. Na zijn dood werd Franciscus opgewaardeerd tot een ‘tweede Christus’, een ‘Christus Light’ (in de woorden van Van Os). In de zestiende eeuw werd hij ingezet als boeteprediker, om de protestanten te vermanen, en in de twintigste eeuw heruitgevonden als beschermheilige van de ecologie. De laatste gestalte is helaas nogal soft en zoet; de zaal gewijd aan Franciscus’ Zonnelied wordt gevuld met vogelgekwinkeleer. Het ontneemt het zicht op het feit dat Franciscus’ boodschap – afwijzen van eigendom, dienen van de allerarmsten – eigenlijk zeer radicaal was, een eerste aankondiging van de blitzen und donner van de Reformatie.


Franciscus, met het verhaal van Henk van Os. Catharijneconvent, Utrecht, t/m 5 juni; catharijneconvent.nl

Beeld: Fra Angelico, Franciscus voor de sultan, 1428-1429. Uit de tentoonstelling Franciscus, met het verhaal van Henk van Os (Bernd Sinterhauf / LINDENAU-MUSEUM, ALTENBURG, DUITSLAND )