J.J. VOSKUIL 1926-2008

DE DREIGING VAN ANDEREN

AMSTERDAM – Als je jezelf maar nauwkeurig genoeg observeert, zul je uiteindelijk misschien, ooit, leren begrijpen wie je bent. Zelfkennis, inzicht in de eigen persoonlijkheid, is altijd kennis achteraf. Grootspraak over zogenaamde idealen die nog door niets en niemand op de proef zijn gesteld, moet worden verworpen. Koester maar geen illusies, al kan een mens natuurlijk ook niet zonder.

Deze gedachten en opvattingen lijken ten grondslag te liggen aan al het werk van de donderdag overleden schrijver J.J. Voskuil (1926-2008). Zijn oeuvre, dat dertig jaar lang uit slechts één uiteindelijk (want finaal) boek leek te zullen bestaan, Bij nader inzien (1963), over het studentenleven van vlak na de oorlog, groeide nadat Voskuil in 1987 met pensioen was gegaan aan met duizenden en duizenden bladzijden typisch Voskuil-proza.

De zevendelige romancyclus Het Bureau betekende de doorbraak naar een groter publiek; het is een minutieus beschreven analyse van hoe mensen zich tot elkaar verhouden – in dit geval op een wetenschappelijk bureau voor volkenkunde, gemodelleerd naar het Meertens Instituut in Amsterdam, waar Voskuil dertig jaar gewerkt heeft. Na het misschien onverwachte succes van Het Bureau (een manuscript van 5500 bladzijden zal een gemiddelde uitgever waarschijnlijk doen kreunen) verschenen nog twee romans, een verzameling kortere portretten en beschrijvingen, en de wandelboeken. En nu is dat dus voorbij. En dat is triest.

Zijn boeken hebben een eigen ‘Voskuil’-plank in mijn kast, die overloopt in de boekenplank met het werk van Frida Vogels, de schrijfster met wie Voskuil sinds hun studententijd bevriend bleef. Vogels en Voskuil zijn beiden eenlingen – als auteur binnen de Nederlandse letteren (ze lijken geen ‘school’ te hebben gemaakt), maar ook als mens, althans de mens zoals die zich manifesteert in hun literaire werk en dagboeken: de mens die zich geïsoleerd maar al schrijvende staande houdt in een ‘bedreigende’ wereld.

Voskuils werk heb ik eindeloos herlezen. Ik ben bang dat niemand zo vaak Het Bureau, Requiem voor een vriend, Bij nader inzien en zelfs de wandelboeken, waarin de jaarlijkse reizen naar Frankrijk van Voskuil en zijn vrouw worden beschreven, herlezen heeft. Waarom?

Er zijn mensen die zijn boeken saai noemen, maar de eindeloos gedetailleerde beschrijvingen zijn simpelweg noodzakelijk. Wie dat niet ziet heeft, denk ik, niks begrepen van zijn werk. Immers, alleen wie scherp oplet, wie alle kleine, schijnbaar betekenisloze menselijke handelingen ziet en noteert (en daarmee overziet) is in staat om orde te scheppen en overzicht te behouden. Zichzelf niet te verliezen in een bedreigende en benauwende wereld die vooral door anderen lijkt te worden bestuurd.

‘Bedreigend’, een woord dat in zowel Vogels’ als Voskuils werk regelmatig valt, is de wereld van de anderen die zonder moeite meedoen aan de maatschappij. In Bij nader inzien, waarin een klein groepje studenten Nederlands zich volgens het ideaal van onmaatschappelijkheid in de marge sterk maakt, worden valse idealen malicieus maar ook met weemoedigheid gefileerd. De een na de ander uit het vriendengroepje blijkt zich als autonome ‘persoonlijkheid’ niet te kunnen handhaven en past zich aan aan de eisen van de maatschappij. Alleen Maarten Koning, Voskuils alter ego in al zijn boeken, lijkt deze vergankelijkheid van gedeelde idealen te doorzien en komt daardoor ten diepste alleen te staan.

Ook als Maarten Koning zelf gaat werken op het Bureau, een concessie die slecht valt bij zijn vrouw Nicolien (‘mensen die moeten werken zijn zielig’), staat hij in wezen alleen in deze quasi-sociale wereld, wat vooral blijkt als hij met pensioen gaat en alle vriendschappelijkheid met collega’s een illusie lijkt te zijn geweest.

Om deze desillusies te verwerken, de schijnbaar onvermijdelijke desillusie die de omgang met een ander mens uiteindelijk oplevert, moet alles herinnerd en beschreven worden; niks mag worden gemist. Elke zenuwtrek, elk slurpgeluid, elke vertrokken mondhoek en elke boterham die tergend langzaam wordt opgegeten – elke beweging en elk woord dat wordt gezegd, moet worden opgetekend. Dan pas zie je door wie je eigenlijk in feite omringd bent.

Duizenden bladzijden lang.