De drie grachten

De ui had gelijk. Ongezegd. We zullen het verdomme wel weten! Al weten wij nog niet wanneer. Met kloeke pas liep ik in de richting van de voormalige morgue van het eens zo vertrouwenwekkende Binnengasthuis. Slechts insiders weten dat die koele ruimte op spuugafstand van de eerste hulp lag. Voorkennis die je maar beter in je achterzak kunt houden. Wat humde ik daar?

‘Dadammm-dadidadidammm! Artistry in Rhythm? Het was nog waar ook. Vido Musso en Conte Condoli. 'Dadadidadadida!’ Dat was de piano van Stan in Interlude. Ik haalde de boel op treurige wijze door elkaar. Van hoog boven het huis op de drie grachten keek Guus Albrechts op mij neer. Hoorde dat het niet goed was. Zijn vertolking was beter. Veel beter. Zouden er nog mensen zijn die Kenton spelen? Op de piano. Of iemand in hun familie? Harry Welbedacht? Freddy Fransman? Hoe was het met Sproet? Op zijn brommer tegen de tram gereden. Dat wist ik ook wel. Wat wist ik nog niet? Hoe laat de voor mij bestemde tram langskwam. We kwamen aan bij het ziekenhuis. Met het elan van een elastieken hondekar had ik mijn deux-chevaux de bruggen doen bedwingen. De weinige bochten op ons traject nam hij even dapper als een wanhopige roeiboot, al kon ik niet nalaten om ontspoorde-cirkelzaagsgewijs de curve in te gaan waar ooit het nauwelijks boven het maaiveld reikende etablissement 'De Hof van Eden’ bijna dagelijks malicieuze troost bracht. Prikkelende roestgeur van het tussen mijn handen geklemde stuur steeg aangenaam mijn neus binnen. Zich daar vermengend met het zoet van het bloed op het hoofd van mijn mannelijke passagier en het aroma dat van achter de oren van zijn vriendin alle kanten op stuiterde. Vol de Nuit of Cabochard? Daarbij nog de slinks tussen eigen tanden ontsnappende nawalm van een paar glazen Laphroaig. Elementaire levenscocktail op een haar na compleet. Waar hing die ui uit, trouwens? Ik miste hem. Desondanks, of juist daarom, hoorde hij aan de lantaarnpaal. Wie was er hier ook alweer van Franse afkomst, hein?