De drie zusters

Van alle foto’s die glamourfotograaf Helmut Newton maakte van zijn vrouw Alice is er één bijzonder opwindend. Op die foto is zij te zien gezeten achter een tafel met daarop de restanten van wat een overvloedige dis moet zijn geweest. Ze heeft zich nog eens in laten schenken en steekt met geloken ogen een after-dinnersigaret op. Haar gezicht is afgewend, maar haar ongetwijfeld satijnen overslagblouse of peignoir is van haar hals tot net boven haar middel opengeschoven zodat twee volle blote borsten, waarvan de stijve tepels de stof nog iets verder opzij lijken te duwen, recht de lens in kijken.

Ik moest aan deze foto denken toen ik de nieuwe roman van Kristien Hemmerechts las, De tuin der onschuldigen, een boek waarin borsten het leidmotief vormen. Maar sowieso is Alice zoals ze door Newton is afgebeeld wel het type vrouw over wie Hemmerechts vaker schrijft: sensueel, avontuurlijk en verlokkend. Tegelijkertijd is ze autonoom en streng: je mag wel kijken, maar aanraken is een tweede. De vrouw die zich altijd, bijna haars ondanks, in een nieuw zinnelijk spel lijkt te willen storten. Want: ‘Als hij daar staat en me in zijn blik vangt, kan ik niet beloven dat ik de verleiding zal weerstaan; dat ik niet zal willen weten wat er gebeurt wanneer ik één, twee, drie stappen in zijn richting zet; en dat ik - al hebben we maar één dag, één nacht - geen twintig liefdes met hem zal willen beleven.’ De vrouw die deze gedachten koestert in De tuin der onschuldigen heet Nora, naar Ibsens tragische heldin uit zijn toneelstuk Het poppenhuis. Nora wist altijd wel dat zij die naam kreeg omdat haar moeder in de nadagen van haar zwangerschap dit toneelstuk las, maar waaróm ze het las krijgt ze pas tijdens het autoritje naar Spanje te horen dat ze samen met haar zussen onderneemt. Misschien is Nora wel erfelijk belast met overspelige genen. Ze heeft in ieder geval naast haar man een ex-minnaar en een min-of-meer-minnaar. De laatste doet haar van verlangen bijna flauwvallen, maar er is nog 'niets’ gebeurd. Als ze na een ontmoeting met hem naar huis rijdt, ontbloot ze achter het stuur haar borsten. 'Zelfs op de helst verlichte stroken autoweg mijn hemd niet dichtgeknoopt’, schrijft ze in gedachten in haar meest intieme dagboek. Nora gaat met haar zussen Judith en Heleen naar Spanje om hun tante Simone op te zoeken. Deze tante is een soort vakantiekolonie begonnen in het dorpje waar ze vroeger altijd met de hele familie vakantie vierden. Judith is de oudste en de gehaaidste, met een voortdurend rinkelende mobiele telefoon en louche zaakjes. Nora is de actrice en alleen daarom al het buitenbeentje. Heleen is de middelste en het zorgenkindje. Ze is een 'onschuldige’, zoals in Frankrijk mensen blijken te worden betiteld die geestelijk niet helemaal sporen. Maar daar komen Judith en Nora pas achter als ze uit pure geiligheid de hint van een Fransman onderweg volgen en zijn 'Le jardin des innocents’ aandoen, in de veronderstelling dat het een restaurant is. Gedurende de rit worden herinneringen aan de vakanties van weleer opgehaald, de ergernissen onderling, de kleine en grote geheimen. Kristien Hemmerechts heeft een suggestieve stijl van vertellen, die afwisselend boertig en poëtisch is. In De tuin der onschuldigen is de toon over het algemeen down to earth. Nogal wat passages deden mij denken aan De vriendschap van Connie Palmen. Veel kleine dialoogjes en uitgesproken bespiegelingen over onderlinge relaties, en veel 'papa’ en 'mama’ alsof we allemaal bij de familie horen. Zo denkt Nora over het tere zusje: 'Ik ben de enige die echt van haar houdt. Denk ik. Zeg ik nooit. Hoe zou ik meer van haar kunnen houden dan mama die haar heeft gebaard, dan Judith die haar altijd heeft beschermd? Ik hou zoveel van haar dat ik haar niet wil beschermen.’ Het is allemaal lief en goed, maar ook een beetje etherisch. Het mooist vind ik deze roman in de wijze waarop een vakantie van toen in herinnering wordt geroepen. Herinneringen waartoe Nora zich laat verleiden door haar zussen, aarzelend, want herinneringen verbleken zogauw ze worden prijsgegeven aan de openbaarheid, 'zoals eeuwenoude fresco’s zichzelf uitwissen wanneer een lichtstraal op hen wordt gericht’. In de verhalen van de zussen zindert desondanks de hitte van het Spaanse dorp die ook de nuchtere westerlingen anders maakt dan thuis, de rusteloze nachten, het onverklaarbare gedrag van de volwassenen door kinderogen beschouwd. Overal ontluiken de borsten. Nora heeft als kind last van schrijnende tepels, waarop Judith wel wat weet. En Heleen kan niet slapen als haar borsten bedekt zijn. Terloops wordt een schrijnend portret van een moeder geschetst, zo'n typisch onbevredigde boze moeder die vloekt en meppen uitdeelt en altijd haar zegswijzen klaar heeft. 'Ga mooi buiten spelen.’ 'Ik ben het personeel dat voor het eten en de was mag zorgen.’ De gezamenlijke reis die de zussen naar tante Simone ondernemen, is bijna een wraakoefening op haar, al was het maar omdat ze hun bestemming voor haar geheim hebben gehouden. Niet alleen zou ze het voor haar zorgenkindje Heleen een veel te inspannende onderneming vinden, maar ook is haar eigen zus Simone voor haar tot een rivale uitgegroeid. Hemmerechts is vooral een schrijfster van de details en de atmosfeer. Misschien dat ik daarom haar verhalen over het algemeen sterker vind dan haar romans. In haar romans ligt de wezenloosheid steeds op de loer, terwijl haar verhalen opwindend kunnen zijn als die foto van Newton, of tot tranen toe bewegend. Van dat laatste had ik nu geen last, evenmin als van een andere sterke emotie. 'Iets moet een blijvend spoor hebben getrokken’, denkt de ene zus over de herinneringen van de andere. Die blote borsten achter het stuur, die zal ik in ieder geval niet gauw vergeten.