Beeldende Kunst

De drollenmensen van Nobson Newtown

Beeldende kunst: Paul Noble in Museum Boijmans Van Beuningen

Het winkelcentrum van Nobson Newtown lijkt op een oude tempel, een combinatie van een synagoge en een moskee. Het gebouw zou in Las Vegas niet misstaan. De gevels zijn volledig bedekt met reliëfs, de minaretten zijn gegraveerd als de Zuil van Trajanus. Het gebouw is één groot, vreemd stripverhaal. Prominent op de gevel staat een merkwaardige piëta. Een lijdende Christus hangt, met een bos wortelen in zijn hand, in de armen van een spookachtige figuur die een kruising is tussen een drol en een mens. Op de muren zijn meer van deze drollenmensen te zien, in alle denkbare seksuele posities. Hun vormeloze lichaampjes doen dingen die je liever niet wilt zien: wilde orgieën, SM, seks met dieren – dit is any hole goes-seks van de meest gruwelijke, maar ook grappige soort. En het houdt maar niet op. In dit Sodom en Gomorra gebeurt overal waar je kijkt wel iets wat God verboden heeft.

De bizarre tekening is gemaakt door de Britse kunstenaar Paul Noble en is onderdeel van zijn fantasiestad Nobson Newtown. Een aantal van de 27 monumentale potloodtekeningen die onderdeel zijn van dit project is op dit moment te zien in het Rotterdamse museum Boijmans Van Beuningen. Noble werkt sinds 1995 met een bijna autistische gedrevenheid aan zijn getekende wereld. Beeld na beeld, verhaal na verhaal, dijt een Sin City zich uit die het midden houdt tussen een bizarre versie van het Forum Romanum en Smurfenland. Naast het winkelcentrum heeft de stad onder meer een ziekenhuis (Nobspital), een uitzendbureau (Nob Job Club) en een begraafplaats (Nobsend). Noble’s tekeningen zijn enorm tijdrovend, zowel om te maken als om te bekijken. Resten van vergane beschavingen zijn gecombineerd met in detail uitgebeelde vieze grappen en pornografie. Noble heeft zich hierbij laten inspireren door zowel Jeroen Bosch als Robert Crumb, maar ook door bijvoorbeeld foto’s van gebombardeerde steden, illustraties uit middeleeuwse getijdenboeken, reproducties van Chinese schilderijen en afschuwelijke be schrijvingen van dierenmishandeling. In de catalogus van de tentoonstelling is een fascinerend overzicht opgenomen van Noble’s bronnen en verwijzingen.

Taal speelt een belangrijke rol in Noble’s sinistere beschaving. De letters van een door Noble zelf ontworpen – en (voor mij) onleesbaar – alfabet (het Nobfont) vormen letterlijk de bouwstenen van de stad. Nobson Central is een gebombardeerde of door een aardbeving getroffen modernistische woonwijk. De tot puin vervallen huizen zijn de resten van driedimensionale letters die bij nadere beschouwing de openingszin blijken te vormen van T.S. Eliots The Waste Land. De details zijn weer geweldig: verwrongen staal en betonnen brokstukken, lekkende rioolpijpen en stinkende vuilniszakken vormen een hyperrealistisch postnucleair landschap.

Nobson Newtown is in al zijn details een samenvatting van de persoonlijke fascinaties van de kunstenaar. Noble is de architect, stedenbouwkundige, archeoloog, archivaris en historicus in één, hij is de schepper en vernietiger van zijn eigen universum. Maar het is ook een weergave van zowel de dromen als de destructieve neigingen van de mensheid in het algemeen. De enorme tekening Ye Olde Ruine, waar de expositie mee eindigt, is een visioen van het paradijs. Het arcadische landschap lijkt wel wat op de Tuin der lusten van Jeroen Bosch, maar dan met een zwaar onheilspellende atmosfeer. Vernietiging en schepping liggen dicht bij elkaar. Een van de drollenmannen drukt uit zijn anus een ei, en geeft zo geboorte aan het leven.

Tot 12 juni