De dromen van de groene velders

ER IS NOG bijna niets, behalve dromen - en die zijn er in overvloed. Als je er nu naar kijkt, zou je zeggen: gewoon een stuk land, zestig voetbalvelden groot, aan de rand van Lelystad. Kennelijk bedoeld om er huizen op te bouwen. Daar zijn ze ook mee bezig, op vier plekken. Losse huizen. Geen rijtjes. Elk huis krijgt een voetbalveld aan grond erbij. Niet om op te voetballen. Niet als groot uitgevallen tuin. Maar om echt iets te verbouwen. Sommige percelen zijn al ingericht. Andere liggen nog braak. Het hele project heeft een naam. De Groene Velden. De mensen die er komen wonen noemen zich de Groene Velders.

Ze wonen er nog niet. Maar ze dromen al wel. Van hun huis aan de rand van de stad. En van het land dat ze, als waren ze geen stedeling maar boer, in de toekomst gaan bewerken.
Want de Groene Velden zijn niet zomaar een stuk stadsuitbreiding, maar een project met een voorbeeldfunctie voor de rest van Nederland. Hier moet de filosofie volgens welke stad en platteland niet strikt gescheiden werelden zijn, in de praktijk gebracht worden. De Groene Velden moeten de natuurlijke overgang gaan vormen tussen de straten van de stad en de weilanden daarbuiten. Het wordt een woonwijk met een agrarische functie.
Wie op de Groene Velden wil wonen, moet zich houden aan de spelregels die de gemeente heeft opgesteld. Je moet beloven dat je behalve huizenkoper ook ondernemer wordt. Wat het veld oplevert, moet je verkopen. Je mag alles verbouwen, als er maar geen spuitmiddelen aan te pas komen. En zeker niet te veel krachtvoer voor de dieren. Er is al een plek aangewezen waar de wekelijkse markt komt.
De regels van de gemeente blijken geen bezwaar. Er zijn meer gegadigden dan percelen. Ook omdat de gemeente een schappelijke prijs vraagt voor de grond: 25 gulden de vierkante meter. Dezelfde prijs die echte boeren moeten betalen. De grond in Lelystad-centrum is tien keer zo duur. Voor een ton of zeven hebben de Groene Velders tienduizend vierkante meter grond, een vrijstaand huis, en de eerste gewassen op het land.
Lelystad begroet de grote belangstelling voor de Groene Velden met opluchting. De gemeente hecht veel belang aan het project, want Lelystad zelf is tamelijk aan het mislukken. De stad kampt met leegstand. De Groene Velden moeten helpen om Lelystad aantrekkelijker te maken.
De aanstaande bewoners zal die wens een zorg zijn. Zij dromen van hun toekomstige stuk grond. Van de emoes, de kippen en de karpers die ze gaan houden. Ze komen uit Lelystad-centrum of elders van de polder. De een is verpleegkundige, de ander piloot. Een derde verdient haar geld als financieel adviseur. Er zijn vutters die niet stil willen zitten.
Jonge gezinnen zijn er ook. Zij verheugen zich op de ruimte. Kinderen kunnen verstoppertje spelen tussen de zonnebloemen of boomhutten bouwen in het bos naast de Groene Velden.
De bewoners helpen elkaar bij de oogst. En leren elkaar hoe het eigenlijk moet, biologisch boeren. Eens per maand krijgen ze een blad in de bus: Groene Velden Nieuws. Met tips over hoe je je grond kunt laten wemelen van de regenwormen. Met een beschrijving van de dieren die al op en rond de Velden zijn waargenomen. En een oproep om tijdig bomen te bestellen bij de projectontwikkelaar.
Aan de rand van hun nog kale terrein vertellen ze wat hun droom is. De droom van stadsmensen die na gedane stadsarbeid de blauwe kiel aantrekken. Ton van Wijlen (51), stadsecoloog in Almere en eigenaar van het bureau Ton van Wijlen Natuurproducties, en José van Wijlen (47), verpleegkundige en sportlerares in Lelystad:
Ton: ‘Ik heb al nestkastjes opgehangen, lekker laag, kunnen kinderen er ook bij. De vogelbewoning hebben we eerder geregeld dan ons eigen huis. José is een dierenliefhebster. Alles wat wild is maakt zij tam. De merkwaardigste dieren zullen hier gaan rondlopen.’
José: 'Emoes, struisvogels, ganzen.’
Ton: 'Ganzen zijn graseters. Vijf ganzen eten net zo veel als een koe. Hoeven we zelf niet te maaien. Ze bemesten het land, heel ecologisch, én ze bewaken het terrein.’
José: 'Alle dieren die hier komen lopen moeten nut hebben. Ik wil er graag wat vlees van hebben.’
Ton: 'De emoes zullen veel publiek trekken. Dat is ook de bedoeling. Dit terrein moet een promotionele functie hebben. Als nou een voorbijganger vraagt: “Hoe kan ik aan een biologische heester komen?”, dan lijkt het me geweldig om te zeggen: “Hier heb je een schepje. Je mag er één uitgraven. Gratis.” Haha.’
José: 'Nee zeg, je moet er wel iets voor vragen. Het kost ons ook geld.’
Ton: 'Gelukkig maar dat José zakelijker is dan ik. Zij verkoopt de spullen die hier geteeld worden. En het scharrelvlees.’
José: 'Scharrelvlees is vaster en droger. Het heeft een betere smaak.’
Ton: 'We zitten hier op grond die de beste van Nederland genoemd mag worden. De planten groeien driemaal zo snel als op het oude land. We kietelen wat en dan brullen ze vanzelf de grond uit!’
José: 'De moestuin zal voor mij zijn.’
Ton: 'José heeft een boerinnecursus achter de rug. Zij kan melken. En een lascursus. Ze timmert verschrikkelijk goed.’
Paul Paulusma (36), salesmarketingmanager bij opleidingsinstituut Scheidegger in Venlo, getrouwd en vader van Leon (9) en Amber (7):
'Elke hen krijgt tien vierkante meter uitloopruimte. Ik begin met tweehonderdvijftig hennen. Uiteindelijk moeten het er vijfhonderd worden. Eerst even kijken hoe ze zich gedragen. Als je meerdere hennen bij elkaar zet in een kleine ruimte gedragen ze zich als kannibalen. Verder komen er drie hanen die het evenwicht in de toom in de hand houden.
Vanaf vijf, zes weken krijgen de kuikens uitloopruimte zodat ze leren scharrelen en zich normaal gaan gedragen. Dat kunnen kippen niet meer, is er helemaal uit gefokt. Ik ga ze houden zoals mijn grootouders het ook deden. Op stro en met legstokken waar ze ’s nachts op kunnen zitten. ’s Ochtends de deurtjes open en scharrelen maar.
Ik koester al vijftien jaar de wens om hennen te houden. Ik heb jaren bij de gemeente gelobbyd voor een stuk land. Toen dit loskwam, mocht ik als een van de eersten kiezen. De hekwerken zijn geplaatst. Ze moeten nog dieper de grond in. Bij een rondtocht door het bos hierachter ontdekten we een vos.
Ik kijk uit naar het moment dat ik bij het ontbijt mijn eerste flevogroeneitje ga eten. Dat zal een historisch moment zijn.’
Gerda Bonomo (38), financieel adviseur bij een assurantiekantoor in Lelystad, getrouwd en moeder van Maayan (11), Idiet (9) en Yanay (5):
Gerda: 'De zonnebloemen zijn geoogst. We hebben wekenlang knoerthard gewerkt, tot elf uur ’s avonds bloemen snijden. Een aantal bewoners van de Groene Velden is komen helpen.’
Maayan: 'Eigenlijk wilde ik fruitbomen.’
Idiet: 'Ik dacht dat we een soort dierentuintje zouden krijgen.’
Yanay: 'Met konijnen.’
Gerda: 'Misschien komt dat nog. Volgend jaar kweken we nog één keer zonnebloemen. Prachtig, zo'n geel veld. Maar je kunt niet altijd hetzelfde kweken, dat put de grond uit. Dus na de zonnebloemen komen er pioenrozen en chrysanten. We zien wel. Het moet een product zijn waar je zin in hebt én het moet winstgevend zijn. Uiteindelijk streven we ernaar dat mijn man zijn baan in de bouw kan opgeven. Hij komt uit Israel, heeft altijd in de agrarische sector gewerkt. Ik zie hem hier opbloeien.’
Yanay: 'Ik wil geen boer worden. Turtle lijkt me veel leuker.’
Gerda: 'Het is leuk om in een project te wonen waar alleen enthousiaste mensen leven. Het is moeilijk om gemotiveerd te blijven in de maatschappij waarin we nu leven, maar hier… Iedereen is zó positief.’
Erna Kamphuis (38), samen met echtgenoot Harm Kamphuis (39) eigenaar van Kamphuis Bloembinderij in Lelystad en ouders van Geert-Jan (8), Merel (7) en Rosanne (4):
'We hebben geen ervaring met kweken. Daarom hebben we expres veel verschillende soorten gepland. Als iets niet wil, pech gehad, dan zetten we wat anders neer. De professie moet nog komen. We gaan trendy spulletjes zaaien. Kalebas, pompoenen, visalis. Dat gebruiken we veel. En ook peertjes en sterappeltjes. Daarachter staat al een kronkelwilg voor de Pasen.
We willen het groen kweken dat we in de boeketten verwerken. Wat wij zelf niet kunnen behappen, gaat naar de groothandel. In de winkel hebben we zowel biologische als bespoten bloemen. Je kunt geen zaak draaiende houden op biologisch spul alleen. De zonnebloemen kwamen dit jaar van de Bonomo’s. Ideaal: elke dag vers, we hebben zelf met de pluk geholpen.
Op dit moment kost het alleen maar geld. Maar het is leuk werk. De bloemenzaak is stress; o jee, over een half uur moet het rouwwerk naar het crematorium en er staan net vijf klanten. Als ik hier aan de slag ben en ik moet de kinderen halen, gooi ik de schoffel neer en ga ik. De kinderen vinden het prachtig. ’s Zomers maken ze achter in het bos boomhutten.
Hier vooraan komt het huis. Er komt een koeling bij en een cursusgebouw. Ik wil les gaan geven in het maken van plantaardige objecten.’
Giel van Andel (60), boer in de VUT, getrouwd en vader van vier volwassen kinderen:
'Als agrariër tussen al die goedwillende amateurs kijk ik m'n ogen uit. Ik heb stukjes grond gezien waarvan ik dacht: tjongejonge, wat dóen die mensen. Ze willen hier graag wonen, maar voor een hoop zal het een hele klus worden. Mensen die ’s avonds na hun werk even komen kijken… nou nou. Men beseft niet wat het inhoudt om die grond onkruidvrij te houden.
Mijn vrouw en ik vinden wel dat we erg opgesloten zitten tussen al die buren. De dichtstbijzijnde buur woont nu zeshonderd meter verderop. We komen van een bedrijf van 52 hectare. Een gangbaar bedrijf, met aardappelen, bieten, tarwe, graszaad en sperziebonen. Het biologisch boeren is niet vreemd voor me. Mijn overbuurman heeft een biologisch bedrijf. Mijn broer in Zuid-Flevoland ook.
Het afgelopen seizoen heeft hier suikermaïs gestaan. Die is naar de biologische markt gegaan. Volgend jaar komen er pompoenen. Daarna knoflook. Voor de rest kijk ik wel hoe de vraag is op de biologische markt. Ik kies gewassen zo dat ik bepaalde tijden van het jaar weg kan. Mijn vrouw en ik reizen graag.’
Ruud Voerman (36), muziekproducer, woont samen en is vader van Floor (2), en Bas Teule (37), piloot, getrouwd en vader van Mila (6) en Pam (3):
Ruud: 'We maken één toegangsweg, maar de huizen komen wel een eindje uit elkaar te staan. Al zijn we heel lang vrienden, je moet niet op elkaars lip zitten.’
Bas: 'Een eigen huis bouwen is voor ons allebei een droom. Om het dan ook nog zo milieuvriendelijk mogelijk te doen is gewoon heel leuk.’
Ruud: 'We hebben allebei een eigen architect en een eigen ontwerp. Ik krijg een huis met een grasdak vanaf de grond. Levend gras vermengd met kruiden en vetplantjes. Met een glazen pui aan één kant.’
Bas: 'Mijn huis wordt conventioneel. Rechthoekig, onbewerkt hout aan de buitenkant. En een ronde kantoortoren die losstaat van het huis. We gaan samen een helofytensysteem aanleggen. Dat zuivert je afvalwater zodat je het kunt hergebruiken.’
Ruud: 'Het komt na filtering in een vijver en daarmee besproeien we ons land.’
Bas: 'We hebben net veertig ton peen geoogst. Da’s toch wat anders dan een moestuin.’
Ruud: 'We hebben een leuk plan met snijbloemen. Uit concurrentieoogpunt kunnen we er helaas niets over vertellen.’
Bas: 'Voorbijgangers kunnen die bloemen zelf komen afsnijden. Voor zoveel gulden je eigen bloemen plukken. Dat was het geheime procédé. Zo'n stuk grond krijgen is moeilijk. We hebben hier tienduizend vierkante meter de man!’
Ruud: 'Unieke situatie. Het levert constant gelukzalige momenten op.’
Bas: 'Ik woonde als kind groen en weids. Dat wil ik ook voor mijn kinderen.’
Bhola Balgobind (51), verkeersveiligheidsconsulent bij Verkeer en Waterstaat in Almere, getrouwd en vader van twee volwassen dochters:
'We zijn begonnen met het aanleggen van een breed pad en een ruime parkeerplaats. Het is de bedoeling dat er bedrijvigheid komt. Ik ga me richten op exotische plantensoorten. Bamboe, eucalyptusbomen, kersrozen en palmen. Er staan hier nu vijftig soorten planten. Volgens de kenners doen ze het goed.
Hier komt een winkeltje met een veranda waar mensen een kopje koffie kunnen drinken. Dwars over het terrein komt een looproute. Onderweg laat ik zien welke bamboesoorten er zijn en waarvoor je ze kunt gebruiken. Dat klinkt allemaal commercieel, maar ik vind het leuk om uit te proberen. En om te laten zien dat het kan, biologisch planten kweken.
Exotische planten hebben iets mystieks. Daarom hebben we gekozen voor een piramideachtig huis met rondom een veranda. Ik ben 31 jaar geleden vanuit Suriname naar Nederland gekomen. Thuis hadden we een agrarisch bedrijf. Een wens gaat in vervulling: een mooi stuk grond, straks een huis erop. En een beetje ondernemen.
De grootste winst moet komen van de pioenrozen die voor volgend jaar gepland staan. Mooie bloemen, ze zien er verwachtingsvol uit. Na drie jaar kun je ze snijden. In de oogsttijd zal ik me fulltime bezighouden met de rozen. Snijden, bosjes maken, in een containertje doen dat ’s avonds wordt opgehaald door de veilingexpres… De volgende ochtend worden ze geveild en een dag later wordt het bedrag overgemaakt op mijn rekening.
Er is geen mooiere bezigheid dan oogsten. Planten is ook leuk, maar oogsten, zo voelt geluk.’
Gea Kort (43), ontwerpster van bloemsieraden, getrouwd en moeder van Iris (8):
'Mijn man en ik houden niet van sleur. We zijn vaak verhuisd en hebben heel verschillende dingen gedaan. Op een camping gewerkt. In de bezigheidstherapie geweest. Mijn man heeft op de grote vaart gezeten. Dit Groene Veldenproject komt op het goede moment. We wonen negen jaar in hetzelfde huis. We dreigen vast te roesten.
We komen te wonen in het publieksgedeelte van het project, waar wekelijks een markt zal zijn. De mensen kunnen dan in mijn atelier komen kijken. In de voortuin komen allemaal borders met bloemen die ik droog en in mijn sieraden verwerk. Korenbloemen, erica, fuchsia, maar ook gewone paardebloemen.’
Sandra Schmidt (27), vijverviskweker in spe, getrouwd:
'We wilden altijd al voor onszelf beginnen. Liefst buiten. We zijn gigantische buitenmensen. Mijn man is weg van vissen. De keuze was snel gemaakt. We gaan vijvervissen kweken. Bijna hadden we een viskwekerij gekocht in Friesland, maar toen hoorden we dat een dergelijke kwekerij binnen de doelstelling van dit project viel. Perfect.
De eerste drie gaten zijn al gegraven. Het middelste wordt het biofilter waar het vijverwater om de zoveel uur doorheen moet. Zo'n filter is een mengsel van een heleboel planten en bio-organismen. Er moeten nog veel vijvers bij komen, maar we beginnen rustig. Het is toch een aardige investering. Het zeil voor op de bodem kost ruim duizend gulden per vijver. Mijn man houdt voorlopig zijn baan als accountmanager. Ik ga me met de verzorging van de vissen en de verkoop op de markt bezighouden.
In het voorjaar gaan de minivisjes erin. Na twee jaar zijn ze klaar voor de verkoop. Het kan wel eerder, maar wij willen alleen vissen van minstens twaalf centimeter verkopen. Goudvissen, steur, karpers, windes. Er komt ook een schuur voor de winter. Je hebt dure vissen, de karpers en minder dure, de goudvissen. Bij een strenge winter gaan de karpers de schuur in.’