De PvdA na de dreun van 22 november

De droom aan diggelen

Hoofdstuk 1 ‘Hoe de pvda de verkiezingen dacht te gaan winnen. Een sfeerschets vooraf’

Het is donderdag 9 november, een kleine twee weken voor de verkiezingen. Twee leden van het campagneteam van de pvda praten in op de pers in de Haagse fractiekamer van de partij in de nok van het voormalige ministerie van Koloniën. Lijsttrekker Wouter Bos kijkt vanaf vele affiches toe, omringd door ‘gewone’ kiezers. Het gaat op dit moment niet goed met de pvda in de peilingen, maar de twee medewerkers houden moed.

Campagnemanager Marco Esser voelt ‘positieve vibes’ rondom de pvda-campagne. Hij wil nog even in herinnering brengen dat het doel van de pvda een machtswisseling is. Door het wegzakken in de peilingen denkt hij dat wij, journalisten, vergeten zijn dat de pvda ‘premier Bos wil leveren’ en ‘een rigoureuze breuk’ wil forceren op de inhoud van het regeringsbeleid. Volgens Esser gaat de pvda in de Brabantse steden ‘de beslissende swing maken’.

Bij deze sessie is geen enkel kamerlid of kandidaat-kamerlid aanwezig. Nummer 11 op de lijst, Frans Timmermans, die bij het gesprek aanwezig had moeten zijn, zit vast in een file. Inhoudelijke vragen over de recente kritiek van Bos op het in een cel opsluiten van kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers worden daarom door Esser beantwoord. Hij komt niet verder dan ‘beleid voeren met je hart’ en raakt geïrriteerd als de pers wil weten hoe en waar dat hart die kinderen dan wil opvangen.

Dinsdag 21 november, de dag voor de verkiezingen. Voor de laatste keer praten medewerkers van het pvda-campagneteam ’s ochtends met de pers. In de meest recente peilingen is de pvda weer wat in zetelaantal gestegen. Licht triomfantelijk en met dezelfde temerige, arrogante stem als twaalf dagen eerder haakt campagnemanager Esser op die ‘trend’ in: ‘De erosie bij het cda zet door. Dat wordt een beetje veel door ons eigen onderzoek ondersteund, we merkten het gisteren ook in onze eigen focusgroepen.’

Volgens Esser kijkt de pvda het cda in de rug: ‘We zullen tot vlak voor het sluiten van de stembussen campagne voeren om in het laatste uur over het cda heen te gaan. We zijn ervan overtuigd dat we op de laatste dag het verschil gaan maken.’

Hoofdstuk 2

‘Hoe dat niet lukte. Een sfeerschets achteraf’

Donderdag 23 november, de dag na de verkiezingen, wederom in het voormalige ministerie van Koloniën. In de ochtenduren hebben de pvda-fractiemedewerkers al te horen gekregen wat de verkiezingsuitslag betekent voor hun baan. Het ziet ernaar uit dat er geen gedwongen ontslagen hoeven te vallen. Daarover heerst opluchting. Over de campagne niet. Er wordt veel geklaagd over ‘ze’, zoals de gesloten campagnekliek rondom Bos wordt genoemd.

’s Middags is de eerste fractievergadering in de nieuwe samenstelling. Flauwe grappen over katers zonder de lol van een dronkenschap doen de ronde. Een kamerlid zegt nog één keer op campagnetoon: ‘We gaan ervoor.’ Maar laat daar vermoeid achteraan komen: ‘Maar wáár gaan we voor?’ Om haar monoloog te eindigen met de pvda-slogan: ‘Voor een sterker en socialer Nederland’. Het klinkt leeg en afgebladderd, alsof ze er drie weken geleden ook al niet in geloofde.

Partijvoorzitter Michiel van Hulten komt een vergaderzaaltje uit en krijgt onmiddellijk een microfoon voorgehouden. Waarop baseert hij zijn opmerking dat de positie van partijleider Bos onbedreigd is? Van Hulten probeert snel de aandacht naar de vvd te verplaatsen en suggereert dat het fractievoorzitterschap van Mark Rutte bij de liberalen echt dubieus is. Even verderop analyseert een fractievoorlichter het verlies van de pvda: ‘De sp heeft met zijn radiospotjes een dodelijk efficiënte campagne gevoerd, maar het was wel volksverlakkerij. En de afbrandcampagne van Wouter door het cda heeft die partij geen stemmen opgeleverd, maar ons wel stemmen gekost.’

Hoofdstuk 3

‘Structurele gebreken en karakteristieken.

Een serieuzere analyse’

Nog steeds donderdag 23 november in het voormalige ministerie van Koloniën. Bos verschijnt in de gang en ook hij krijgt onmiddellijk microfoons voorgehouden. Of hij het verlies kan verklaren? Bos vindt het voor die vraag te vroeg: ‘Daar zullen we de komende weken en maanden eens rustig naar gaan kijken.’

Bos wil dat het allemaal wat kan betijen. Dat zou vooral beter zijn voor hemzelf en zijn positie. Maar zo werkt het niet. De analyses buitelen ook zonder hem wel over elkaar heen. Bos had beter in de korte nacht na de verkiezingsuitslag het rapport nog eens kunnen doorbladeren dat de nederlaag van zijn voorganger Ad Melkert in 2002 onder de loep neemt_: De kaasstolp aan diggelen: De PVDA na de dreun van 15 mei_. Dat leest alsof de inkt ervan nog maar nauwelijks droog is. Dat rapport kan de werkgroep die de nieuwste nederlaaganalyse moet maken een hoop werk schelen.

Daarom hier vast, vrij geciteerd, geactualiseerd én vrij te gebruiken, enkele kernpunten.Zonder het onverwachte van de uitslag te willen relativeren, kan het echec van 22 november niet los worden gezien van de matige tot slechte resultaten die de pvda in vrijwel alle verkiezingen sinds 1989 behaalde – en van de geleidelijke, maar daarom niet minder opzienbarende groei van ‘klein links’ op nationaal niveau (van drie zetels in 1986 tot 32 zetels in 2006). Ter herinnering, de pvda had in 1986 nog 52 zetels.

Ondanks alle goede bedoelingen na de electorale dreun in 2002 zit de pvda nog steeds met zichzelf in de knoop. Dat komt doordat de pvda een gesloten bestuurderspartij is, alle focusgroepen, discussieavonden, gespreksrondes en bezoeken aan cafés in geadopteerde wijken ten spijt. De pvda realiseert zich dat ook rondom de persoon van lijsttrekker Bos weer een klein en gesloten circuit is ontstaan. Velen voelen zich daardoor buitengesloten, niet alleen medewerkers maar ook verantwoordelijkheid dragende politici.

De pvda is ook nog steeds een campagnepartij. Het is niet gelukt echt geworteld te raken bij kiezersgroepen zoals verpleegkundigen, onderwijskrachten, allochtone middenstanders of bewoners van oude wijken, ook al doorspekt Bos tijdens kamerdebatten en toespraken zijn teksten altijd met hun ervaringen, gevoelens en frustraties.

De partij heeft verloren, omdat uiteindelijk nog steeds niet goed duidelijk is welke kiezer de pvda nou eigenlijk wil aanspreken. Is dat de Nederlander die niet verder wil kijken dan zijn eigen portemonnee of de Nederlander die begeleid wil worden naar een ruimere blik op de wereld en daar best de snelle bevrediging van een hoger salaris op de maandelijkse bankafschriften voor wil inruilen? Veel fouten, zoals het terugdraaien van het aow-standpunt en het gestuntel over de Armeense genocide, zijn uiteindelijk daarop terug te voeren.

Tijdens de verkiezingscampagne is vervolgens te rigide vastgehouden aan het leveren van premier Bos. Daarnaast is te veel opengelaten met wie de partij nou eigenlijk zou willen gaan regeren, met het cda of toch over links. De lichte draai naar dat laatste maakte geen standvastige indruk, maar een opportunistische. Verder wist de pvda tijdens de campagne nauwelijks echt inhoudelijke punten naar voren te brengen en heeft ze onvoldoende opgemerkt dat de bevolking snakt naar gemeenschapszin. De slogan ‘sterker en socialer’ dekte die behoefte aan gemeenschapszin onvoldoende en was bovendien onvoldoende doorleefd.

Hoofdstuk 4

‘Brandende kwesties. Een blik op de nabije toekomst’

Vrijdagmiddag 24 november, twee dagen na de verkiezingen. De koningin is begonnen met het consulteren van alle fractievoorzitters. Er moet tenslotte ook vooruitgekeken worden en een nieuwe regering gevormd.

Wouter Bos staat tegen vieren de pers te woord in Nieuwspoort. Hij komt net van paleis Noordeinde. De dag ervoor heeft Nederland hem horen zeggen dat hem na de nederlaag bescheidenheid past. Dat klinkt goed als ruim twintig procent van de zetels is verloren. Maar die bescheidenheid van Bos is schijn, onderdeel van het politieke spel dat formatie heet. In het perscentrum zit een man die onder een dun laagje vriendelijkheid kwaad is, het liefst om zich heen zou willen slaan en weet dat hij daarvoor een wapen in handen heeft. Bos’ droom om premier te worden is weliswaar aan diggelen, maar zonder zijn pvda kan nauwelijks een kabinet worden gevormd. Hij wil de krapper geworden huid van zijn partij duur verkopen.

Dus vindt de grootste verliezer van 22 november dat het cda en de sp, respectievelijk de grootste partij en de grootste winnaar, niet zomaar een beetje aan elkaar moeten gaan snuffelen de komende tijd, maar ook echt inhoudelijk moeten verkennen of ze met elkaar in een kabinet kunnen. Alleen als cda en sp stuklopen op elkaars standpunten over huren, hypotheken, de hoogte van minimumloon en uitkeringen, de marktwerking in de zorg, de toekomst van de Europese Unie of de troepen in Afghanistan kan de pvda met de beschuldigende vinger naar hen wijzen en zelf buiten schot blijven, ook al is de partij dan zelf als derde bij die eerste gesprekken betrokken.

Bos wil voor alles voorkomen dat de sp te snel en te gemakkelijk de kans krijgt om lachend verder te gaan in de oppositiebankjes, waardoor die partij geen moeilijke compromissen hoeft te sluiten en over vier jaar nog weer groter is. Hij wil het cda niet de kans geven gemakkelijk de steven te wenden naar een coalitie met pvda en ChristenUnie. Dan krijgt zijn partij veel christelijk tegenwicht te duchten en kunnen juist van de pvda allerlei compromissen worden gevraagd. Daarom dreigt Bos aan het eind van zijn persconferentie ook nog maar eens met nóg een andere variant: ‘Waarom zou de pvda in een kabinet gaan zitten als we ook vanuit de oppositie zaken geregeld kunnen krijgen?’ Bos wil zeggen: Balkenende ging voor goud, ik wil mijn verlies verzilveren. Zijn voorganger Wim Kok lukte dat in 1994 ook. De pvda verloor toen twaalf zetels, maar Kok werd toch premier. Dat laatste zit er voor Bos nu overigens niet in, al zou het theoretisch kunnen. In een zespartijencoalitie, zonder het cda, maar met de Partij voor de Dieren.