De bewoners nemen West-Jackson in handen

De droom van een zwart thuisland

Het was een ramp: vervallen huizen, hemeltergende armoede – een soort postapocalyptische ruimte waar je niet wilde zijn. Maar dankzij een paar doortastende geesten is nieuw leven ontstaan in de hoofdstad van Mississippi.

Medium hh 59306009
Jackson, Mississippi, de begrafenis van burgemeester Chokwe Lumumba op 8 maart 2014 © William Widmer / Redux / HH

De katoenvelden, het slavernijverleden, de lynchings – de Mississippi Delta is bluesland. De jankende gitaar van BB King, de doorleefde stem van Muddy Waters en niet te vergeten de mysterieuze Robert Johnson die hier op een stoffig kruispunt een pact met de duivel zou hebben gesloten. Die helden van weleer, ze zijn allemaal dood, maar dat gevoel, die blue devils, die staat van agitatie en depressie, dat zit diep verankerd in het dna van Mississippi. Het is niet voor niets dat juist hier zwarte Amerikanen uit alle delen van het land zijn neergestreken om te werken aan een vorm van zelfbestuur, een zwart thuisland, met de hoofdstad van Mississippi, Jackson, als uitvalsbasis. Getrapt: eerst de wijken, dan de stad, uiteindelijk de Delta, achttien aaneengesloten counties waar zwart in de meerderheid is: het gedroomde Kush District, vernoemd naar een eeuwenoud Nubisch koninkrijk.

Die depressie van de blues, die ligt spreekwoordelijk voor het oprapen. Op weg van Memphis naar Jackson kom je langs plaatsjes als Tutwiler, waar de Amerikaanse Droom aan diggelen is geslagen en waar je als een soort kapitalisme-archeoloog restanten kunt bestuderen van wat ooit als vooruitgang werd gezien: een leeg treinstation met verbleekte muurschilderingen van blueszangers, een gesloten benzinepomp, een verlaten crèche. Zelfs de drankzaak is dichtgespijkerd. De 3500 mensen die hier nog wonen (87 procent zwart) vallen voornamelijk in de categorie ‘overbodigen’, onnuttig verklaard door het kapitalistische systeem. Bijna veertig procent van hen leeft onder de armoedegrens.

Ruim tweehonderd kilometer verderop waait de vlag van Mississippi nog altijd fier op de overheidsgebouwen in downtown Jackson, de hoofdstad van de staat. Het Zuidelijke kruis linksboven is voor sommigen een symbool van blank racisme. Bullshit, zegt Mississippi. De bestuurders weigeren in te gaan op verzoeken om die vlag te veranderden. Dit is hun vlag, de Zuidelijke rebel flag. Kan wel zijn, maar rijd je westwaarts, richting Jackson State University, dan is er weinig meer van die Zuidelijke branie te bespeuren. Je waant je in de Derde Wereld, met gekraterde wegen, water dat uit gesprongen leidingen verheugd over straat stroomt en huizen die zijn afgebrand of op instorten staan. Detroit verbleekt erbij. Afgezien van wat schimmige figuren op weg naar de voedselbank of een drugspand zijn de straten hier goeddeels verlaten.

Natuurlijk, het is maar wat je wilt zien. Jackson heeft met Fondren ook zijn hipsterbuurt, en het historische Belhaven met zijn kasten van huizen staat te boek als een van de ‘Great Neighborhoods’ van Amerika. En naast de blues kan Mississippi ook bogen op een imposante literaire traditie, dankzij schrijvers als Richard Wright, Tennessee Williams, Richard Ford, Kiese Laymon, Donna Tartt en John Grisham. Ze liggen allemaal uitgestald in Lemuria, een knusse onafhankelijke boekenzaak in Jackson. Maar als je daar onder het genot van je flat white de recent uitgegeven verhalenbundel Mississippi Noir openslaat word je meteen weer met je neus op de feiten gedrukt: ‘Welkom in Mississippi’, begint de inleiding, ‘waar we volgens recent onderzoek het meest corrupte bestuur van de Verenigde Staten hebben. Waar we de lijstjes aanvoeren van kindersterfte, tienerzwangerschap, suikerziekte en vetzucht onder kinderen en volwassenen. We hebben ook het grootste armoedeprobleem van het land.’

Nee, Jackson is niet de stad die Donald Trump in gedachten had toen hij zijn slogan ‘Make America great again’ lanceerde. Maar dat desolate, het idee dat de bodem wel bereikt is, in combinatie met tachtig procent zwarte inwoners, de behapbaarheid van de stad en de terugkeer van duizenden zwarten naar Mississippi biedt volop mogelijkheden voor activisten die willen experimenteren met zelfbestuur en een ontsnappingsroute uit de stukgelopen Amerikaanse Droom. Dat is die andere component van de blues: de agitatie.

De eerste stappen naar zelfbeschikking werden vier jaar geleden gezet toen Jackson opzien baarde met de verkiezing van een nieuwe zwarte burgemeester. Chokwe Lumumba was een 65-jarige advocaat die zijn sporen had verdiend in het ‘kabinet’ van de Republic of New Africa (rna), een in 1968 opgerichte militante organisatie die zwart separatisme propageerde en door de fbi als staatsgevaarlijk werd beschouwd. Lumumba was in 1947 als Edwin Finley Taliaferro in Detroit geboren, en beschouwde na de moord op Martin Luther King activisme als zijn roeping. Hij verruilde zijn ‘slavennaam’ voor Chokwe Lumumba (de voornaam verwees naar een nooit geketend Afrikaans volk, de achternaam naar een Congolese vrijheidsstrijder) en gebruikte zijn rechtenstudie om zich als onvervaarde advocaat in gevoelige kwesties te mengen. Hij liet zich niet intimideren, noemde een blanke rechter zelfs een keer ‘racistische hond’.

Lumumba bezocht Mississippi voor het eerst in 1971, toen de rna daar net buiten Jackson de ‘hoofdstad’ van een beoogde zwarte staat wilde vestigen. Het waren de tijden van hevige studentenonlusten, waarbij de politie regelmatig met scherp schoot. De rna-militanten wapenden zich – zelfverdediging stond hoog op het lijstje met prioriteiten. Al snel waren ze een doorn in het oog van de blanke notabelen, die het hier al generaties lang voor het zeggen hadden. De spanningen liepen op, en op een bloedhete dag in 1971 omsingelden de honderd man politie en fbi het rna-hoofdkwartier in West-Jackson. De zeven mensen die zich in het huis bevonden kregen zestig seconden de tijd om met opgeheven armen naar buiten te komen. Toen er 75 seconden waren verstreken en er niets gebeurde vond de politie het welletjes en vuurde een traangasgranaat af, waarop een schotenwisseling volgde. Een agent werd gedood en twee raakten gewond. Er werden elf rna-leden gearresteerd. Lumbumba was wel in de stad, maar ontsprong de dans.

Het incident deed de raciale verhoudingen in Jackson geen goed, en het plan voor zwarte zelfbeschikking werd op sterk water gezet. Lumumba verdween weer naar Detroit om Black Panthers en andere revolutionairen te verdedigen. Maar in 1988, hij was inmiddels begin veertig, besloot hij om terug te keren naar Jackson en zich te wijden aan die droom van een zwart thuisland in de Mississippi Delta, dat Kush District. Hij trof een grondig veranderde stad aan; blank had zich teruggetrokken in de forensensteden, terwijl de binnenstad en de westelijke wijken waren verworden tot karkassen, dumpplekken voor kanslozen.

Jackson is niet de stad die Donald Trump in gedachten had met zijn slogan ‘Make America great again’

Lumumba kreeg steun van een legertje activisten die meteen een nieuwe organisatie in het leven riepen. De Malcolm X Grassroots Movement (mxgm) ging het gedachtegoed van de in 1965 vermoorde Malcolm X combineren met socialisme. ‘Malcolm betoogde dat land de basis is voor onafhankelijkheid. In onze ogen is deze natie, de Verenigde Staten, op illegale wijze tot stand gekomen. Het is een experiment van koloniale settlers, dat gepaard ging met barbaarsheden, moord en genocide’, zegt Akil Bakari, een van de oprichters van mxgm. Bakari, die in 1956 in St. Louis werd geboren, is groot en gespierd. Hij draagt een sweatshirt, een trainingsbroek en badslippers. ‘Ik ben net terug van een basketbaltraining’, zegt hij.

De prangende kwestie was: werk je binnen of buiten het systeem? Aanvankelijk, zegt Bakari, was dat een overbodige, zeg maar gerust onnozele vraag. Natuurlijk werkte je niet samen met the man, de blanke vijand. Geen denken aan. Nee, mxgm zou de kansarmen in Jackson – niet alleen de zwarten, maar ook indianen, Latino’s en zelfs white trash – mobiliseren en organiseren in een volksvertegenwoordiging en coöperaties. Daarbij dienden de Zapatistas in Mexico en de anarcho-collectivisten in het Baskische Mondragon als voorbeeld. Tevens moest er een nieuwe generatie activisten worden opgeleid.

Het bleek allemaal lastiger dan gedacht. De stad en haar bevolking waren te diep gezonken. ‘Wie is er nou geïnteresseerd in zelfbeschikking als hij niet weet of hij morgen te eten heeft’, zegt Bakari. ‘Dus we dachten: in Jackson kunnen we wellicht op gemeentelijk niveau macht uitoefenen. We wilden de belastinginkomsten beter verdelen en de mensen laten zien dat er een andere weg mogelijk is, collectieve inbreng en collectief bestuur.’ Dat betekende niet dat het ideaal van zelfbeschikking werd losgelaten, maar alleen dat er een nieuw front was geopend. ‘Het geeft ons een breder platform en het stelt ons in staat om meer mensen te bereiken, die wellicht anders denken, maar die ons wel begrijpen’, zegt Bakari.

Medium nia   takuma umoja 02
Nia & Takuma Umoja © Fred de Vries

In 2009 stelde Chokwe Lumumba zich op instigatie van mxgm verkiesbaar als gemeenteraadslid. Hij werd moeiteloos gekozen. Drie jaar later maakte hij zijn kandidatuur voor de post van burgemeester van Jackson bekend. Twee decennia van mobilisatie in de wijken wierpen hun vruchten af: Lumumba kreeg 87 procent van de stemmen. Het was een politieke doorbraak die zijn weerga niet kende: de hoofdstad van een ultraconservatieve Zuidelijke staat werd nu geleid door een radicale zwarte die een blanke rechter voor racistische hond had uitgemaakt. Tijdens zijn beëdiging hief Lumumba meteen de oude strijdkreet aan: ‘Free the land!’ Als antwoord scandeerden zijn aanhangers de woorden van Malcolm X: ‘By any means necessary!’

Lumumba en zijn activisten zouden bewijzen dat ze meer waren dan ‘dat clubje revolutionairen’, dat werkelijke verandering mogelijk was, dat de arme zwarte bevolking een beter lot verdiende dan ‘overbodig’. ‘We wilden het op onze manier doen’, zegt Bakari. ‘De mensen moesten begrijpen dat regeren een recht is, iets waar je deel van kunt uitmaken, dat je inspraak kunt hebben in belangrijke zaken als het vaststellen van een begroting. Wij gebruikten onze volksvertegenwoordiging om input van onze mensen te krijgen.’ Meteen werden plannen geïnitieerd om de infrastructuur van Jackson een complete make-over te geven en om overheidscontracten niet langer uit te besteden aan blanke bedrijven van buiten, maar om de lokale economie en werkgelegenheid impulsen te geven.

Maar die Mississippi-duivel aan wie Robert Johnson ooit zijn ziel verkocht bleek nog steeds rond te waren. Nog geen acht maanden nadat hij was ingezworen, overleed Lumumba, na klachten over borstpijn. Het gonsde van de geruchten. Dit was Amerika, een land met een lange traditie van moord op zwarte prominenten. Louis Farrakhan, leider van de Nation of Islam, betaalde mee aan de komst van de beroemde patholoog Michael Baden. Maar ook die moest vaststellen dat Lumumba gewoon aan een slagaderlijke bloeding was overleden, waarschijnlijk het gevolg van verwaarlozing en uitputting.

Er kwamen nieuwe verkiezingen. mxgm spoorde Lumumba’s zoon Antar, net als zijn vader een jurist, aan om zich verkiesbaar te stellen. Die ging akkoord, maar de campagne schoot jammerlijk te kort. En blank, geschrokken van Chokwe, kwam ditmaal in groten getale naar de stembus. Hun kandidaat, de zwarte dominee Tony Yarber, won. The old boys network haalde opgelucht adem. Dat Yarbers vertrouwen in het gebed soms absurdistische vormen aannam (een van zijn tweets luidde: ‘Ja, ik geloof dat we de gaten in de wegen kunnen wegbidden. Mozes bad en de zee opende zich’) wuifden ze weg als irrelevant.

‘Wie is er nou geïnteresseerd in zelfbeschikking als hij niet weet of hij morgen te eten heeft’

Dat bidden heeft niet geholpen. De gaten in de wegen hebben inmiddels monsterlijke proporties aangenomen, en het water stroomt nog altijd opgetogen over het asfalt. Water waarin trouwens zo veel lood is aangetroffen dat het drinken ervan ernstig wordt afgeraden. Grote delen van Jackson geven de indruk van een postapocalyptische filmset.

De activisten van Chokwe likten hun wonden, maar gaven de strijd niet op. Ze zetten een nieuwe organisatie op, Cooperation Jackson, en haalden Antar over om zich nogmaals als burgemeester verkiesbaar te stellen. ‘Chokwe’s dood was een enorme klap’, zegt Kali Akuno, destijds de rechterhand van Lumumba, nu de drijvende kracht achter Cooperation Jackson en auteur van het 28 pagina’s tellende pamflet Casting Shadows waarin de context en doelstellingen van het project uiteen worden gezet. ‘Maar we zijn op de been gebleven.’

De 45-jarige Akuno groeide op in Los Angeles en behoort tot het legertje activisten dat naar Jackson kwam om daar de idealen van zwart zelfbestuur vorm te geven. In Californië sloot hij zich als hiphopper aan bij mxgm en zette zich in voor de ‘prisoners of war’, de gedetineerden van radicale zwarte organisaties. In 2005 ging hij naar New Orleans om daar slachtoffers van de orkaan Katrina te helpen. Met lede ogen zag hij aan hoe de stad in handen kwam van projectontwikkelaars, die zwarte getroffenen als ‘overbodig’ aan de kant schoven. ‘Voor ons bewees Katrina dat het kapitalistische systeem op een punt is beland waar het zich zonder wroeging van zwarte lichamen ontdoet. Het had alle schijn van een experiment: kijken hoe ver we kunnen gaan en wat de politieke respons is.’

In de straat waar Cooperation Jackson kantoor houdt hangen posters met het gezicht van Antar Chokwe boven de winnende verkiezingsslogan van zijn vader: ‘One City!! One Aim!! One Destiny!!’ Het werkte. Op 2 mei won Antar de eerste verkiezingsronde met zo’n overweldigende meerderheid dat een tweede stemgang in juni puur geldverspilling is (de Republikeinse kandidaat kreeg 98 stemmen). Akuno is blij, natuurlijk. Maar hij heeft zijn twijfels. Hij vreest de ‘Syriza valkuil’: je erft net als die linkse Grieken de ellende van je voorgangers, waarna je al je grootse ambities op een zijspoor kunt stallen. ‘Er is veel veranderd in de afgelopen drie jaar. De stad heeft een enorme schuld opgebouwd. Er zijn gigantische problemen met het contract voor de renovatie van de waterleidingen. Het enige wat je rest is de belofte doen dat jij de bezuinigingen beter gaat hanteren dan je voorgangers.’

Maar er is nog meer veranderd: de beweging voor zwart zelfbestuur viel na de dood van Chokwe Lumumba uiteen. Deels had dat te maken met ego’s, deels met principes en deels met ambities. De concurrent van Cooperation Jackson noemt zich Cooperative Community of New West Jackson, en zit pakweg een kilometer verderop, diep in zo’n postapocalyptische buurt. Je gaat rijden, constant op je qui vive voor gaten en onverlaten. Maar dan ontvouwt zich een wonderlijk panorama. Als je bij Capitol Crescent linksaf slaat verandert het straatbeeld. In plaats van bouwvallen zie je felgekleurde, opgeknapte huizen. Blauw, geel, roze, groen, primaire kleuren. En op de hoek van Columbus en Grenada Street kom je bij een enorm erf waar het overdadige groen haast pijn aan je ogen doet.

Medium west jackson02
West-Jackson, een van de ‘ontkrotte’ huizen © Fred de Vries

Dit is het werk van Nia en Takuma Umoja, een zwart echtpaar met zeven kinderen, die ruim drie jaar geleden uit Texas naar Jackson kwamen, om daar net zoals Chokwe, Akuno en Bakari gestalte te geven aan die droom van zwart zelfbestuur. New Africans noemen ze zich. Nia komt oorspronkelijk uit South Carolina, Takuma uit Guyana. Zij is nog geen veertig, hij dik in de zestig. Allebei hebben ze lange dreads. In de buurt werden ze aanvankelijk ‘de Jamaicanen’ genoemd, of ‘de rasta’s’. Tegenwoordig is het gewoon ‘Takuma’ en ‘sister’. Hun geadopteerde achternaam Umoja is Swahili voor ‘eenheid’. Ze ontvangen in hun kantoor, een van de ontkrotte huizen. Aan de muur hangt een plattegrond van West-Jackson met alle erven die ze de afgelopen drie jaar hebben overgenomen, zestig in totaal, met bovendien langlopende huurcontracten voor zeven andere panden.

Voordat de Umoja’s naar Mississippi trokken runden ze een links Afro-cultureel centrum in Texas. Maar ze waren huurders, en toen de buurt trendy werd daalden de projectontwikkelaars er als gieren neer. Met zo’n vijftien andere gezinnen besloten ze om zich te vestigen in het gedroomde Kush District. Takuma was lid van de mxgm en kende Chokwe Lumumba. De karavaan streek neer in Utica, zo’n dertig kilometer buiten Jackson. Een grandioos fiasco. De naïeve idealisten stonden versteld van de armoede, het gebrek aan werk en scholen. Als veganisten konden ze hier echt niet overleven. Ze vertrokken.

‘Als de hipsters komen waarschuwen we ze: je kunt niet lekker op de veranda gaan zitten met je laptop en je latte’

Nia lacht bitter. ‘Al die mooie liedjes, al die mooie woorden, al die mooie theorieën. De realiteit is anders, keihard.’ Zij en Takuma zetten door. Via de advertentiesite Craiglist vonden ze een betaalbaar huis in West-Jackson, dertigduizend dollar. Ze gingen kijken. Nachtmerrie. Geen ramen, geen voordeur, geen elektriciteit, geen straatverlichting, vlak naast een illegale vuilnisbelt, een buurvrouw met vijftien honden en een buurt vol junks en prostituees. Maar Takuma, voor wie het glas altijd halfvol is, zag perspectieven: het dak lekte niet en de vloer was in redelijke staat. Ze deden een bod. Vijftienhonderd dollar? De makelaar ging onmiddellijk akkoord.

Werden ze gemakkelijk opgenomen in de gemeenschap? Nia grijnst. Gemeenschap? Dit is West-Jackson, honey. Er was geen gemeenschap. Dit waren mensen die ooit als landarbeiders hadden gewerkt, waren afgedankt en uiteindelijk hier waren aangespoeld. Veel van hen waren analfabeet. ‘Vooraf heb je werkelijk geen idee van wat er hier zoal omgaat. Je hoeft hier niet te komen met je praatjes en je arrogantie, met dat mooie Corporation Jackson-concept van “de macht van het volk”. Ze kennen je niet, ze vertrouwen je niet. Ze leven in de marge van de marge, van bijstand en afpersing. Veel van hen, ook jongeren, overleven dankzij een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ze maken zichzelf ziek, zodat ze dat geld kunnen opstrijken. Er was geen enkele communicatie. Het was een constante kakofonie van zwaailichten, sirenes, vuurwapens, arrestaties – het was vreselijk.’ Ze vertelt dat ze op een dag een loodgieter hadden besteld uit het nabijgelegen stadje Pearl. ‘Ze kwamen hier met vijf auto’s en vijftien vuurwapens. Ze hadden bovendien een gevarenbonus gekregen.’

De Umoja’s stroopten de mouwen op en gingen aan de slag. Stukje bij beetje veroverden ze West-Jackson terug op de afbraak. Ze gebruikten de twee meest voor de hand liggende elementen: de grond en de lokale vaardigheden. Onder de mannen waren naast landarbeiders ook loodgieters, timmerlui, bouwers en automonteurs. De vrouwen konden koken en naaien. Maar niemand wilde zijn handen vuil maken aan die afzichtelijke vuilstortplek. Laat de gemeente maar komen. Maar die kwam niet, want de mensen hadden hun waterrekening niet betaald. Dus deden de Umoja’s het zelf. Eerst met z’n tweeën. Buren kwamen met een stoel en een biertje toekijken. Gratis vermaak. Daarna kwam er een helpen. Toen nog een. Uiteindelijk werden alle ratten en slangen verdreven, oude muren geslecht en de wildgroei weggekapt. Ongemerkt werd dit het eerste gemeenschapsproject.

Ze noemen hun praktijk ‘modelling’. In plaats van eindeloos ouwehoeren over zelfbeschikking laat je zien dát het kan – en hóe het kan. De buurt zwierde mee. Tuinen werden opgeknapt, huizen kregen verf. Maar daarmee haalden ze meteen de duivel binnen. Gehaaide hipsters zagen wel wat in zo’n goedkoop houten huisje in een edgy maar goed gesitueerde buurt. Konden ze helpen? Ja, maar dan moesten ze wel eerst een proefperiode van negentig dagen doorlopen. ‘En als ze komen waarschuwen we ze: nee, je kunt niet lekker op de veranda gaan zitten met je laptop en je latte. Dit werk hier is uitputtend en deprimerend’, zegt Nia.

Ook ambtenaren en projectontwikkelaars keken likkebaardend naar die corridor tussen downtown en de dierentuin, die nu een gratis facelift kreeg. Om gentrificatie te voorkomen kocht de coöperatie zelf zo veel mogelijk erven op. Maar om dat te doen moesten ze afspraken maken met ‘de vijand’, de lokale en regionale overheid. Zo kreeg burgemeester Yarber een rondleiding van drieënhalf uur. Ook klopten ze aan bij conservatieve kerkelijke organisaties voor financiële steun. Concessies zijn onvermijdelijk, zegt Nia. ‘Het was niet makkelijk, want je weet hoe die lui denken. Maar zij hebben de macht en zij nemen de besluiten die de armen raken.’

Het is uitputtend werk, met verschillende wekelijkse vergaderingen en zondagsbijeenkomsten waarin de filosofie en doelstellingen uiteen worden gezet. Het doel is even simpel als ambitieus: ‘We willen dat de bewoners over pakweg tien jaar in een andere ruimte verkeren, op economisch, fysiek, geestelijk en onderwijskundig vlak. We gaan de lokale economie stimuleren rond de lokale vaardigheden, met accenten op voedsel, bouw en volkskunst. Er komt een kruidenierswinkel, een groentetuin, een versmarkt, restaurants, een bakkerij. Alles voor en door de bewoners. Zij moeten het doen. Zij moeten de baas worden over hun eigen toekomst, niet wachten tot wij of de blanke man het voor hen regelen. Anders zit je over zestig jaar nog steeds in hetzelfde schuitje.’ Ja, bromt de zwijgzame Takuma, om hier te slagen moet je de Amerikaanse Droom loslaten. ‘Dat is het offer.’

We wandelen door de buurt. Nia wijst: gastenverblijf, resource centre, bakkerij, school, park. In de groene oase op de hoek van Columbus en Grenada Street blijven we wat langer staan. Dit was die vreselijke vuilstortplek, nu ingericht als landschapstuin, met aubergine, watermeloen, avocado’s, sla, okra, peren, hazelnoten, appels, kersen. We ademen diep in, de geur van kleuren. ‘Het moet een reinigende ruimte zijn’, zegt Nia.

De Umoja’s geloofden nooit dat Antar Chokwe de verkiezingen zou winnen; big business zou dat niet accepteren. Hun weg voorwaarts was pragmatisme: verbonden sluiten met zakenmannen, kerken en blanken. Dat heeft de Malcolm X Grassroots Movement hen niet vergeven, want dit waren nou juist die lui die fel gekant waren tegen zwart zelfbestuur, religieuze clubs als de Voice of Cavalry Ministries, in de woorden van Akuno ‘blanken die hier een jaar of dertig jaar geleden zijn neergestreken, allianties smeedden met zwarte kerken en daar meteen blanke leiders neerzetten. Ze investeerden in onroerend goed, en ze gaven een aantal zwarten ongeschoold werk. Zo creëerden ze hier hun eigen koninkrijkje.’

Op zich, opper ik, is het toch geen ramp dat de Umoja’s hun eigen weg gaan en zo op kleine schaal verandering bewerkstelligen? ‘Ieder zijn ding, prima’, zegt Akuno. ‘Maar het wordt interessant om te zien wat er met hun project gebeurt als Antar burgemeester wordt. Gezien het schisma weet ik niet of ze dan nog steun krijgen.’ Hij zucht. ‘Ja, ja, het lot van links.’