De droom van joris ivens

DE HOUTEN CAMERA uit Cuba, de Zilveren Leeuw uit Venetië, de afgereisde leren camerakoffer met filmapparatuur. Als stille getuigen staan ze wat verloren op de planken in de kelder van de Europese Joris Ivens Stichting.

Net zoals het reiskoffertje van Helen van Dongen, jarenlang de levensgezel en vaste editor van Ivens, de mappen met foto’s, de dagboeken, de originele scenario’s en persoonlijke brieven, waaronder een lang verloren gewaande liefdescorrespondentie met een oude vriendin. Na veel omzwervingen hebben ze een laatste rustplaats gevonden aan de Willemsparkweg in Amsterdam, waar de Ivens Stichting begin 1994 haar deuren opende. Of beter gezegd, haar deuren gesloten heeft gehouden, want de enorme berg archiefmateriaal moest eerst ordentelijk worden geïnventariseerd. ‘Joris was, zoals alle grote artiesten, altijd heel erg bezig met de gedachte wat er na zijn dood met zijn werk zou gebeuren’, vertelt Marceline Loridan, de weduwe en enige wettige erfgenaam van Ivens. 'Hij had een groot historisch besef. Al tijdens zijn leven wist hij dat alles wat hij deed, alles wat hij filmde, ooit deel zou uitmaken van een veel grotere geschiedenis. Hij heeft grote momenten uit de geschiedenis van dichtbij meegemaakt. Hij was met Hemingway in Spanje tijdens de Spaanse burgeroorlog, maakte in China in 1938 de geboorte van het communisme mee, zat in 1945 in Indonesië, in 1960 in Cuba, in 1968 in Vietnam. Joris besefte dat het niet ophield bij zijn films, zijn hele leven maakte deel uit van die geschiedenis.’
De grote vraag is of het publiek de collectie Ivens ooit zal mogen bewonderen. Net nu het archief eindelijk een beetje op poten staat, hangt de Stichting een levensgroot probleem boven het hoofd. Staatssecretaris Nuis liet in zijn Cultuurnota weten geen heil meer te zien in het onafhankelijke Ivens-archief en besloot de jaarlijkse subsidie van 250.000 gulden stop te zetten. 'De resultaten als geheel maken een magere indruk’, zo oordeelde de Raad voor Cultuur.
De activiteiten zouden te weinig voorstellen en de ontsluiting van het archief was veel te traag op gang gekomen. Dit laatste zou vooral te wijten zijn aan het moeilijke gedrag van de weduwe Ivens. En als gevolg hiervan zou de werkrelatie met het Nederlands Filmmuseum, dat niet alleen Ivens’ films maar ook een gedeelte van zijn archief beheert, op zijn zachtst gezegd 'problematisch’ zijn geworden.
NA DE DOOD van Ivens in 1989 ontstond er een onverkwikkelijke strijd tussen het Filmmuseum en de weduwe Ivens over het archief. Het was niet duidelijk wie de rechtmatige eigenaar was van een aantal belangrijke stukken, wat een geschil veroorzaakte. Dat liep zo hoog op dat de twee partijen als kemphanen tegenover elkaar kwamen te staan en alleen nog per advocaat wensten te communiceren. Een strijd waarbij Nuis uiteindelijk als bemiddelaar moest optreden. Hij liet de omstreden stukken overbrengen naar het Rijksarchief in Lelystad, waar ze door een onpartijdige archivaris zouden worden geïnventariseerd. Er werd een depotstellingscontract opgemaakt, dat door beide partijen werd ondertekend.
De moeizame verhouding tussen het Filmmuseum en het Ivens-archief kent een lange voorgeschiedenis. Loridan: 'Joris ontmoette in 1964 Jan de Vaal, destijds directeur van het Filmmuseum. Omdat Joris vertrouwen in hem had, kwamen ze overeen dat De Vaal het Ivens-archief onder zijn hoede zou nemen. Joris was in die tijd comme un escargot, als een slak. Hij droeg zijn huis met zich mee op zijn rug. Hij veranderde vaak van woonplaats, trouwde of leefde met een vrouw, en als hij dan weer vertrok, liet hij al zijn bezittingen daar achter. In Polen, in New York, in Duitsland. Naderhand probeerde hij per brief die spullen weer te achterhalen, want Joris was niet gek. Hij stelde dan dat ze ooit deel zouden uitmaken van zijn persoonlijke archief. De dagboeken, de foto’s, de brieven, de scenario’s, alles wat hij in die periode had bewaard.’
'Ivens was, net als ik, een echte collectionneur’, vertelt ook Jan de Vaal. 'Dat archief was enorm belangrijk voor hem. Zijn dag begon met het opstellen van lijstjes van wat hij die dag allemaal zou gaan doen. Hij schreef dat op losse briefjes - afspraken met mensen, ideeën die hem te binnen vielen. Ook de hotelbonnen, de rekeningen van het lab, elk snippertje werd bewaard. Op mijn kamer in het Filmmuseum had ik een grote kast, daar gingen al die spullen in. Het plan was om de hele verzameling op een dag onder te brengen in een aparte Ivens Stichting.’
Alles ging goed totdat De Vaal door een hartaanval zijn werk bij het Filmmuseum moest neerleggen en er een nieuwe directie aantrad. De Vaal: 'Ik had het net voor elkaar gekregen om een aparte kamer vrij te maken voor het Ivens-archief. Maar de nieuwe leiding had andere plannen. Ze stelden voor om de spullen gewoon tussen de overige zaken in de bibliotheek onder te brengen. Daaruit viel op te maken dat het archief van de prioriteitenlijst was gehaald. Toen dit Joris ter ore kwam, reageerde hij onmiddellijk. Er volgden hele emotionele gesprekken. Hij stuurde een telegram uit China, waar hij op dat moment aan het filmen was, met de opdracht om het hele archief bij het Filmmuseum weg te halen. Hij was als de dood dat het versnipperd zou raken.
Bovendien ging het om een vertrouwenskwestie. Het was nu eenmaal de afspraak dat het hele archief bij elkaar zou blijven totdat er genoeg geld was voor een stichting. In het contract dat wij daarover in 1964 opgesteld hadden, stond dat het Filmmuseum de collectie alleen in bruikleen zou krijgen.’
Loridan: 'Joris’ droom was dat de Ivens Stichting ooit onderdak zou bieden aan documentaristen van over de hele wereld en zou uitgroeien tot een studiecentrum voor jong talent. Dat het een onafhankelijke stichting moest worden, stond van begin af aan vast. Joris zei altijd: “Zorg dat het nooit in handen valt van een overheidsinstelling, want als de politieke wind draait, kunnen daar de verkeerde personen komen te zitten.” Bovendien kende hij de bureaucratie als zijn broekzak en koesterde een groot wantrouwen jegens alles wat daarmee te maken had.’
In 1985 was het zover. Ivens werd door Brinkman, destijds minister van Cultuur, met een groot gebaar naar Nederland gehaald. Ivens kreeg een ton om een stichting in het leven te roepen. Loridan: 'Omdat Joris net ernstig ziek geweest was, haastte hij zich om eraan te beginnen. Maar helaas, voordat hij zijn plan kon uitvoeren, stierf hij. Ik moest zijn droom voor hem afmaken.’
Dat dit nog heel wat voeten in aarde zou hebben, had Loridan destijds niet gedacht.
'De echte problemen begonnen toen de Ivens Stichting in 1990 daadwerkelijk werd opgericht en de collectie hier uit huis moest’, zegt Hoos Blotkamp, de huidige directeur van het Filmmuseum. 'Na de dood van Ivens waren wij met Marceline overeengekomen dat wij de collectie zolang zouden onderbrengen.’ Loridan: 'Maar toen ik eind 1993 bij het Filmmuseum kwam om de spullen op te halen, kreeg ik de schrik van mijn leven. Dozen waren opengemaakt, hele stukken ontbraken, de oude camera was er niet meer.’
'TOEN ZE VOOR ogen kreeg hoezeer het archief was ontmaagd, is Marceline daar letterlijk weken ziek van geweest’, vertelt Eugene Geldof, directeur van de Ivens Stichting. Loridan: 'De afspraak was dat de deur op slot zou blijven, maar ze hadden achter mijn rug om het hele archief uitgekamd. Ik zag het als verraad, niet alleen tegenover mij, maar vooral tegenover Joris.’
'Als ze dat werkelijk hebben gedaan, is dat natuurlijk schandalig’, reageert ook Jan de Vaal.
Het Filmmuseum ontkent dit echter in alle toonaarden. Blotkamp: 'Het enige wat wij hebben gedaan, is een aantal posters eruit halen, omdat die beter ergens anders bewaard konden worden. En wat die dozen betreft, die waren al open, die hebben wij helemaal niet aangeraakt. Wat wel een probleem was, maar daar kwamen we later pas achter, was het feit dat er in het archief allerlei spullen zaten die daar helemaal niet thuishoorden. Zoals het Jordaan-archief en de collectie van Helen van Dongen. Blijkbaar had Jan de Vaal jarenlang alles wat ook maar enigszins met Ivens te maken had daarin gestopt, zonder zich af te vragen waar het eigenlijk vandaan kwam. Dat moest eerst uitgezocht worden, anders zou ik mijn werk als museumdirecteur niet goed hebben gedaan.’
'Hier zie je het probleem in een notendop’, zegt Geldof terwijl hij op de twee verschilldende stempels op de achterkant van een foto wijst. 'Deze is van het Filmmuseum, de andere is van de Ivens Stichting. Wie kan na al die jaren nog uitmaken wie de rechtmatige eigenaar is?’
Over die stempels maakte Jan de Vaal zich destijds ook al zorgen: 'Ik heb vaak tegen Ivens gezegd, daar kun je later problemen mee krijgen. Maar hij vond het onvriendelijk tegenover het Filmmuseum om daar moeilijk over te doen. Hij zag het als een geste voor alle moeite die ze voor hem deden.’ Bovendien was het indertijd onmogelijk om als particulier vanachter het IJzeren Gordijn, waar Ivens lange tijd verbleef, zomaar documenten naar het Westen op te sturen. Dat kon alleen via de officiële kanalen. Dus moesten die spullen eerst naar het DDR-filmarchief. Die konden het vervolgens doorsturen naar het Filmmuseum in Nederland.’
Blotkamp: 'Het zal allemaal met de beste bedoelingen zijn gedaan, maar dat neemt niet weg dat wij het tot op de bodem moesten uitzoeken. Ons wordt nu verweten dat wij de spullen van twee ex-echtgenoten van Ivens, Helen van Dongen en Ewa Fiszer, uit het archief zouden hebben gelicht. Terwijl die ons zelf te kennen hebben gegeven dat ze absoluut niet willen dat hun deel in de handen van Marceline Loridan valt. Noem het een strijd tussen de weduwen. Het is ook verwarrend als je, zoals Marceline, twee petten op hebt. De Ivens Stichting is in feite Marceline Loridan. Zij is er de voorzitter van.
'De indruk die wij van de Stichting kregen, was die van een gesloten instelling, waar met veel wantrouwen naar de buitenwereld gekeken werd’, zegt ook Sonja de Leeuw, van de Raad voor Cultuur. 'Ik kan niet ontkennen dat de weduwe Ivens daar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Zij is altijd zeer terughoudend geweest in de overdracht van haar stukken. Waar die terughoudendheid vandaan komt, weet ik niet. Ik denk, maar nu begeef ik me op glad ijs, dat mevrouw Loridan voor zichzelf een bepaald beeld van haar echtgenoot heeft gecreëerd en bang is om de controle hierover uit handen te geven.’
Over die beeldvorming zegt Geldof: 'Het is jammer dat de Raad alleen naar de negatieve kanten heeft gekeken, terwijl we ondertussen toch ook veel positieve activiteiten hebben ontplooid. Van Ivens bestaat een hardnekkig beeld - hij heeft immers veel polemiek opgewekt. Dat hoorde nu eenmaal bij zijn persoonlijkheid. Ik kan niet zeggen dat aan dit beeld veel goed werd gedaan toen onze zaak bij de Raad speelde.’
OP HET MOMENT dat de Raad moest oordelen, kwam net de biografie van Hans Schoots uit. Geldof: 'Niet dat Schoots daarin zelf een negatief beeld schetst van Ivens, maar de pers blijkt dit anders begrepen te hebben. De meeste recensies gaven een zeer ongenuanceerd beeld, waarin Ivens werd neergezet als een starre, communistische partijman, een charmante leugenaar, een politieke onbenul en een cineast waarvan de films in de loop der jaren alleen maar slechter waren geworden.’
Wat volgens Geldof ook meespeelde was de 'politieke wind’: 'Onder Brinkman was de stemming ten aanzien van Ivens positief. In die sfeer besloot D'Ancona daarna tot een structurele subsidie voor de Stichting. Inmiddels is de stemming omgeslagen. We hebben nu een paars kabinet, waarin onder andere de VVD de dienst uitmaakt. Bolkestein steekt niet onder stoelen of banken hoe hij over Ivens denkt. Hij heeft hem zelfs met Leni Riefenstahl vergeleken. Ik zeg niet dat er een direct verband bestaat, maar laten we zeggen dat het in die sfeer wat gemakkelijker is om met een negatief advies voor de dag te komen.’
'Onzin’, werpt De Leeuw tegen. 'De raad baseert haar oordeel nooit op verdachtmakingen, maar uitsluitend op wetenschappelijke feiten.’
Loridan vindt het opmerkelijk dat men in Nederland nog steeds op Ivens reageert als een stier op een rode lap. 'Alsof hij nog in levenden lijve aanwezig is. Nog altijd overheerst hier het valse beeld van Ivens de propagandist. Terwijl hij in de rest van de wereld bekend staat als een van de meest vooraanstaande documentaristen. Nooit wordt hier aandacht besteed aan zijn lyrische kant. Ik wil verder geen roze beeld van hem schetsen - hij geloofde in de jaren dertig in Poedovkin en hij heeft lange tijd het sovjetsysteem gesteund. Maar in die tijd namen veel artiesten een radicale positie in. Later heeft hij zijn mening daarover herzien. Als je mij vraagt hoe hij herinnerd moet worden dan zeg ik: als een man met vele kanten, als esthetisch filmmaker, als experimenteel filmmaker, als technisch filmmaker, als politiek filmmaker. Alles verenigd in een persoon.’
HOE IVENS OOK in de annalen zal worden bijgezet, de vraag blijft wat er met de Stichting moet gebeuren nu Nuis de geldkraan wil dichtdraaien. Als het aan de Raad voor Cultuur ligt is het antwoord simpel: breng de taken van de Ivens Stichting onder bij twee toch al bestaande organisaties, te weten het Filmmuseum en het IDFA, het jaarlijkse documentaire festival van Amsterdam.
Een voorstel waar Loridan zich met hand en tand tegen verzet. Loridan: 'Wat ze niet begrijpen is dat het archief voor mij veel meer is dan alleen een stapel papier. Al onze energie, ons hele leven zit erin. Joris en ik hebben altijd alles gedeeld. De moeilijke tijden, het lijden, maar ook de vrolijke en gelukkige tijden. Niemand heeft ooit begrepen waarom wij zo lang bij elkaar zijn geweest. Ik was pas dertig jaar toen ik hem ontmoette, maar we herkenden iets in elkaar. Ik ben joods, ben op vijftienjarige leeftijd ontkomen aan Auschwitz. We waren lotgenoten. Joris had ook veel tegenstand meegemaakt en op een bepaalde manier had hij dezelfde strijd geleverd als ik. Na zijn dood heb ik anderhalf jaar niet meer in ons bed kunnen slapen. Ik sliep ernaast in een stoel. De souffrance, de chagrin, en niemand die me vroeg of ze konden helpen. Zeker niet vanuit Nederland. En dan willen ze nu dat ik alles zomaar uit handen geef?’
En Blotkamp zit niet echt te wachten op een Ivens Stichting onder het dak van haar museum. Ze heeft er de ruimte, noch de mankracht voor. Blotkamp: 'Hoe vreemd het ook mag klinken, ik ben altijd voorstander van een onafhankelijke Ivens Stichting geweest. Niet alleen omdat Ivens het waard is, als een van de belangrijkste Nederlandse cineasten, maar ook omdat het niet getuigt van deugdelijk bestuur als je eerst een subsidie toekent en vier jaar later de boel weer terugdraait. Het feit dat D'Ancona zelf, de regering dus, die subsidie heeft toegekend, leidt toch tot verplichtingen, zou ik denken.’
Een paars kabinet heeft er volgens Blotkamp niets mee te maken. 'Ik mag toch hopen dat Nuis zich niet door die malle praatjes van Bolkestein laat beïnvloeden. Maar de bal ligt nu wel bij de politici. Waar het op aankomt is, dat er in de Tweede Kamer voor de Stichting gelobbyd moet worden. Maar dan moeten ze natuurlijk niet bij de verkeerde partij aankloppen.’