De droom van osdorp

EEN VOOR EEN komen keurige dames van middelbare leeftijd het Osdorpse wijkgebouwtje binnen. ‘Die zijn van de Pinkstergemeente’, fluistert Pedro, de conciërge. Het was hem even ontschoten dat de dames vanochtend hun wekelijkse bijeenkomst hebben in de bestuurskamer van het gebouwtje.

Blijmoedig dribbelen enkele vrouwen op en neer met koffiekannen. Op hun tenen, want de Arabische les die achter de schuifwand plaatsvindt, willen ze niet verstoren. Er wordt een alfabetiseringsprogramma gegeven voor Marokkaanse vrouwen. Als die hun eigen taal kunnen lezen en schrijven, leren ze makkelijker Nederlands, weet men uit ervaring. Maar het is ook een belangrijke ontmoetingsplek voor de vrouwen, zegt Sigrid van Gils. ‘Hier mogen ze heen van hun mannen.’
Van Gils is 'buurtactiveringsfunctionaris’. Ze kan het woord niet uitspreken zonder in de lach te schieten. 'Zeg maar buurtwerker.’ Ze werkt in dienst van welzijnsorganisatie Impuls en is sinds anderhalf jaar gestationeerd in wijk 3 van Osdorp. Dat is de wijk met de hoogste concentratie (zo'n veertig procent) allochtonen en staat te boek als het meest problematisch.
Sinds het 'buurtgericht werken’ zijn intrede heeft gedaan, in mei 1995, is Osdorp verdeeld in vier wijken. Elke wijk kent een 'wijk-serviceteam’ met een buurtwerker aan het hoofd. In elk team zitten buurtconciërges, de klussendienst en sport-en-spelmedewerkers, ook wel 'seppers’ genoemd. Zij houden kinderen na schooltijd en tijdens vakanties op straat bezig met sport en spel. Als het regent, kunnen ze naar een gymzaal.
In het wijkgebouw aan de Hertingenstraat, geheel in stijl omgedoopt tot 'wijkservicepunt’, kunnen bewoners van wijk 3 terecht voor een EHBO-cursus of Nederlandse les. Ook vragen en klachten kunnen er worden gedeponeerd. De politie houdt er eenmaal in de week spreekuur. Turkse vrouwen volgen er een cursus 'leefbaarheid’, Marokkanen vieren er hun bruiloft.
'TOT VOOR KORT was dit een blank gebouw’, zegt Van Gils. 'Nu is het ook voor allochtonen een vertrouwd punt in de buurt.’ Een oudere vrouw die binnenloopt om iets te vragen over de sloopplannen van het stadsdeel, verwijst ze naar een later spreekuur. 'Of weet je wat’, zegt een vertegenwoordigster van de bewonerscommissie die er toevallig is, 'kom nu maar even met me mee.’ Tussendoor kan veel geregeld worden.
Theo Vleerlaag is een oude bekende in het wijkgebouw. Al eenendertig jaar woont hij in Osdorp. De oud-Bijenkorfchauffeur is nu met de Vut en zorgt voor het klein technisch onderhoud aan het pand. 'Dat er een verwarmingsmonteur komt, als dat nodig is.’ Z'n vrouw Ans schenkt tijdelijk koffie achter de bar. Samen zitten ze op zelfverdedigingsles, die zo dadelijk begint, als de Marokkaanse vrouwen klaar zijn.
Of hij zich bedreigd voelt? Wat dacht je: al drie keer is er ingebroken in het gebouw, en een keer is er brand gesticht door de brievenbus. Nu plakt hij de brievenbus elke avond dicht. Laatst had hij zo'n gozertje bij de kladden, maar die wist te ontkomen. Een cursus zelfverdediging kan geen kwaad, vindt hij. 'Want dat verwachten die jochies niet van iemand met mijn leeftijd.’
'Toen Impuls hier net begon, waren we een beetje bokkig tegen elkaar’, zegt Vleerlaag. 'Opeens moest alles anders. Vroeger hadden we hier dansles op vrijdag, maar dat liep sterk terug. Allochtonen dansen niet. Nu zijn er hier vaak Turkse en Marokkaanse partijen. Dat is best, maar ze wilden hier ook gaan besnijden en ritueel slachten. Moest allemaal kunnen. Daar hebben we een stokje voor gestoken.’
Toch zijn het veranderingen ten goede, vindt het echtpaar Vleerlaag. Neem het buurtfeest van een paar weken geleden, ter ere van het nieuwe speeltuintje. Dat is er gekomen onder leiding van een Marokkaanse vrouw. Op het feest liep van alles door elkaar: Turkse vrouwen, Nederlanders, Marokkaanse mannen. 'Ga je vrouw toch halen’, hadden ze tegen de Marokkanen gezegd. Maar dat deden ze niet, dat hoort zeker niet.
In iedere wijk de bewoners rechtstreeks aanspreken op hun gedrag - dat is de kern van het buurtgericht werken. Trap op, trap af, gaat Van Gils. Om met ouders te praten over een lastig kind. Of, zoals afgelopen winter, om waardevolle spullen te graveren, tegen diefstal. 'En dan maak je meteen een praatje met de bewoners. Je moet vooral laten zien dat je neutraal bent en dat je naar iedereen luistert.’
Het lijkt effect te hebben. Volgens Van Gils is er 'iets aan het ontstaan’. Meer loyaliteit bespeurt ze. Van Gils: 'Er ontstaat begrip voor Marokkaanse vrouwen, die heel begrensd zijn. Je kunt wel zeggen: “Doe ook eens wat”, maar je begint weinig als je niet mag van je man.’
Opvallend is volgens Van Gils dat, behalve de Nederlanders, ook steeds meer Turken en Marokkanen beginnen te kankeren. Over de troep, het lawaai en andere vormen van overlast. Ook onder allochtonen zijn er die vinden dat er te veel buitenlanders in de wijk wonen. 'Die zijn bang dat hun kinderen de Nederlandse taal anders niet goed leren.’
Als er klachten zijn, aarzelt Van Gils niet om aan te bellen en de bewoners te sommeren hun gedrag te veranderen. Befaamd is het 'trappenhuisgesprek’, waarbij ze het hele portiek uitnodigt om ruzies op te lossen. Niemand is schuldig, is het uitgangspunt. Bewoners moeten hun kritiek uitspreken zonder in scheldpartijen te vervallen. Geen eenvoudige opgave, heeft Van Gils gemerkt. 'Maar het werkt heel goed’, zegt ze. Algemene leefregels die de bewoners opstellen, komen in ieders taal in het portiek te hangen.
Vooral de jeugd is een bron van overlast, blijkt uit reacties van bewoners. Jonge, kinderrijke allochtone gezinnen leveren per trappenhuis soms vijftien tot twintig kinderen op. Tot ’s avonds laat zwerven die over straat. Een bron van ergernis zijn kinderen die plassen in het portiek. De herrie, het geklier en vandalisme zijn van alle dag.
SJAAK HEEFT er ervaring mee. Hij is sport-en-spelmedewerker in wijk 3 en houdt na schooltijd toezicht op het hoog omhekte speelplein. Net als de buurtconciërges heeft hij een Melkertbaan.
Sjaak begrijpt wel waar de klachten vandaan komen. 'Alleen al de aanwezigheid van zo veel jongens in de buurt ervaren de mensen als overlast. “Die zijn vervelend”, denken ze dan. Maar als ze nou eens een praatje met die jongens zouden maken, zouden ze erachter komen waarom ze hier zijn.’
Op het speelplein, het Roze Plein genaamd vanwege het roze beton, wemelt het op woensdagmiddagen van de voetballende jongens, uitsluitend van allochtone afkomst. Tussen de acht en de vijftien zijn de meeste. Nederlandse kinderen zijn vaker lid van een club of een vereniging, denkt Sjaak. 'Of ze spelen thuis.’
Meisjes zijn er niet te bekennen op het plein. Een paar slenteren voorbij. 'Hoi’, zeggen ze tegen Sjaak, maar in voetbal hebben ze geen zin. 'Veel van hen hebben de zorg voor de kleintjes’, zegt Sjaak. Ook de ouders van de kinderen vertonen zich zelden. Ze zijn volgens Sjaak niet erg betrokken bij het spelend grut.
'Je moet een vertrouwensband met de kinderen opbouwen’, vertelt Sjaak. Interesse tonen, ze serieus nemen. Maar ook weer niet tè serieus, heeft hij gemerkt. 'Die kinderen kunnen hun ouders vaak alles wijsmaken, dus ze proberen ook mij uit.’ Hij weet dat de kinderen thuis vaak met harde hand worden geregeerd. Hier komen ze om zich af te reageren. Maar ook op het plein gelden regels. 'Je kunt die jongens bijbrengen dat het samenspel is.’
Voor de groep jongens tussen de zestien en de drieëntwintig is er te weinig geregeld, vindt Sjaak. 'Ze kunnen alleen naar buurthuis de Aker, maar dat is eigenlijk te ver van hier.’ Bovendien gelden er regels waar die jongens geen boodschap aan hebben. Ze mogen er niet drinken, niet blowen. 'Dus hangen ze ergens anders rond, waar die controle niet is.’
Waar het Roze Plein straks naar toe verhuist, weet Sjaak niet. Wel weet hij dat er op deze plek een park komt. 'Al die huizen hier aan de Wolbrantskerkweg gaan plat’, zegt hij. 'En ook dit hek, dat tienduizenden guldens heeft gekost.’
De renovatie- en vernieuwingsplannen voor Osdorp worden het 'Zuidwest Kwadrant’ genoemd. Tamelijk vergaand zijn de plannen van het stadsdeel om de verloedering tegen gaan. Ruim vierhonderd woningen worden gesloopt. En er worden nog eens honderd woningen aan het bestand onttrokken door samenvoeging. Nieuwe woningen, waarvan het merendeel met een huurprijs van boven de zevenhonderd gulden of een koopprijs van meer dan twee ton, komen ervoor in de plaats.
MEER DIFFERENTIATIE is het sleutelwoord. Niet alleen moeten de hogere inkomens naar Osdorp worden getrokken, de massale uittocht van de middengroepen naar wijken als Nieuw Sloten of naar Purmerend moet tot stilstand komen. Dat betekent dat in een wijk, waar de gemiddelde huurprijs vierhonderd gulden bedraagt en 95 procent in handen is van woningcorporaties, duurdere koop- en huurwoningen zullen verrijzen.
De 128 bejaardenwoningen aan de Wolbrantskerkweg zullen plaats maken voor een park, tot verontrusting van de bewoners. Zij zijn tevreden met hun krappe maar goedkope woning. Ze zien op tegen gedwongen verhuizing en zijn bang dat er onvoldoende goedkope huizen overblijven.
Mevrouw Dohle (72) hoeft zich niet druk te maken. Ze woont al vijfendertig jaar in Osdorp, in dezelfde woning. Ze is actief in de bewonerscommissie en zit in de werkgroep van de woningbouwvereniging. Zo nu en dan stelt ze verontruste ouderen die moeten verhuizen gerust. Voor begeleiding bij de verhuizing wordt gezorgd en ook de verhuiskosten worden vergoed.
Toch is ze niet het type om voor oudere mensen te zorgen, zegt ze zelf. Ze kan niet goed tegen hun geklaag. 'Ik ben er te driftig voor, ik zou ze maar kwetsen.’
Liever houdt ze zich bezig met de politiek, want ze is 'heel politiek gezind’. Vanuit de bewonerscommissie legt ze contacten met het stadsdeel en verzorgt ze het buurtkrantje.
Dohle hoort bij de generatie Osdorpers die begin jaren zestig als eersten de wijk betrokken. 'We woonden hier met allemaal jonge gezinnen’, vertelt ze. 'In het begin was er niet eens een verharde weg. Allochtonen waren er niet, ja behalve een paar uit Nederlands Indië, maar dat waren eigenlijk geen buitenlanders.’
Ze is een van de weinigen die gebleven zijn. De kern, zoals ze het noemt, woont in Almere, Nieuw Sloten of Purmerend. 'Als de mensen wat meer huur kunnen betalen, willen ze hier niet langer tussen zitten’, zegt Dohle. Ook haar zes kinderen zijn al lang vertrokken uit Osdorp. 'Ga daar toch weg’, zeggen ze tegen hun moeder. Ze denkt er niet over.
'Het is hier goed wonen, ook voor oudere mensen’, zegt Dohle. 'Je kunt je eigen boodschappen doen, alles is vlak in de buurt. Ze heeft zich erbij neergelegd dat er, zoals ze het noemt, een 'cultuur van allochtonen’ is ontstaan. 'Die mensen leven nou eenmaal anders. Ze hebben andere feesten, ze eten op andere tijden.’ Wel kan ze zich mateloos opwinden over de allochtonen die klagen dat er niets voor hen wordt gedaan. Veel buitenlanders zijn gemakzuchtig, vindt Dohle. 'Ze zouden zelf eens wat initiatief moeten nemen in plaats van te zeuren.’
En meer controle uitoefenen over hun kinderen, die op school een grote achterstand hebben. 'Vind je het gek?’ zegt ze. 'Die kinderen gaan gelijk met hun ouders naar bed. Ze komen nooit aan een goede nachtrust toe.’
VOORVECHTER van de vernieuwing in de Westelijke Tuinsteden, waaronder Osdorp, is stichting de Driehoek. Fred Martin, oud-wethouder wonen en werken van stadsdeel Slotervaart/Overtoomse Veld, is een van de oprichters van de stichting. Doel is 'een integrale visie op wonen, werken en welzijn in de Westelijke Tuinsteden’.
Martin kan zich de onvrede van veel 'oude’ inwoners van de Westelijke Tuinsteden wel voorstellen. 'De eerste bewoners kwamen er wonen met het idee dat het een luxe wijk was. Er heerste een pioniersgeest. Die wijken golden als statussymbool: veel staal en beton.’
Net als de overige Westelijke Tuinsteden is Osdorp volgens Martin in een midlife-crisis terechtgekomen. De oorspronkelijke bewoners hebben plaatsgemaakt voor de lagere inkomens: allochtonen, studenten, maar ook veel drugsverslaafden en werklozen. Martin: 'Voor de achterblijvers is dat de wereld op z'n kop. Voor hen is de wijk nog steeds “duur”. Dat geldt ook voor de mensen die moeten rondkomen van een AOW en een klein pensioen. De kansrijken zijn al lang vertrokken. Wie er nu nog woont, weet dat hij nooit meer weg komt. 'Mensen hebben wel het gevoel opgeklommen te zijn op de sociale ladder, alleen de ladder is in de modder gezakt.’
De grote omslag is volgens Martin tamelijk plotseling gekomen. In 1989 kwam de grote instroom op gang van allochtonen met een lage inkomenspositie. Per trappenhuis wonen soms alleen maar allochtonen. 'En zeg nou eerlijk: zou jij daar tussen willen wonen?’
Martin vindt het onzin om van een getto te spreken, zoals wel gebeurt. Dat suggereert volgens hem te zeer uitzichtloosheid voor etnische groeperingen. Ook allochtonen, niet eens de geassimileerden, trekken uit de Westelijke Tuinsteden weg en vestigen zich in Nieuw Sloten. 'Die willen ook een doorzonwoning.’ En de bejaarden dan, die hier niet meer wegkomen? Martin: 'Van een bejaardengetto heeft nog nooit iemand gehoord, dacht ik. Je bent hier nog steeds niet gestigmatiseerd.’
BUURTCONCIERGE Ahmed Salah is trots op zijn wijk. In zijn kamertje aan de Reimerswaalstraat houdt hij dagelijks spreekuur. Het loopt goed, vindt hij. In de anderhalf jaar dat hij buurtconciërge is, is er veel verbeterd. Mensen komen niet alleen met vragen, klachten of burenruzies, maar ook om een kop koffie te drinken en een praatje te maken.Tijdens zijn rondgang door de wijk houdt hij de boel een beetje in de gaten. 'Die wasmachine mag niet zomaar op straat worden gezet’, zegt hij. Als het ding niet wordt opgehaald, zoekt hij uit van wie het is en belt hij de reinigingsdienst. Losse stoeptegels, een kapotte rand bij de zandbak, dat geeft hij door aan het stadsdeel. Die moet dat repareren.
Bij het huis van een oude Chinese mevrouw op de begane grond staat hij even stil. Afdrukken van een voetbal zijn zichtbaar op de ruit. Haar zoon, die op een van de etages erboven woont, komt aanlopen zodra hij Ahmed ziet. Hij heeft al meer dan eens geklaagd over de voetballende jeugd op het pleintje. Zijn oude moeder, die het huis niet uitkomt en ook niemand meer binnen laat, heeft veel last van ballen tegen het raam.
Hij heeft een suggestie. Als er eens een paar grote plantenbakken naast het huis werden gezet, dan bonkten die ballen niet zo hard. Ahmed luistert geduldig en lacht vriendelijk. Hij zal kijken of er iets aan kan worden gedaan, belooft hij.
Dat de aanpak van Impuls een meerwaarde oplevert voor de buurt, staat vast, volgens Martin. Al zijn de problemen nog lang niet opgelost. Zo heeft hij z'n bedenkingen bij de manier waarop veel bewoners met hun allochtone buren omgaan. De leefregels die zij met elkaar opstellen zijn vaak erg repressief. Martin: 'Die regels stammen overduidelijk uit een witte achtergrond en leggen de nadruk op wie er het langst woont. Als er geen koelkasten op het balkon mogen, dan is dat omdat de Nederlander geen koelkast op zijn balkon wil.’