De drukknophuisvrouw

De Huishoudbeurs is een van de grootste beurzen van het jaar. Duizenden vrouwen schuifelen langs de stands met ‘magic mops’, schoonloopmatten en multifunctionele massagekussentjes. Maar bestaat de huisvrouw nog wel? De terreur van de overbodige apparaten en de opkomst van de gezelligheidsmanagers. ..LE De Huisbeurs en Huis & Interieur Rai duren t/m 5 april. De tentoonstelling Beroep huisvrouw loopt tot 16 augustus in het Amsterdams Historisch Museum. ..LE De volgende boeken verschenen deze maand: Rineke van Daalen en Marijke Gijswijt-Hofstra (red.), Gezond en wel: Vrouwen en de zorg voor gezondheid in de twintigste eeuw. Amsterdam University Press, Ÿ39,50; Ruth Oldenziel en Carolien Bouw (red.), Schoon genoeg: Huisvrouwen en huishoudtechnologie in Nederland 1898-1998. Sun, 34,50; Hettie Pott-Buter en Kea Tijdens (red.), Vrouwen, leven en werk in de twintigste eeuw. Amsterdam University Press, Ÿ49,50. ..LE EEN VROUW VAN middelbare leeftijd staat voor een raam. Ze laat twee andere vrouwen van middelbare leeftijd zien hoe de Vapo Forte van Philips werkt. Het apparaat lijkt op een stofzuiger. Het uiteinde blaast stoom tegen het raam en veegt de condens weer af. De demonstratrice duwt een van de twee vriendinnen de slang in handen. De vrouw stapt op het verhoginkje voor het raam en beweegt de Vapo Forte voorzichtig over het glas heen en weer.

Een scherpe knal. Overlangs springt er een barst in de ruit. De proefpersoon schrikt zich rot en de demonstratrice kleurt rood. ‘En iedereen denkt nu: het apparaat sloopt dat raam, maar d'r zat al een barst in toen ze het me leverden.’ De twee vriendinnen troosten haar en stomen de gebarsten ruit nog even af zodat iedereen kan zien hoe schoon hij is.
We staan in de Europahal van de Huishoudbeurs. Om ons heen worden apparaten gedemonstreerd en gratis adviezen gegeven. 'Kook je in een wok dames, doe dan nooit zout op je vlees.’ De roestvrijstalen thermoskoffiekanverkoopster in de Philipsstand: 'Doe je koffie in een koffiekan? Altijd eerst even omspoelen.’ ZÇlf maakt ze overigens niet bijzonder intensief gebruik van de kan: 'Kijk, ik ben van het principe dat als ik een bakkie koffie heb gezet, dan wil ik eerst een bakkie. Niet gelijk in die kan. Ik vind: koffie, dat moet je n¢¢it te lang laten staan.’ We krijgen een piepklein eerste bakkie. De koffie is vies.
Verderop in de stand legt een keurige Philipsmeneer uit dat hij niets verkoopt. Tot drie keer toe moet hij het herhalen: 'Nee mevrouw, wij verkopen Çcht niets.’
We slaan de Blokkerstraat in. Een demonstratrice laat zien hoe je met het Vacu Vin-pompje niet meer alleen wijnflessen maar nu ook grote plastic dozen vol eten vacuÅm kunt zuigen. De knoflookpeller even verderop wordt in Amerika al tien jaar gebruikt. Nu verkoopt Blokker hem op de beurs.
De Blokkerstraat blijkt ÇÇn hele grote Blokker. Een super-Blokker! Hele wanden met duizenddingendoekjes, huishoudhandschoenen en koelkasteieren (tegen luchtjes in de ijskast). Er is meer te koop dan je kunt bedenken: een elastische strijkdeken, opblaasbare fotolijsten, tuinkabouters, een eierverfmolen, handpopkraaien, spaarpotkraaien, theemutskraaien. Met kortingsbonnen. Bij de ingang worden ze uitgedeeld, ÇÇn boekje per persoon. Voorbereide huisvrouwen scheuren niet maar hebben een schaartje van thuis mee genomen.
WE BEVINDEN ONS op de drie‰nvijftigste editie van de Huishoudbeurs in de Amsterdamse Rai. Elders in de stad, in het Amsterdams Historisch Museum, wordt de tentoonstelling Beroep Huisvrouw: Honderd jaar huisvrouwenleven in de grote stad gehouden. De in 1898 gehouden Nationale Tentoonstelling Vrouwenarbeid vormt de aanleiding voor die tentoonstelling.
De huisvrouw werd toen ongeveer geboren. In de loop van de negentiende eeuw ontstond een nieuwe klasse van vrouwen: de echtgenotes en dochters van administrateurs, onderwijzers en ambtenaren. Hoe bescheiden het inkomen van deze klasse ook was, de ambitie om tot de gegoede burgerij te horen was er niet minder om. Het fatsoen verbood middenklassevrouwen om net als arbeidersvrouwen uit werken te gaan, maar er was geen geld voor een dienstbode. Het huisvrouwenmodel was een mooie oplossing voor het standsprobleem.
In de twintigste eeuw werd het ideaal van de huisvrouw door de toenemende welvaart meer en meer doorsneepraktijk. Met als hoogtepunt de jaren vijftig, waarin het gezin de hoeksteen van de samenleving was en moeder de vrouw de hoedster van de huiselijkheid. In 1947 wijdde maar liefst 98 procent van de gehuwde vrouwen zich volledig aan het huisvrouwenbestaan.
De tentoonstelling en de manier waarop anno 1998 over de huishoudbeurs wordt bericht, roepen een nostalgisch beeld op van de huisvrouw. Dat van de kneuterige Hollandse poetsvrouw uit de jaren vijftig die het 'zuinigheid met vlijt’ trots in haar vaandel draagt. De huisvrouw is een oma. Zo een die je in de wandelgangen van de Rai nog sporadisch tegenkomt. Een wederopbouwtype met vastgeklemde handtas en grijze regenjas, die zelfs in de subtropische hitte van de Rai-hallen aanblijft. Langs de kant is ze neergezegen om haar thuis gesmeerde boterhammetjes op te peuzelen.
Geen wonder dat het maandblad Opzij vorig jaar haar overlijden aankondigde. Als het tegenwoordig over het huishouden gaat, gaat het over vrouwen Çn mannen. Over hoe moeilijk het is 'betaalde arbeid’ en 'zorgarbeid’, zoals het in de taal van de politiek heet, goed te combineren. Over hoe hardnekkig de oude rolpatronen zijn.
VAN OUDSHER gaat het op de huishoudbeurs om 'noviteiten’. Om nieuwe en vernieuwde elektrische apparaten die nog sneller, nog praktischer werken. Om de overtreffende trap van efficiency zogezegd. De nouveautÇs zijn vooral te vinden in de Hollandhal. Daar staan de keukenmachines uitgestald, de sapcentrifuges, staafmixers, strijkijzers, friteuses en magic kitchens - een apparaat dat oven, frituurpan, koekenpan Çn pressure cooker in ÇÇn is. Daar vind je de schoonste schoonmaakmiddelen, de permozeem die zowel sponst als zeemt, en de magic mop die de vloeren met een keer heen (nat) en weer (droog) bewegen spic & span maakt. Veel is magic in de Hollandhal.
Hier vinden ook de meeste demonstraties plaats. Een oudere mevrouw met een kobaltblauw schort voor, blijkens haar naamplaatje: Liesje, prijst een nieuw soort bak-, braad- en kookpannen aan die van mirakels materiaal zijn gemaakt dat binnen de kortste keren heet is. Ze hebben zulke dikke bodems dat ze de warmte eindeloos vasthouden. Ze giet er wat water in, en, inderdaad, het kookt meteen. 'Je kunt ermee doen wat met geen enkele pan mag: schoonmaken met een schuurspons’, doceert ze. Ze toont een kromgetrokken tefalpan vol krassen en vervolgt: 'Op een gegeven moment hebt u er genoeg van en koopt u mijn pan. Het is een stukje keukengereedschap dat u ÇÇn keer aanschaft.’ Boven de stand hangt een groot bord dat je kunt pinnen Çn chippen. Reserveren mag ook, zegt Liesje.
Even verder loopt een mevrouw in safaripak eerst door een bak modder, daarna over een deurmat, en vervolgens over een wit zeiltje. Geen spoor van vuiligheid laat ze achter. Het is, vertelt ze door haar microfoontje, een 'schoonloopmat’. Als de mat zelf vies is, kan hij gewoon in de wasmachine. Aan de overkant, bij de stand van de magic mop, mopt een bezoektster met ernstig gezicht de proeftegeltjes schoon. Bij de gezondheidskussens nemen de passanten giechelend op plastic tuinstoelen plaats. 'Kom nou even zitten. Het is gratis!’ roept de standwerker ons toe. De massagekussentjes zijn in ieder geval multifunctioneel: ze kunnen in de rug, in de nek en onder de voetzolen worden gelegd. 'Hier kosten ze 34 gulden en daar vijftig gulden’, fluistert een vrouw ons snel toe.
Werkelijk elke meter van de Hollandhal is benut. Als je er binnenkomt, zie je een wirwar van paden. Je moet dan ook eerst een poort door waar 'kasba’ op staat. 'Soek’ zou een toepasselijker opschrift zijn geweest, want veel stands zijn slechts twee bij twee. Maar in twee dagen huishoudbeurs hebben wij geen Turkse of Marokkaanse vrouw kunnen ontdekken. De huisvrouw is blank, al een eeuw lang.
NATUURLIJK HEBBEN heel wat noviteiten van weleer een ongekende invloed gehad op het huishoudelijk werk. Als je door de tentoonstelling in het Amsterdams Historisch loopt of leest in Schoon genoeg: Huisvrouwen en huishoudtechnologie in Nederland 1898-1998, besef je weer hoe loodzwaar het huishouden een eeuw geleden was. Neem de was. Vroeger was het 'maandag wasdag’. Op zondagavond al werd de was met soda in de week gezet. Maandag werd het geweekte goed in wasketels gekookt en op een wasbord in de tobbe geschrobd. Daarna moest het uitgespoeld, gemangeld door de wringer en te drogen gehangen. Daarop volgde het voorvouwen, stijven en strijken. De wasmachine, die pas vanaf 1950 op grote schaal werd aangeschaft, werd verwelkomd als een wondermachine.
Of neem de manier waarop de huisvrouw ooit de eeuwige strijd tegen het stof aanbond. Dat gebeurde grondig op 'vrijdag kamerdag’, als het vloerkleed een beurt kreeg. Dan moest het meubilair van het kleed geschoven, werd het kleed van het eerste vuil ontdaan, opgerold, naar buiten gebracht en over een rek gehangen. Met een mattenklopper werden stof en zand uit het kleed geklopt. De vloer van de kamer werd geveegd, gedweild, gedroogd, in de boenwas gezet en glanzend uitgewreven. De komst van de stofzuiger, vanaf de jaren twintig, was een verademing.
Logisch dat in het begin van de eeuw aan de huishoudtechnologie een mythische rol werd toegekend. De elektrische apparaten zouden het huishoudelijk werk onnoemelijk verlichten, overbodig maken zelfs. Vandaar dat reclamemakers de huishoudelijke machines in het interbellum aanprezen als gemechaniseerde dienstbodes, als 'drukknophuisvrouwen’.
De geboorte van de huisvrouw was van ideologische aard: een keurige mevrouw uit de middenklasse werkte niet buitenshuis, ze was de engel van haar gezin. Onder invloed van de eerste feministische golf werd zij de inzet van een heus ideologisch debat. Aan de ene kant werd door de oprichtsters van het huishoudonderwijs en de in 1912 opgerichte Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen gepoogd het huisvrouwschap te professionaliseren. Want de huisvrouw oefende een veeleisend, veelzijdig beroep uit, ze was een manager avant la lettre, en de waardering zou navenant moeten zijn. Aan de andere kant ijverden socialistische feministen ervoor het huishoudelijk werk af te schaffen, althans het te collectiviseren middels 'woonhotels’, co”peratieve keukens en centrale wasserettes.
Het arsenaal aan elektrische huishoudapparatuur droeg bij aan het professionele imago van de huisvrouw. De huisvrouw had haar eigen gereedschap, dat in een speciale werkkast werd opgeborgen. Het ging om dure apparaten die, zo was de gedachte, niet zomaar aan ongeschoold personeel konden worden toevertrouwd. Die apparaten gaven het huisvrouwschap ook iets eigentijds, iets moderns. De nieuwe machinerie sloot bovendien aan bij de rationaliteitsgedachte die aan het begin van de eeuw was ontwikkeld door de Amerikaanse ingenieur Frederick Winslow Taylor. Zijn scientific management bestudeerde productieprocessen om ze effeci‰nter te maken. Het huishouden kon, nee, moest, gestroomlijnder, sneller, effectiever.
ALS DE huishoudbeurs een lakmoesproef is voor de ideologie die nu aan het huishouden ten grondslag ligt, dan lijkt het of de retoriek van toen nog lang niet heeft afgedaan. Nog steeds zijn de toverwoorden: gemak, tijdsbesparing, efficiency. Waarom zou je een knoflookpeller nodig hebben? Omdat het velletje dan sneller van het teentje glijdt. Waarom moet je onmiddellijk de Laurastar Magic aanschaffen? Omdat het een stoom/strijksysteem is dat volgens de reclame 'een heel nieuwe dimensie’ heeft, 'namelijk comfort’. Door de stoom is kleding 'in enkele seconden’ kreukvrij. Waarom moet in elke keuken een van de vele staafmixers liggen die in de kasba worden gedemonstreerd? Omdat ze handig, snel en eenvoudig in het gebruik zijn.
Bij sommige noviteiten voel je direct nattigheid. De clothes shaver die de pluisjes van je wollen trui zuigt, heeft niet zo veel nut als je honde- en katteharen er gewoon met de hand moet afplukken. De groots aangekondigde primeur van de Fresh Cap geloof ook je wel. Waarom een prachtige dop kopen om de prik in de frisdrank te houden als de fabrikanten een prachtige schroefdop bij hun flessen leveren? En de Funelia asbakkorrels die beloven dat je asbak nooit meer stinkt - 'een nieuw concept dat de rokersgewoonte acceptabel maakt voor niet-rokers’ - zorgen dat je hele woonkamer ruikt naar wc-eend.
Alles kan tegenwoordig elektrisch. Groenten snijden, uien hakken, aardappels schillen, blikken openen, koffie zetten, water koken. De hamvraag is of het nog effici‰nt is. De hele ideologie van effectiviteit is al lang holle kretologie. Treurig is het natuurlijk wel dat het streven naar efficiency, dat oprecht is voortgekomen uit het bestrijden van overbodig werk, verworden is tot een overvloed aan overbodige apparaten. De engel van het huisgezin van het begin van de eeuw is al tijden Mevrouw de Consument. Nog treuriger is misschien dat de droom van de drukknophuisvrouw helemaal niet is gerealiseerd. Het huishoudelijk werk is in de loop der eeuw fysiek dan wel lichter geworden, tijdwinst heeft al die apparatuur nauwelijks opgeleverd; de normen zijn namelijk verlegd. Was het vroeger maandag wasdag, tegenwoordig wordt in veel gezinnen dagelijks een was gedraaid.
Joke Kool-Smit had groot gelijk toen ze in 1967 schreef: 'Wat is de pret van electronisch koken of boodschappen doen via de computer? Ze verleggen een taak in plaats van die te verlichten, dat is alles. Huisvrouwen zullen pas bevrijd zijn als er een anti-rotzooimachine op de markt komt.’ Rotzooi heeft een sekse. Dat wil zeggen: degene die voor het opruimen van de rotzooi opdraait is, hoe sekseneutraal de huishoudbeurs zich tegenwoordig ook voordoet, nog steeds vooral de vrouw. Ze besteedt vier keer zoveel tijd aan huishoudelijke taken als haar eega; in totaal werkt zij meer uren dan hij. Slechts in drie procent van de Nederlandse huishoudens verrichten man en vrouw evenveel huishoudelijk werk.
VIA DE EUROPAHAL lopen we naar de Zuid- en Westhal. Zogenaamde stijlstraten in de Europahal leiden naar het Huis & Interieur Hart. Tussen de lederen bankstellen, eethoeken en sfeerverlichting is het weldadig rustig. Ook bij Kietschenberger, 'interieurversjiekers’. Opvallend veel stands roepen op tot zelfwerkzaamheid. Tot sjabloneren bijvoorbeeld: figuren maken op bloembakken. Aan het Instituut voor Restauratie en Decoratie kun je leren craqueleren, vergulden, patineren en sjabloneren; je leert er werken met dÇcoupage en bladderverf. Door al die technieken zien nieuwe dingen er authentiek oud uit. Het Florence College organiseert voor Ÿ7,50 een 'workshop voorjaarskrans’.
In de Zuid- en Westhal staan badkamers en keukens tentoongesteld. In de loop van de eeuw is de keuken uitgegroeid tot de fabriek van het huis: het werd de centrale plek waar water, gas en elektriciteit samenkomen, waar wordt gekookt, waar de schoonheidsmiddelen meestal staan en waar het afval wordt verzameld. Het is ook, althans voor de huishoudhervormers van weleer, de plek van po‰tische genoegens.
Als je de ei-gele of koningsblauwe keukens van formica ziet, met ingebouwde fornuizen, koelkasten en oven-magnetroncombinaties, of de kersenhouten kasten met natuurstenen aanrecht waarin de apparatuur is verzonken, geloof je in die po‰zie. Het summum van kookgenot beleef je ongetwijfeld in de nieuwste keukentrend: een vrijstaand houten blok met in het midden een keramische kookplaat en erboven een imposante afzuigkap. 'De droomkeuken van Jan des Bouvrie’, volgens een poster. Hier is het fornuis een altaar geworden met een hemel die erboven zweeft.
In Schoon genoeg staat een mooi artikel over de geschiedenis van de keuken, een geschiedenis die veel zegt over de veranderde invulling van het huishoudelijk werk. Eerst was het eenvoudig: de keuken was de fabriek van het huishouden. Daartoe werden in de jaren twintig en dertig van deze eeuw effici‰nte keukens ontworpen die de handelingen en inspanningen van de huisvrouw tot een minimum beperkten. In de jaren zestig was het opeens gedaan met het ideaal van de effici‰nte keuken. Het werd hip om een open keuken te hebben, of op z'n minst een gezellige eikenhouten keuken waarmee naar grootmoeders tijd werd gelonkt. De keuken werd het theater van het gezinsleven, het podium waar moeder haar culinaire kunsten vertoont.
De Huishoudbeurs weerspiegelt dat de huisvrouw, duur gezegd, met twee botsende ideologie‰n wordt bestookt. Het huishouden moet snel en praktisch gaan, maar het moet thuis ook gezellig zijn. En gezellig wordt het, dat schrijven de damesbladen week in week uit, als er voorjaarskransen worden gevlochten, muffins gebakken, kleedjes gehaakt en truien gebreid. Het is allemaal knap ingewikkeld geworden. Vroeger golden simpele normen van reinheid en ordelijkheid; de blinkende vloer van de huiskamer reflecteerde de morele zuiverheid van het gezin. Op den duur is daar een tijdrovende ideologie aan toegevoegd. De ideologie van gezelligheid.
Die ideologie zorgt voor ironische conflicten. In dezelfde tijd dat de tweede feministische golf opnieuw stelde dat het huishouden werk is, akelig werk bovendien, vervaagde de grens tussen huishoudelijk werk en hobby. Want dat is wat je uit de damesbladen leert en dat is het gevoel dat je bekruipt op de huishoudbeurs: het taarten bakken, craqueleren en breien wordt als vrijetijdsbesteding gepresenteerd. Wel een nogal dwingende vrijetijdsbesteding. Want de hedendaagse huisvrouw behoort creatief te zijn, voor sfeer te zorgen, aan zelfexpressie te doen. Nog een conflict: door het huisvrouwmodel ontstond een strikte scheiding van sferen, de man begaf zich in het publieke leven, de vrouw regeerde in het privÇ-domein. Terwijl de feministen van de tweede golf het isolement van de huisvrouw probeerden op te heffen, werd volgens de gezelligheidsideologie het thuisfront steeds belangrijker. En manager van de gezelligheid is, jawel, de vrouw.
Het moderne huishouden is verscheurd geraakt. In het weekeinde worden op de keukenaltaren vijfgangendiners bereid; door de week worden in de magnetron in een wip kantenklaarmaaltijden verwarmd, als het moet voor ieder gezinslid op een apart tijdstip. Efficiency en tijdrovende gezelligheid wisselen voortdurend stuivertje.
HET BETREDEN van de Kookhal is een bijna religieuze ervaring. Snoeiharde techno-house schalt door de immense hal. Hier geen kleine marktkraampjes. Metershoge, felgekleurde stands torenen hoog boven de schuifelende massa’s uit. Dit zijn de tempels van de voedselfabrikanten, de plekken waar het grote snaaien plaatsvindt. Onze eerste hostie is een chocoladekoekje. De volgende heerlijkheid is een zoutje. Daarna een krabstick, een chocolaatje, een slokje soep, kroketten, een Mars. In die volgorde.
Elke stand is gewijd aan ÇÇn product. De hogepriesteressen van Gouda’s Glorie, Verkade en Duyvis zien eruit als ruimtevaarders: fel gekleurde uniformen, koptelefoon met aangebouwde microfoons. Hun geluid komt versterkt uit alle hoeken, in overbeschaafd Nederlands prijzen zij de producten aan. 'Alle meisjes zijn zeer blij om u te helpen met onze unieke aanbiedingen.’ 'Onze mini-kuur brengt blijheid in je leven.’ 'Neem die C“te d'Or tabletten mee naar huis. EÇn brok genot!’ 'Uw kleinkinderen vinden het heerlijk. Dat weet ik - ik ben namelijk ook een kleinkind.’
De kopers hebben het druk. Sommigen rusten even uit op een verhoginkje. Ze zijn zo in beslag genomen dat haast niemand opmerkt wie daar een radio-programma staat te presenteren. Hans van der Togt staat tegen vooral ruggen aan te praten. Pas als zanger Dries Roelvink het podium opstampt, staat men op. Verder met kopen.
Op de huishoudbeurs is alles te koop. Elke behoefte kan er worden bevredigd. Dit is het ultieme luilekkerland van de twintigste eeuw. 'Het paradijs van de huisvrouw’, noemden de kranten de huishoudbeurs in de jaren vijftig. Wij moeten het ook constateren: dit is de hemel van de consument. In alle folders en reclame die we in de hand krijgen gedrukt, wordt het woord 'huisvrouw’ angstvallig vermeden. Dat je consequent op papier wordt aangesproken met 'je’ laat zien dat de organisatie het ook niet weet. De huisvrouw is (bijna) dood, leve de huisvrouw, maar noem haar geen huisvrouw - daar komt het op neer.
Zuurtjes en breipatronen
In 1946 vond de eerste Damesbeurs plaats in de Rai. Annie M.G. Schmidt schreef vier jaar later in Het Parool: 'Vroeger heette het Damesbeurs; nu noemt men het dan “Het Domein der Vrouw”, maar had men het eigenlijk niet beter kunnen noemen: Het Domein der Doodgewone Concurrentie? Wat is het eigenlijk anders dan een winkelstraat, maar dan overdekt, en met precies dezelfde zuurtjes en breipatronen - en even verder weer zuurtjes en breipatronen - die iedereen in zijn eigen winkelbuurt ook kan vinden?’
De beurs biedt geen onbaatzuchtige voorlichting. Elke standwerker wil in de eerste plaats zijn waar verkopen.('Wat dat aangaat,’ schrijft Annie M.G. Schmidt, 'kan zij evengoed in galop de Nieuwendijk en de Kalverstraat doorhollen.’
In 1951 verandert de naam in De Huishoudbeurs. In de Rai worden de nieuwste snufjes op huishoudgebied gepresenteerd: wasmachines, vaatwasmachines, rubberen matrassen, duizenddingendoekjes. En bovendien een stofzuiger die ook koffie maalt en dienst doet als mixer, een elektronische vachtverzorger voor huisdieren, opblaasbare kledinghangers, een telescopische hondenpoepopruimer, een soepballenautomaat en een snijplank die tevens dienst doet als vuilnisbak en vergiet.
Annie M.G. Schmidt dichtte in 1954:
Er is een naaimachine die breit Er is breimachine die naait En ook een stofzuiger misschien Die veegt en zuigt en bovendien De tafel dekt, de bessen rist De tranen uit mijn ogen wist Hij staat te brommen en te zoeven Maar ik ben hier om soep te proeven.
De beurs richtte ziich in het begin vooral tot de huismoeder. In 1952 werd en 'Aanlokkelijke dwaaltuin voor Moeder de Vrouw’ in het vooruitzicht gesteld. In 1964 luidde het thema van de beurs: 'Huisvrouw-Moeder-Maatschappij’. In 1965 was het: 'Smakelijk eten - gezond gezin’.
Al snel ging de nadruk steeds meer liggen op de vrouw als de consument bij uitstek. In 1970, bij de vijfentwintigste aflevering, was het 'Feest in de Rai, feest voor de huisvrouw’. Buiten demonstreerden de Dolle Mina’s, met leuzen als: 'Koop niet wat u tot morgen kunt uitstellen’ en 'Blijf baas over uw eigen beurs.’ Twee jaar later heette het op het affiche: 'De gezelligste en grootste consumentenbeurs van Nederland’.
Vanaf de jaren tachtig wordt de beurs aangevuld met de Huis & Interieur Rai en de Happy Kids & Negen Maandenbeurs. Bij elkaar goed voor bijna vijftigduizend vierkante meter. Niet alleen vrouwen, ook mannen worden aangesproken. Sinds 1992 staat op het affiche een afbeelding van een lachend stel, vrouw Çn man. In 1997 afficheert de Huishoudbeurs zich als: 'Een huishoud- en consumentenbeurs, gericht op het wonen en leven van mannen en vrouwen.’ Er komen ruim driehonderdduizend bezoekers op af. Hoe neutraal de aankondiging ook is, zo'n tachtig procent daarvan is vrouw.
Anno 1998 is er een hoofdrol voor de bezoeker: 'Dit is je dag. Dit is jouw beurs.’ In de eerste twee dagen telt de beurs al vijfenvijftigduizend bezoekers. Per persoon tellen ze twintig gulden neer voor een toegangsbewijs. Samen met wat ze binnen uitgeven, haalt de beurs een omzet van tientallen miljoenen.