Manoeuvres rond de oorlog in Irak

De dubbele tong van Poetin

Vladimir Poetin heeft een Januskop en twee tongen. De Russische president maakt daar met meer en meer genoegen gebruik van. De komende oorlog tegen Irak biedt hem die kans.

Op dinsdag 28 januari was Poetin in Kiev op bezoek bij de staatsuniversiteit, vernoemd naar de negentiende-eeuwse Oekraïense cultuurpatriot Sjevtsjenko. In de aula zei Poetin dat hij zijn «positie» zou wijzigen en groen licht voor «andere beslissingen» zou geven als Irak de inspecties bleef «belemmeren». Anders gezegd, dan zou Rusland instemmen met oorlog. In de Verenigde Staten ging voorzichtig de vlag uit; het cordon sanitaire in Europa oogde weer wat steviger.

Nog geen twee weken later was Poetin in Berlijn en Parijs, toevallig op de dagen dat Duitsland, Frankrijk en België een nagel in de doodskist van de Navo joegen. Daar zei Poetin: «Wij zijn ervan overtuigd dat het nodig is door te gaan met een vreedzame ontwapening van Irak» om te voorkomen dat de VS er alleen op uittrekken. Want «dat zou een slechte variant zijn, slecht voor de VS en slecht voor Europa», omdat het leidt tot een «schisma» in de antiterroristische coalitie. Die is voor Poetin van belang omdat hij in Tsjetsjenië nog steeds zo onder druk staat dat hij deze week zelfs de min of meer loyale moefti Kadyrov als regeringschef heeft moeten vervangen door de voormalige wapenhandelaar Popov.

Sluipenderwijs heeft Poetin zich zo in een mogelijk beslissende politieke positie gemanoeuvreerd, want dit mes snijdt werkelijk aan alle kanten. Noch op de diplomatieke wip, noch in eigen land hoeft hij zich vooralsnog een buil te vallen. Rusland kan op twee paarden wedden zonder zijn inzet op voorhand te verliezen. «Het land heeft de handel met de VS nodig en moet zijn eigen plaats op het eiland Europa zoeken», aldus de sociaal-liberale parlementariër Igroenov in het dagblad Nezavisimaja Gazeta.

Veel keus heeft hij niet. Hoewel hij, anders dan zijn voorganger Jeltsin, minder naar de pijpen danst van de tycoons die het in de «rauwe sector» (olie, gas en andere grondstoffen) voor het zeggen hebben, is zijn positie minder stabiel dan ze lijkt. De handelsbalans van Rusland is voor ruim de helft afhankelijk van energie. Nu een vat ruwe olie meer dan dertig dollar kost, is het dan ook feest. Een prijs van twintig dollar is ook nog draaglijk, maar bij een terugval naar tien dollar dient zich op termijn een variant à la 1998 aan. Vanwege de crisis in de «opkomende markten» en de frauduleuze obligatiemarkt, die als een piramide was opgebouwd, moest Rusland zijn staatsschulden toen bevriezen en raakte het bij de crediteuren jaren achterop.

Maar er is meer: in de energiesector wordt al jaren een gevecht op leven en dood gevoerd. Tot voor kort waren er twee hoofdrolspelers: Michail Chodorkovsky (de baas van olieconcern Joekos, volgens Forbes goed voor een persoonlijk vermogen van 3,7 miljard dollar), en Vagit Alekperov (de chef van Loekoil, nog net het eerste oliemannetje in Rusland, hoewel zelf «slechts» 1,4 miljard dollar rijk). Beiden zijn in een strijd verwikkeld om de tweede plaats op de energieranglijst, na het zieltogende staatsgasbedrijf Gazprom. De strategie van Joekos is op het Westen georiënteerd. De 39-jarige Chodorkovsky was de man die afgelopen najaar aanbood bij te dragen aan de strategische reserve van de VS, nadat hij een jaar eerder in Rusland zelf het verzet had geleid tegen de Opec die Moskou onder druk zette mee te doen aan productiebeperking. Alekperov, een 52-jarige Azerbeidzjaan uit Bakoe, koerst op het Zuidoosten, in de hoop een lijn te kunnen trekken van de Kaspische tot de Chinese Zee. Na Elf Acquitaine heeft hij met een reserve van maximaal vijftien miljard vaten in West Qurna de grootste potentiële belangen in Irak. Alekperov was de man die vorig jaar blufte dat Poetin er voor hem had uitgesleept dat de Amerikanen na een eventuele oorlog geen vinger naar West Qurna zouden uitsteken. Het gaat hun om oliebronnen, maar meer nog om pijpleidingen en andere voordelen die langs de distributiekanalen kunnen worden behaald.

Maar nu krijgen ze er een concurrent bij, en wat voor een. Het in Tjoemen (Siberië) ontstane TNK is in onderhandeling over de verkoop van een derde tot de helft van zijn aandelen aan BP, dat tot nu toe slechts een belang had in de kleinere oliefirma Sidanko. Kortom, er kloppen buitenlanders aan, vreemdelingen die de oliebaronnen sinds 1991 juist met vereende krachten buiten de deur hebben weten te houden zonder hun onderlinge afrekeningen te hoeven staken.

Dat is koren op de molen van Poetin. Tot op heden heeft hij zich erbij moeten neerleggen dat het leeuwendeel van de buitenlandse investeringen afkomstig is van Cyprus waar de vaderlandse kapitaalvlucht — volgens officiële cijfers in 2002 voor het eerst afgenomen, volgens banken daarentegen stabiel op 20 tot 25 miljard dollar — een veilig heenkomen zoekt. De ambities van BP sterken hem in zijn hoop dat het Westen eindelijk meer boodschap heeft aan stabiliteit in het Kremlin dan aan rechtstatelijkheid in Rusland. Ook in Washington groeit nu immers de bereidheid een aantal Tsjetsjeense organisaties op de terroristenlijst te zetten.

Poetin heeft geleerd van de Golfoorlog in 1991 en van Joegoslavië. Partijleider Gor batsjov was in 1991 wegens binnenlandse sores niet in staat een diplomatieke rol van betekenis te spelen. Jeltsin kwam in de Kosovo-crisis niet verder dan pesterijtjes die niets opleverden. Poetin daarentegen is nu wel in staat de belangen van Rusland (de brugfunctie tussen Azië, Europa en Amerika optimaal uitbuiten) te combineren met zijn binnenlandse oorlogsdoelen (geen pottenkijkers in Tsjetsjenië en omstreken).

Precies daarom geeft Poetin zich niet echt bloot. «Zoals een spion betaamt», zegt men in Rusland soms gelaten en dan weer tevreden.