Beloved, Toni Morrison

De dubbele vloek

De tot slaaf gemaakte vrouw wordt de beschikking over haar eigen lichaam en leven ontzegd. Die ontmenselijking betekent dat ook het moederschap niet volledig het hare kan zijn.

23 december 1985. Toni Morrison in New York © Bettmann / Getty Images

Margaret Garner stond terecht voor de moord op haar dochter en iedere dag probeerden meer dan duizend mensen een plek in de rechtszaal te bemachtigen. Vijfhonderd mannen waren tijdelijk toegetreden tot het bevoegd gezag om de openbare orde te bewaken en het proces in goede banen te leiden. Garner, een in slavernij geboren vrouw van begin twintig, was een paar weken eerder, op een vroege maandagmorgen in januari 1856, met een aantal familieleden weggevlucht van twee aangrenzende plantages in Kentucky. Het was de koudste winter in een halve eeuw en aan de overzijde van de dichtgevroren Ohio River lonkte de vrijheid. Hoewel ze een safe house wisten te bereiken, bleek hun vrijheid van korte duur. Het huis waar ze zich schuilhielden werd omsingeld door een groep slave catchers en US Marshals. Terwijl haar man met het geweer dat hij had meegenomen van de plantage vergeefs probeerde hun belagers op afstand te houden, nam Garner een slagersmes en sneed de keel van haar tweeënhalf jaar oude dochter Mary door. Ze werd overmeesterd voordat ze haar andere kinderen en zichzelf om het leven kon brengen.

In een bericht in de American Baptist deed eerwaarde P.S. Bassett uit Cincinnati verslag van een bezoek dat hij had gebracht aan de gevangen genomen Garner. Hij vertelde hoe de jonge vrouw met een zuigeling in haar armen kalm haar verhaal deed: ‘Om haar eigen lot gaf ze weinig; maar ze was niet bereid haar kinderen te laten lijden zoals zij had geleden.’ Hij vroeg of ze buiten zinnen was geweest, ze antwoordde dat ze zo koel en helder van geest was geweest als ze voor hem zat.

Garners rechtszaak werd door abolitionisten aangegrepen om te ageren tegen de Fugitive Slave Law. Haar lot werd een cause célèbre en lang nadat het verhaal van de voorpagina’s was verdwenen was de zaak algemeen bekend. Maar uiteindelijk raakte de vrouw die haar eigen kinderen liever vermoordde dan dat ze hen teruggaf aan de hel op aarde dan toch in de vergetelheid – totdat Toni Morrison de kale feiten van de zaak gebruikte als beginpunt voor haar Pulitzer winnende roman Beloved (1987). Een klein decennium later verscheen er zelfs voor het eerst een grondige biografie van Garner, getiteld Modern Medea.

Er was relatief weinig over Garner bekend en Morrison was niet in de gelegenheid om grondige research te doen, als ze dat al had gewild. Maar ze was uiteindelijk maar tot op zekere hoogte geïnteresseerd in de historische figuur. Als schrijver was het vanaf het eerste moment de betekenis van Garners daad die haar bezighield. In een reeks lezingen die ze aan Harvard gaf (gebundeld in The Origin of Others, dat binnenkort in vertaling verschijnt), blikte ze terug op het schrijven van Beloved. Ze haalde de getuigenis van de eerder genoemde Bassett aan en vertelde dat hij behalve Garner zelf ook haar schoonmoeder sprak. Zij was op het gewraakte moment aanwezig, maar had Garner noch aangemoedigd noch geprobeerd haar van haar daad te weerhouden. Het was dit gegeven, deze onwil om de moord op haar kleinkind door haar schoondochter onomwonden te veroordelen, dat Morrison fascineerde.

‘Nr. 124 wrokte. Zo giftig als een klein kind’, opent Beminde, de Nederlandse vertaling. Het grijswitte huis aan Bluestone Road, niet ver van Cincinatti, is bezeten. Kort na de Burgeroorlog wonen alleen Sethe en haar dochter Denver (geboren tijdens Sethe’s vlucht naar het vrije Ohio en vernoemd naar het verwilderde witte meisje dat bij de bevalling hielp) er nog. Denvers grootmoeder Baby Suggs, die eerder door haar zoon Halle was vrijgekocht, is overleden. Denvers broers zijn eerder, toen ze oud genoeg waren om te beseffen dat ze het leven op nr. 124 niet aankonden, als dieven in de nacht vertrokken. ‘Beloved’ heet de geest die Sethe en Denver gezelschap houdt. Het was het enige woord dat de graveur, in ruil voor seks, op de grafsteen beitelde. ‘Wie had kunnen denken dat zo’n klein mensje zo’n woede kon koesteren?’

Op een dag staat Paul D op de veranda, een van de mannen met wie Sethe achttien jaar eerder probeerde te ontsnappen van Sweet Home, de plantage in Kentucky waar ze jarenlang een ondanks alles relatief rustig bestaan had gekend – tot de heer des huizes overleed en zijn weduwe de dagelijkse leiding overdroeg aan een schoolmeester met andere ideeën. Met de komst van Paul D arriveert ook het deels verzwegen verleden. Het leven op Sweet Home, de gebeurtenissen die aan de ontsnapping voorafgingen en de vlucht zelf. De dood van Beloved is vanaf het begin een feit, het zijn de levensgeschiedenissen van Sethe, Baby Suggs, Paul D en Denver die door Morrison beetje bij beetje, even subtiel als verschrikkelijk, worden ingekleurd. De kinderen die Baby Suggs verloor aan het systeem, inclusief de als enige overgebleven zoon die zijn zondagen opofferde om haar vrij te kopen. Denvers eenzaamheid in het dorp waar iedereen weet wat haar moeder achttien jaar eerder heeft gedaan. Dat wat Paul D overkwam, nadat de schoolmeester hem doorverkocht en hij in nog diepere cirkels van de hel op aarde belandde. Het litteken op de rug van Sethe – dat doet denken aan de beruchte foto’s van de toegetakelde rug van ‘Gordon’ die in 1863 in Harper’s Weekly verschenen – een litteken als een boom die op haar is gegroeid.

Zowel zij als haar dochter was niets meer dan iemands eigendom. Geen mens, geen moeder, geen moordenaar

Als Paul D, Denver en Sethe op een dag terugkomen van de kermis – ze lijken zowaar heel even op een normaal gezin – zit er een jonge vrouw op een boomstronk bij het huis op hen te wachten. Ze zegt dat ze Beloved heet.

Ze is een vrouw van vlees en bloed die vooral Sethe en Denver langzaam maar zeker in haar macht krijgt, maar ze is ook het door haar moeder gemiste en zelf haar moeder missende kind. Ze is echt en bovennatuurlijk tegelijk. Paul D is vertrokken, nadat iemand uit de buurt hem eindelijk dat heeft verteld wat hij als enige in de wijde omtrek niet wist. Maar wat Morrison Sethe schenkt is een tweede kans, de mogelijkheid om een moeder te zijn voor de dochter voor wie ze de keuze maakte dat het leven dat voor haar in het verschiet lag het leven niet waard was. Zoals ook de schoonmoeder van Margaret Garner leek aan te voelen, begrijpt Morrison dat het kind de enige is met het onmiskenbare recht over die keuze een oordeel te vellen.

De Amerikaanse essayiste Rachel Kaadzi Ghansah schreef over Toni Morrison dat ze, als zwarte vrouw die zich opwerkte uit de onderklasse, het ‘ondenkbare’ doet: ‘She democratically opens the door to all of her books only to say, “You can come in and you can sit, and you can tell me what you think, and I’m glad you are here, but you should know that this house isn’t built for you or by you.”’ Morrison, schrijft ze, weigert de geijkte rollen van de zwarte schrijver, die van ‘explorer’ en ‘explainer’, op zich te nemen. Haar verhalen zijn in zekere zin eerst esthetisch en pas daarna politiek, eerder uit op een tolstojaanse gedetailleerdheid, als om de textuur van de werkelijkheid tastbaar te maken, dan op veralgemeniseerde gevoelens om een bepaald punt te maken. Maar het belangrijkste is, vindt Kaadzi Ghansah, dat Morrison schrijft ‘to tease and complicate her world, not to convince others it is valid’.

Kort voordat de roman de Pulitzer voor fictie werd toegekend, verscheen er een door 48 zwarte schrijvers en intellectuelen ondertekende brief in The New York Times waarin de boekenwereld werd verweten dat men Morrison en James Baldwin niet op waarde schatte. Beloved, schreven ze, ‘had finally given expression to a universe of complicated, sweetly desiring, fierce and deeply seductive human beings hitherto subsumed by, hitherto stifled by, that impenetrable nobody noun: “the slave”’.

Beloved is voor alles een onovertroffen roman over het leven in de schaduw van de slavernij, maar wat niet genoeg kan worden benadrukt is dat het de tot slaaf gemaakte vrouw is die door Morrison niet alleen een stem maar ook een rijk innerlijk leven wordt gegund. Een roman over moeders en dochters die zuchten onder de dubbele vloek van het patriarchaat en de ideologie van witte suprematie.

Naast de ontberingen, de dwangarbeid en de mishandeling, is dat waar Sethe haar kinderen voor wilde behoeden, een verschrikking die de fysieke werkelijkheid overstijgt. Beloved maakt zichtbaar hoe ook de meest welwillende slavenhouder, de eigenaar die Sethe, Halle, Paul D en de anderen altijd als mensen leek te behandelen, zijn eigendom volledig ontmenselijkte. Het was die totale dehumanisering waar het systeem om draaide. En op draaide. De wijze waarop de vrouw als eigendom niet slechts een uit te buiten arbeidskracht was, maar ook iemand die het systeem van nieuwe, uit te buiten lichamen kon voorzien. De vrouw die zo het recht werd ontzegd haar eigen kinderen als de hare te beschouwen.

Het levensverhaal van Margaret Garner mag dan zijn neergepend in een boek met de titel Modern Medea, Morrison is helder over haar protagoniste: ‘Sethe deed niet wat Medea deed: haar kinderen doden vanwege een of andere vent.’ In haar recente Mothers haalt de Britse Jacqueline Rose een reeks voorbeelden aan van vrouwen die hetzelfde deden als Garner en Sethe. Ze schrijft over Morrison: ‘Ze vertelt haar witte lezers (…) dat in een onmenselijke wereld een moeder slechts moeder kan zijn in zoverre als de geschiedenis dat toelaat, het kan betekenen dat je je kind doodt.’

Op de laatste dag van het proces tegen Garner kwam antislavernij-activiste Lucy Stone aan het woord. Ze riep de huidskleur van de plantage-eigenaar in herinnering en zei: ‘The faded faces of the Negro children tell too plainly to what degradation the female slaves submit.’ Moest Garner haar dochter datzelfde leven laten leven? ‘If in her deep maternal love she felt the impulse to send her child back to God, to save it from coming woe, who shall say she had no right not to do so?’

Garner werd niet veroordeeld voor de moord op haar kind. Volgens de wet was zowel zij als haar dochter niets meer dan iemands eigendom. Geen mens, geen moeder, geen moordenaar. Ze werd teruggestuurd naar het Zuiden en leefde in onvrijheid tot ze in 1858 bezweek aan de tyfus. Morrison is zo goed Sethe wel een vorm van verlossing te bieden. En alleen Beloved mag over haar oordelen.