De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk vanavond om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

De dubbelheid van Walt Whitman

Zowel Walt Whitmans egocentrisme als zijn scherpe oog voor de massa zien we weerspiegeld in zijn memoires.

Wie de herinneringen van Walt Whitman (1819-1892) leest in het dagboekallegaartje Specimen Days (1882) dient te beseffen dat de Amerikaanse ‘dichter van de democratie’ de mythe meer koesterde dan de middelmatige werkelijkheid. Als fervente nationalist, Abraham Lincoln-vereerder en trotse verdediger van de dynamische Nieuwe Wereld tegenover het stokoude feodale Europa was de hyperbool in elke herinnering aanwezig. Zichzelf cijferde hij nooit weg, of zoals hij het zong in zijn klassieker Leaves of Grass (1855): ‘One’s-Self I sing, a simple separate person,/ Yet utter the word Democratic, the word En-Masse’.

Die contrastrijke dubbelheid – egocentrisme én een scherp oog voor de massa – krijgt een heldere weerspiegeling in de Nederlandse vertaling van Whitmans rommelige memoires: Oud ben ik en jong ben ik. Het is een afgebroken versregel uit Song of Myself, die de tegenstellingen nog verder aanwakkert: dwaas én wijs is hij, geen oog voor anderen én oog voor anderen, moederlijk én vaderlijk, kind én man.

Whitman wist zelf ook wel dat zijn memoires een te-hooi-en-te-gras-opbouw hadden en gaf er een elegante draai aan: ‘hoe haast en slordigheid ons verhaal beter vertellen dan methodische arbeid zou hebben gedaan’. En waar gaat dat verhaal dan over? Over het soldatenleed van de Amerikaanse Burgeroorlog oftewel ‘de gefaalde afscheidingsoorlog’; over zijn jeugdherinneringen op de boerderij op Long Island en zijn carrière als drukker, zetter en redacteur van talloze krantjes in Brooklyn; over zijn natuurervaringen; over zijn familiegeschiedenis en over zijn treinreizen kriskras door Amerika en Canada.

Hoewel Whitman vaak heeft beweerd dat hij in de Burgeroorlog in en rond Washington ‘wondenverzorger’ was, moeten we dat met een korreltje zout nemen. Zeker, hij was erbij, hij bezocht de talloze hospitalen en zat aan het bed van doodzieke of ernstig gewonde jonge soldaten. Hij suggereert dat hij zonder probleem een lazaret kon in- en uitlopen, maar de regels waren ook toen al streng. Eerder was hij een indringer dan een professionele verpleger. Deed hij piketdienst, was hij hospitaalwerker? Nee, hij zat aan het bed van piepjonge en stervende soldaten, las hun voor, schreef brieven, gaf wat kleingeld, verlichtte alleen al door zijn aanwezigheid het leed van stervenden. Meende hij. Scherper geformuleerd: de lijdende oorlogsvrijwilligers vormden het decor van de jezusachtige, barmhartige samaritaan Whitman.

En er was nóg iets: erotiek op de rand van de dood. De dichter had oog voor de schoonheid van marcherende soldaten, van gewonde en afhankelijke jongelingen die hunkerden naar een beetje affectie. Zo gaf hij de naamloze soldaat toch hier en daar een naam en wist hij het oorlogsleed beeldend te beschrijven, inclusief dat andere, wat hij niet verheelt: ‘Het zijn sterk animale wezens, ook in hun fraaie uiterlijk. (…) Ik heb me steeds tot de manschappen aangetrokken gevoeld en ik houd van het lichamelijke contact wanneer we samengedromd zijn…’

‘Ik heb me steeds tot de man- schappen aangetrokken gevoeld en ik houd van het lichamelijke contact...’

De natuur is een ander thema dat Whitman bezong. De prairie; de stoïcijnse reuzenbomen; de zoemende insecten; de geurende bloemen; de zingende bobolinks, koningstirannen, towies, kwakken, sialia’s, veery’s of gouden grondspechten hebben de intense aandacht van deze Amerikaanse romanticus, die Emerson ontmoette en Thoreau bewonderde. De notities die hij ter plekke, in het bos of op de hei of aan een meertje, maakte vormden een tegenwicht, want de tastbare natuur betekende ‘het enige duurzame houvast voor het geestelijk welzijn van boek en mens’.

En de stad, zo levendig aanwezig in Leaves of Grass? Manhattan en Brooklyn zijn voor hem bewijzen van het succes van de democratie, dat wil zeggen dat de wrijving tussen het vrije individu en het gezag van het collectief is opgelost. Kritiekloos lyrisch werd Whitman toen hij met de trein zijn uitgestrekte vaderland doorkruiste en de zilvermijnen in Colorado bezong. De Amerikaanse vitaliteit en superioriteit kwamen niet voort uit een elite maar uit de massa: here comes everybody. Waar Hawthorne en Thoreau beducht waren voor een militaire superstaat Amerika, koesterde de nationalist Whitman de vrijwilligerslegers, die zich na de bloedige oorlog in 1865 zonder problemen ontbonden.

Wie het werk van kritische Amerikaanse schrijvers als John Dos Passos (Manhattan Transfer, USA) en Thomas Pynchon (Against the Day) kent, weet dat het ruwe en agressieve kapitalisme van banken en bezitters een systematische ondermijning betekende van de prille democratie. Bankier J.P. Morgan speelde een hoofdrol in USA, Pynchon schetste in Against the Day een schitterend beeld van de moeizame en gewelddadige vakbondsstrijd die de uitgebuite zilvermijnwerkers in Colorado aanbonden tegen de bazen. Vakbonden? Vijanden van de staat.

De lezer van Specimen Days die nu denkt dat Walt Whitman simpelweg een kritiekloze nationalist en bewieroker was van de Amerikaanse samenleving zit ernaast. Want ook op dat gebied bleek Whitman er een dubbele positie op na te houden. In zijn lange politieke pamflet Democratic Vistas (1871) blijkt hij wel degelijk niet blind te zijn voor de negatieve kant van het kapitalisme, voor Amerika als parvenu. De zakenlui worden gedreven door corruptie, omkopingspraktijken en puur geldelijk gewin, de steden stinken naar berovingen en boeven, speculanten en ‘vulgarians’ maken de dienst uit. Sociaal gezien is het verheffen van het volk, intellectueel en materieel, een mislukking gebleken. Dat is heel andere taal dan Whitman spreekt in Specimen Days. Als het zo slecht gesteld is met de Amerikaanse maatschappij anno 1871, wat dan te doen aan het grootste humanitaire probleem, dat religieus maar vooral sociaal was? Het antwoord: literatuur. De dichter kon de redder des vaderlands zijn. En voor die rol bleek superindividualist Walt Whitman geknipt, meende hij zelf.

I Celebrate Myself. Een avond over Walt Whitman

Op 31 mei 1819, precies tweehonderd jaar geleden, werd Walt Whitman geboren. Hij wordt ook wel de ‘Nationale dichter van de Verenigde Staten’ genoemd. Om dit te vieren heeft Kees ’t Hart een avond georganiseerd in Het Nationale Theater aan het Spui in Den Haag. Onze eigen Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja treedt aan, tezamen met Ellen Deckwitz, Toon Tellegen, Jacob Groot, Arjen Duinker, Jos Nargy en de Show-en Drumfanfare Duindorp.

Vrijdag 31 mei, 20.30 uur, zaal 3 Theater aan het Spui, Den Haag, hnt.nl