Kunst: Dirk Braeckman

De duisternis

In het voorjaar van 2006 zag ik foto’s van Dirk Braeckman (1958) in de groepstentoonstelling Dark in Museum Boijmans, samen met werk van Luc Tuymans, Gregory Crewdson, Folkert de Jong, enzovoort. De tentoonstelling ging (zei ‘t boekje) over ‘de donkere kanten van het bestaan en de werkelijkheid’.

Dat klonk toen als dubbelop, maar in het geval van Braeckman is er een verschilletje tussen werkelijkheid en ‘bestaan’, en dat kwam me bij zijn mini-overzichtstentoonstelling in De Appel weer voor de geest. De Appel toont een door de fotograaf gemaakte selectie uit zijn archief. Er is geen chronologie, geen thema; van sommige negatieven maakte Braeckman voor het eerst een afdruk. Daarbij gevoegd is een geheel nieuwe film, Hemony, gemaakt in de toren van de Oude Kerk in Amsterdam.

Braeckmans foto’s zijn in zwart, wit en grijs, en ze tonen (over het algemeen) vergeten, donkere ruimtes, delen van een vervallen interieur met versleten meubels en verschoten tapijten, kamers achter een gordijn, een overloop. Mensen komen er niet veel in voor. Braeckman is de fotograaf van het duister, van het verdwijnen. Zijn foto’s halen niet iets naar voren, in het licht, maar ze lijken juist zoveel mogelijk duisternis te willen laten zien, en dan nog terloops en wazig. Hij fotografeert vaak ‘s nachts. Er is geen taal en geen verhaal, geen titel, geen verklaring. De werkelijkheid verandert in een suggestie van de werkelijkheid.

De tentoonstelling geeft toch twee ‘handvatten’ voor duiding. Iemand heeft het werk vergeleken met ‘plaats delict-fotografie’, politiefoto’s van plekken waar zich iets naars heeft afgespeeld. Verder wordt gezegd dat Braeckman door het nadrukkelijk vermijden van specifieke kenmerken (plaats, tijd) ernaar zou streven ‘sacrale beelden’ te maken. Beide interpretaties wijzen naar hetzelfde: de realiteit van de donkere scène doet niet ter zake, wel de aanwezigheid daarin van een onbekende gebeurtenis, een ‘bestaan’, zogezegd, die de werkelijkheid overstijgt. Bij de al even donkere en onheilszwangere houtskooltekeningen van Renie Spoelstra (Drachten, 1974) is dat ook zo. Je kunt het niet zien, maar daar is iets gebeurd, denk je, die duisternis heeft een eigen leven.

Meer dan bij andere fotografen hebben de foto’s van Braeckman een sterke fysieke werking. Je ogen zoeken in het halfduister naar houvast, en vinden dan vooral ‘textuur’, de oppervlakte van stof, tapijt, behang of huid. De foto’s zijn zelf ook natuurverschijnselen, geen digitale prints, maar het gevolg van analoge ontwikkeling, met alle oneffenheden van dien. Waarmee het resultaat dichter bij schilderkunst komt – bijvoorbeeld die van Michael Borremans, of Gerhard Richter.

De zwart-witfilm, speciaal voor de tentoonstelling gemaakt, is andere koek. Hier zie je ‘De Vrijheid’, een van de grote klokken van de Oude Kerk (gegoten door Hemony), van onderaf; een machtige klepel gaat heen en weer, maar er is geen geluid, alleen de beweging, de enorme vorm. Ook hier laat je de werkelijkheid achter je: het verdovende gebeier zit niet ín, maar tussen je oren.

Dirk Braeckman. De Appel arts centre, Amsterdam, t/m 31 maart 2013