De duisternis

Staan we op de drempel van een nieuwe duisternis? Hebben we, zonder het nog goed te beseffen, al een zwarte maandag achter de rug, vergelijkbaar met de zwarte donderdag, 24 oktober 1929, het begin van de grote wereldcrisis?

Sinds het begin van de Griekse schuldencrisis heb ik een ongeteld aantal analyses van onbetwijfelbare deskundigen gelezen. Intussen grijpt de crisis verder om zich heen. Italië en Spanje zijn erdoor aangetast, vorige week heeft Amerika zijn triple A-status als betrouwbaarste economie ter wereld verloren. Dit weekeinde hebben de leiders van de G7 en de centrale banken telefonisch overleg gepleegd. De gevreesde zwarte maandag is uitgebleven maar paniek blijft dreigen, in het hele industriële Westen. Hoe komt het?
De enige conclusies die ik uit de verzamelde deskundigheid kan trekken, is dat niemand het zeker weet. Nog altijd moeten we er ernstig rekening mee houden dat binnenkort de zwarte dag aanbreekt, die het begin zal zijn van de volgende recessie of misschien zelfs een depressie, zoals de Financial Times van maandag schrijft. Het merkwaardige is dat niemand zich verdiept in wat daarvan de politieke gevolgen kunnen zijn. Althans, dergelijke afschrikwekkende speculaties heb ik nergens gelezen.
We kunnen te rade gaan in de geschiedenis. De historische zwarte donderdag markeert het begin van de grote crisis van de jaren dertig. Eerst sprongen bankiers en speculanten uit de hoogste etages van de wolkenkrabbers. Toen brak de grote werkloosheid aan. Zonder deze crisis had Hitler misschien niet de macht kunnen grijpen. Raadpleeg Anmerkungen zu Hitler, het meesterlijke essay van Sebastian Haffner. In Nederland kregen we de stempellokalen waar de werklozen hun steun gingen halen. Er is de historische foto van de werkloze met een bord op zijn schouders: ‘Ik zoek werk. Het maak niet uit wat.’
Dan komt president Roosevelt met de New Deal. Het Amerikaanse voorbeeld werkt inspirerend, maar het is al te laat. In Duitsland heeft het revanchisme diep wortel geschoten en de Tweede Wereldoorlog valt niet meer te vermijden. Tot zo ver de geschiedenis van de crisis en de depressie, negentig jaar geleden. Kunnen we er iets van leren? Ik denk het niet. De verschillen tussen de westerse samenleving van toen en de tegenwoordige zijn daarvoor te groot geworden. De gemiddelde burger van nu is een volstrekt ander type, niet meer ideologisch gemotiveerd, in grote trekken een individualistische consument, met een sluimerende verongelijktheid, en altijd bereid op eerste aanwijzing 'de politiek’ in het algemeen en de zittende bestuurders in het bijzonder te wantrouwen. Zolang de zaken redelijk tot goed gaan, zal deze nieuwe massa van kiezers geen ernstige problemen veroorzaken. Maar bij enige collectief voelbare tegenslag blijken ze in hoge mate vatbaar voor radicale remedies die in de simpelste bewoordingen worden samengevat. Wat we tegenwoordig populisme noemen.
Populisme in het algemeen dankt zijn succes aan één eigenschap: het verzint ook voor het ingewikkeldste probleem de eenvoudigste remedie en het weet feilloos degenen aan te wijzen wier schuld het is dat er nog niet tot actie is overgegaan. Amerika is vanouds rijk aan populisten - in recente tijden Joseph McCarthy, Ross Perot, Newt Gingrich, Sarah Palin - maar terwijl ze hun vervaarlijke successen bereikten, vonden ze in het Congres en de regering tenslotte altijd een nuchtere, samenhangende meerderheid tegenover zich. Misschien is in deze eeuw aan die periode langzamerhand een eind gekomen.
Wel leek met de verkiezing van Obama in het eerste jaar van zijn presidentschap aan de acht catastrofale jaren van George W. Bush een einde te zijn gekomen. Zijn komst leek een bevrijding, maar langzamerhand is gebleken dat we ons daarin hebben vergist. In een reeks van conflicten met de Republikeinen - over de gezondheidszorg, de belastingpolitiek, de verhoging van het schuldenplafond - heeft de president bakzeil moeten halen. Datzelfde geldt in mindere mate ook voor de gematigde Republikeinen. Het is in toenemende mate de Tea Party die de toon zet in de Amerikaanse politiek. Daarbij moeten we er rekening mee houden dat de komende verkiezingsstrijd waarschijnlijk feitelijk al is begonnen.
Overal in de nieuwe westerse maatschappij is het populisme in opmars. Laten we even aannemen dat deze kredietcrisis niet snel zal worden bedwongen maar zal uitgroeien tot een recessie. Daarbij zal het populisme naar alle waarschijnlijkheid een flink voordeel hebben. Het heeft de radicaalste kritiek, het draagt geen verantwoordelijkheid, het heeft dus bij voorbaat gelijk, de nieuwe kiezers worden voorlopig op hun wenken bediend. Maar wat daarna? Zullen straks, over een paar jaar, de populisten in Amerika en Europa de nieuwe machthebbers zijn? Zal dan blijken dat ze voor de economische en politieke problemen evenmin pasklare oplossingen hebben als hun voorgangers? En hoe zullen de nieuwe kiezers dan reageren? De dreigende recessie verbergt behalve economische misschien ook enorme politieke problemen die zich over een paar jaar zullen openbaren. Daardoor zullen we ons dan zeker weer laten verrassen.