De Duitse bezonnenheid is bewonderenswaardig

‘De radicaal-islamitische terreur heeft Duitsland bereikt’, concludeerde de Beierse minister van Justitie Winfried Bausback (CSU) maandag, nadat er aanwijzingen waren gevonden dat de verdachte van de bomaanslag in de Beierse stad Ansbach was geradicaliseerd.

Medium groene commentaar bezonnen 20copy

Vijftien mensen raakten zondagavond gewond toen een 27-jarige Syrische vluchteling zichzelf opblies voor de ingang van een festival in de stad bij Neurenberg. Het was het vierde geweldsincident in een week in Duitsland. Eveneens op zondag stak een Syrische vluchteling een vrouw dood in Reutlingen. Twee dagen daarvoor maakte een achttienjarige Duitser zonder religieus of politiek motief negen slachtoffers bij een schietpartij in München. Vorige week maandag vond het eerste incident plaats: die dag schrok het land op toen een zeventienjarige, (vermoedelijk) Afghaanse vluchteling in een trein bij Würzburg vijf inzittenden neerstak. In een filmpje zwoer hij trouw aan IS.

Angst en vertwijfeling zijn voelbaar in Duitsland, dat radicaal-islamitische terreur tot deze zomer buiten wist te houden. Toch reageren bondskanselier Angela Merkel en haar ministers vooralsnog uiterst kalm en weloverwogen op de gebeurtenissen. Ze spraken woorden van medeleven en vermeden oorlogstaal – een verademing vergeleken bij hun Franse collega’s, die vooral nog de taal van vergelding spreken. Ook met conclusies en gevolgtrekkingen zijn regering en autoriteiten vooralsnog uiterst voorzichtig. Minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière zei maandagmiddag op een persconferentie naar aanleiding van de aanslag in Ansbach dat een link met IS ‘niet is uitgesloten’. ‘Maar ook de labiliteit van de dader kan een rol spelen. Mogelijk gaat het om een combinatie van beide.’

Deze nuchtere houding is meer dan een poging van de regering-Merkel om de gemoederen te bedaren. Het besef dringt door dat het onderscheid tussen terreur en ‘amok’ zoals de schietpartij in München niet meer zo absoluut is als het ooit misschien was, toen aanslagen waren voorbehouden aan goed georganiseerde netwerken van militanten. Integendeel, de daders in Duitsland lijken afgezien van hun motieven juist veel met elkaar gemeen te hebben. De indruk is dat het steeds gaat om labiele individuen zonder sturing van bovenaf.

Die ontwikkeling is geenszins geruststellend. Ze bemoeilijkt het werk van -inlichtingendiensten en vergroot de potentiële dadergroep. Eenvoudige oplossingen die de maatschappij niet schaden, afgezien van aanscherping van wapenwetten en meer blauw op straat, zijn niet voorhanden. Merkels kabinetschef Peter Altmaier vatte het vrijdagavond nuchter samen: ‘Absolute veiligheid bestaat alleen in een staat waarin iedereen voortdurend wordt -geobserveerd.’

Opvallend is dat ook de media, zelfs sensatie-krant Bild, door de bank genomen erg kalm zijn in hun commentaren, een attitude waar het land een zekere trots uit haalt. De Berlijnse politicoloog Herfried Münkler pleitte in deze dagen van terreur zelfs voor een houding van ‘heroïsche gelatenheid’. Oftewel: verschrikkelijk, al die doden, maar nu ga ik een boek lezen.

Toch doet dat stoïcisme af en toe ook krampachtig aan, zeker als het gaat om de olifant in de kamer: de vluchtelingencrisis. De ongemakkelijke waarheid is dat drie van de vier geweldplegers van afgelopen week vluchtelingen waren en dat veel Duitsers zich volgens enquêtes ernstige zorgen maken over de aanwezigheid van meer dan een miljoen asielzoekers. De kritiek op Merkels welkomstpolitiek zwelt weer aan, ook in eigen gelederen, en de aanslag in Ansbach versterkt het beeld dat de autoriteiten onvoldoende zicht hebben op de aanwezige vluchtelingen.

De Maizière benadrukte maandag dat de daders van Ansbach en Reutlingen al twee jaar in Duitsland waren. Ze waren er dus al voor Merkels ‘Wir schaffen das’ en kwamen niet met de grote stroom vluchtelingen die de kanselier op zoveel kritiek kwam te staan. Die verdediging is omzichtig en een zwaktebod, waarmee de bevolking zich niet laat afschepen. Merkel zal met iets beters moeten komen.