De Duitse ervaring: geef een terrorist geen showruimte

Berlijn - De parallellen zijn opmerkelijk. Anders Breivik en Andreas Baader hebben meer gemeen dan hun initialen. Overeenkomsten en verschillen tussen de Noorse terrorist en de terrorist van de Rote Armee Fraktion speelden van meet af een rol in de Duitse commentaren op de aanslagen in Oslo en op Utøya.

Het blijkt een even verhelderende als verduisterende vergelijking. Het begint met uiterlijkheden. Beiden zijn redelijk goed uitziende, niet onintelligente jongemannen uit gebroken middenklassegezinnen. Beiden hebben een extreme ideologie aangenomen die als een veel te ruime jas om hen heen slobbert. Beiden vinden het legitiem om in naam van die ideologie te moorden. Beiden kicken op vuurwapens. En beiden spreiden een enorme gevoelsarmoede tegenover hun slachtoffers tentoon.

Het verbaast de Duitsers dan ook niet dat Breivik schreef dat hij zich bij de film Baader Meinhof Complex kostelijk heeft vermaakt, al noemde hij Baader wel een ‘marxist scumbag’. Waar de Duitsers het meest mee worstelen is de relatie van beide AB’s met hun Umfeld. Baader en zijn raf hadden een fanclub, een netwerk van sympathisanten dat hen niet alleen ideologisch maar ook logistiek ondersteunde. Breivik heeft ook ideologische sympathisanten, al roepen die om het hardst dat ze dat niet zijn. Maar hij heeft geen netwerk, geen hulptroepen. Toch is dat precies waar de Duitsers bang voor zijn. Breiviks ideologie heeft de laatste tijd dankzij islamcriticus Thilo Sarrazin veel aanhang verworven. Dat kennen de Duitsers uit de jaren zeventig, toen linkse schrijvers en wetenschappers zeiden 'klammheimliche Freude’ bij de raf-acties te ondervinden en Nobelprijswinnaar Heinrich Böll geld inzamelde voor de tandprothese van het gedetineerde raf-lid Gudrun Ensslin.

Wat Duitse commentatoren vrezen is dat geweld net zozeer een onderdeel wordt van een anti-islambeweging als het dat in de jaren zeventig was van de antikapitalistische beweging. Wie de Groenen-leider Cem Özdemir vermoordt, zou op dezelfde 'klammheimliche Freude’ in nieuw-rechtse kringen kunnen rekenen als de moordenaar van werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer destijds in linkse kringen. Dat zijn de angsten die opkomen bij Duitsers als de historicus Götz Aly. In zijn column in de Berliner Zeitung trekt hij een parallel tussen Hitler 1924, Baader 1972 en Breivik 2011. Geef Breivik alsjeblieft niet hetzelfde podium in de rechtszaal als Hitler en Baader kregen om hun moorddadige ideeën mediageniek te vertolken, bepleiten Aly en anderen.