De Duitse rechtsstaat is de Turkse niet

Berlijn – Hortend en stotend is in München het proces van start gegaan tegen de rechts-extremistische terroristen van de National­sozialistischer Untergrund (nsu). Het begon met drie weken uitstel vanwege hommeles over de verdeling van de schaarse persplaatsen. Turkse media klaagden dat ze geen eerlijke kans op accreditatie hadden gekregen. Duitslands hoogste rechter gaf hun gelijk.

Maandag 6 mei was dan eindelijk de eerste zitting. Een taaie, waarin verdedigers en rechters verwikkeld raakten in schermutselingen over bijzaken. Dat ontlokte veel kritiek, met name uit Turkse hoek. Opmerkelijke kritiek, die duidelijk maakte dat de Turkse waarnemers vooral één ding willen: een politiek proces.

De heftige betrokkenheid van Turkije is gerechtvaardigd: acht van de tien slachtoffers van de terroristen waren immers van Turkse afkomst. Maar de verwachtingen van de Turkse afgevaardigden stroken niet met de aard van het proces. In hun ogen staan niet zozeer de vijf verdachten terecht als wel de Duitse staat en haar veiligheidsorganen.

Dat blijkt uit uitlatingen van de Turkse vice-premier Bekir Bozdag en van vertegenwoordigers van de mensenrechtencommissie van het Turkse parlement. Zij willen dat het nsu-proces de verstrikking van de Duitse inlichtingendiensten met het rechts-extreme milieu aan het licht brengt.

Maar de enige taak van de rechtbank is om na te gaan of de aanklacht tegen de vijf verdachten stand houdt in het licht van het bewijs­materiaal. Het falen van de geheime diensten en de politie is onderwerp van de verschillende parlementaire onderzoekscommissies, die nu al ruim een jaar actief zijn en het ene schandaal na het andere aan het licht hebben gebracht.

De Turkse media reageerden teleurgesteld na de eerste zitting. Ze ergerden zich niet alleen aan het juridische gehakketak, maar ook aan het arrogante optreden van hoofdverdachte Beate Zschäpe, die eruitzag alsof ze naar een directievergadering kwam. ‘Tja’, commentarieerde weekblad Die Zeit, ‘had ze soms met een hakenkruis op haar voorhoofd moeten verschijnen?’

Op één punt moet men de Turkse critici misschien gelijk geven. Wat doet in ’s hemelsnaam dat kruisbeeld in de rechtszaal? Een Turkse krant vond zelfs dat het christelijke symbool ‘bedreigend’ overkomt op de islamitische nabestaanden die het proces bijwonen. Maar de Vrijstaat Beieren hecht erg aan de crucifix in openbare gebouwen.

De oplossing is simpel. Een brief naar het Constitutionele Hof volstaat. Dat oordeelde al eerder dat kruisbeelden in Beierse rechtszalen, net als in Beierse scholen en andere overheidsgebouwen, niet thuishoren.