Kroatië, nieuw EU-lid

‘De echte grens zit in ons hoofd’

Als Kroatië per 1 juli lid wordt van de EU schuift de Europese buitengrens veertienhonderd kilometer naar het oosten. Daarmee komt Europa midden in de spanningen op de Balkan te liggen. Irene van der Linde reisde langs de nieuwe grens.

Medium 1.nicole 20segers kroatie 20grens 2026062013 web

Buiten op de kade van Dalj aan de Donau haalt Goran, een man van in de vijftig met een wilde haardos, een gelig geschubde karper uit een plastic tas. Hij legt hem op de zitting van een oude keukenstoel, hakt de kop eraf, snijdt de buik open en trekt met zijn handen de ingewanden eruit. Zijn maat naast hem snijdt de vis in moten en gooit ze in een grote, zwart geblakerde pan. ‘De oorlog?’ bromt Goran, terwijl hij half opkijkt. ‘Dat hebben we hier opgelost.’ De vis glibbert tussen zijn grote handen. Hij is Servisch, zijn maat is Kroatisch. De mannen groeiden samen op, zwommen in de rivier, die nu de grens vormt met Servië, en hebben familie aan de andere kant wonen. ‘Wij zijn gewone mensen, we doen niet aan politiek. We houden van de Donau’, vervolgt Goran. ‘En van Dalj.’

‘Dit is de Balkan’, vult zijn Kroatische vriend Boris, klein stoppelbaardje en helderblauwe ogen, aan. ‘We leven met te veel naties hier.’ De laatste vissenkop rolt over de kade. Hij praat steeds zachter. ‘Waarom hebben we de laatste honderd jaar zoveel oorlog gehad? De Turken, de Oostenrijkers, de Hongaren, het socialisme, nu het kapitalisme; allemaal willen ze de Balkan hebben. We zijn mixed up. Soms is het rustig, soms gaan we vechten.’ Steeds meer mannen zijn ondertussen naar de kade gekomen. Goran en Boris gooien de laatste stukken karper in de pot, gieten er flink wat water bij, fijngehakte uien, kruiden en – dat is het geheim – zelfgemaakte paprikapoeder. De pot hangen ze aan een haak boven het houtvuur. ‘Een half uur koken, dan gaan we eten.’

De sportvissersassociatie S.R.D. Smud van het dorpje Dalj heeft al twee keer een prijs gewonnen voor de beste vissoep van de Donau. Van hier tot aan Roemenië doen alle dorpen mee. Goran loopt het clubhuis binnen en komt terug met een gekreukte foto waarop vijftien mannen pronken met de bokaal van 2012. Binnen in de club staat een lange tafel gedekt. ‘De EU zal helpen’, zegt Boris als de borden zijn opgeschept. ‘Tijdens de Habsburgse monarchie bracht het Westen ons al veel goeds: het kadaster, wegen…’ Ze hopen dat Servië ook snel bij Europa zal komen, zodat de grens weer zal verdwijnen. De Europese Unie zal de verandering brengen, daarvan is hij overtuigd. ‘Jonge mensen gaan misschien nu naar het buitenland, maar ze zullen terugkomen, dan denken ze westers, dan zullen ze vrede brengen.’

Medium 02 nicole segers kroatie dalj visclub
Medium 03 nicole segers kroatie bosniegrens midden dvor 1

De nieuwe buitengrens van de Europese Unie loopt dwars door voormalig Joegoslavië. De grens scheidt Servië, Bosnië-Herzegovina en Montenegro definitief van Kroatië. Hiermee komt Europa midden in de spanningen op de Balkan te liggen. Het is een grens waarvoor hard gevochten is, met hart en ziel zoals een oud-strijder vertelt, maar die een gebied heeft achtergelaten waar veel vernietigd is, waar de gevolgen van de oorlog nog overal zichtbaar zijn. ‘We moeten verder’, zeggen veel jongeren. Maar de vraag is: hoe?

‘Joegoslavië’, mompelt Ivana Maric, terwijl ze omhoog tuurt naar de immense witte zuil met daaraan een donker koperen beeld van mannen met wapperende jassen en geweren in de handen die onverschrokken uitkijken over de Donau en aan de overkant Servië. We staan boven op de berg in Batina, het meest noordoostelijke dorpje van Kroatië, iets boven Dalj. De zon weerkaatst op het water van de grensrivier, het dorpje zelf ligt diep onder ons. Er is verder niemand bij dit Joegoslavische monument ‘ter herinnering aan ‘de strijd van het heroïsche rode leger tegen de fascistische agressor’. De voormalige Joegoslavische leider Josip Tito vergeleek de grenzen tussen de republieken met lijnen in een marmeren zuil, die lijnen maakten het marmer sterk. Maar voor jongeren ligt de tijd van eenheid in een diep verleden. ‘Joegoslavië’, herhaalt de 28-jarige Ivana, die uit deze grensregio komt, alsof ze de betekenis ervan probeert te proeven. ‘Dat voelt zo onvoorstelbaar.’

Ivana is net afgestudeerd in Engels en Duits aan de universiteit van Osijek en heeft heel andere problemen. ‘Twintig jaar na de oorlog is er nog geen democratie’, verzucht ze later op een terrasje. Ze woont weer bij haar ouders in Županja, een plaats iets verderop aan de grens met Bosnië-Herzegovina, en is al maanden op zoek naar werk. ‘We moeten leren hoe we ons eigen land moeten besturen.’ Ivana is verlegen, een beetje lethargisch zelfs, maar als het hierover gaat klinkt er boosheid in haar stem. Kroatië in een notendop: ‘De meeste politici zijn corrupt, ze denken alleen aan zichzelf en hebben het land tijdens de oorlog leeggeroofd.’ Ze neemt een slok ijskoffie en gaat verder. ‘Er zijn geen onafhankelijke media, de werkloosheid is groot, de economie stagneert.’ Ivana richt haar aandacht nu op Europa, wellicht kan ze naar Brussel als vertaler. Maar veel hoop koestert ze niet, net zo min als veel van haar leeftijdgenoten. Als haar koffie op is, loopt ze verslagen de hoek om, terug naar huis.

Joegoslavië viel in 1992 uiteen. De grenzen in dit gebied zijn dus jong. Sinds 1918, toen het koninkrijk Joegoslavië werd opgericht – de eerste vereniging van Zuid-Slaven zoals toen werd gezegd – heeft er geen serieuze grens tussen de republieken bestaan. Met uitzondering van de Tweede Wereldoorlog. Pas na de burgeroorlog in de jaren negentig werden de oude republiekgrenzen staatsgrenzen. De grens is zelfs zo jong dat Kroatië met geen enkel buurland nog een officieel grenscontract heeft getekend vanwege onopgeloste grensdisputen. Nu wordt dat ook de Europese grens.

‘De plattegrond van Kroatië ziet eruit als een vogel’, begint Dragan Babovic, afdelingshoofd ‘buurlanden’ op het hoofdkantoor van de grenspolitie in Zagreb. Het land telt slechts 4,5 miljoen inwoners, maar heeft een ellenlange grens; Kroatië omarmt Bosnië-Herzegovina in feite met twee vleugels. In het noorden grenst het land 317 kilometer aan Servië, dan volgt de 1001 kilometer lange grens met Bosnië-Herzegovina, en in het zuiden loopt het land langs de kust door tot aan de 55-kilometergrens met Montenegro. In totaal beslaat deze oostgrens 1373 kilometer. ‘Langer dan die tussen Finland en Rusland’, pocht Babovic die in vol ornaat aan de kop van de lange vergadertafel zit. En schier onbewaakbaar.

In aanloop naar het EU-lidmaatschap heeft Kroatië flink geïnvesteerd in de grensbewaking. Brussel steunt de granicna policija met auto’s, terreinwagens en apparatuur zoals nachtkijkers en CO2-detectoren. Er zijn 490 extra grensbewakers aangenomen, wat het totaal op 6300 brengt. Pas als het land definitief lid is van de EU kan het aanspraak maken op de speciale fondsen van Frontex – waaronder 120 miljoen euro om de grens klaar te maken voor Schengen, waar Kroatië over zo’n twee jaar deel van zal uitmaken. ‘Dan gaan er heel veel deuren open’, besluit Dragan Babovic. ‘We bewaken de grens voor onszelf, maar ook voor Europa.’

Medium 04 nicole segers kroatie dvor
Medium 05 nicole segers kroatie dvor

En Europa bewaken, dat hebben de Kroaten eeuwen gedaan, zo benadrukken ze graag. ‘Kroatië is altijd het laatste katholieke land in het zuidoosten geweest’, verklaart historicus Tvrtko Jakovina, hoogleraar aan de Universiteit van Zagreb, tijdens een diner in de hoofdstad. In het begin van de achttiende eeuw veroverden de Habsburgers een groot deel van het huidige Kroatië op de Turken – Dalmatië in het zuiden was toen nog in handen van de Venetianen. Sindsdien scheidt deze grens het Habsburgse en het Ottomaanse Rijk, West en Oost. Maar door alle grensbewegingen wonen Kroaten, Serviërs en moslims juist in dit gebied al heel lang samen. ‘Helaas leven we nu in een etnodemocratie’, verzucht de historicus, ‘en moet je kiezen wat je bent.’ De verhoudingen tussen de etnische groepen liggen nog steeds gevoelig. Daarom, beklemtoont hij, is de geografische grens zelf eigenlijk niet zo belangrijk. ‘De grens zit in onze hoofden, de grens is symbolisch.’

In Zagreb roepen mensen vaak dat Kroatië niet bij de Balkan hoort, dat zij van oudsher deel zijn van het Westen en nu eindelijk ‘terugkeren naar Europa’. Maar hier, in Oost-Slavonië, aan de grens met Servië, weten ze wel beter. ‘Natuurlijk horen we bij de Balkan’, reageert de 28-jarige Dubravka Mazar droog. ‘Zij die zeggen dat we dat niet doen, zijn in denial.’ We zitten in het huis van haar ouders in Vukovar waar Dubravka opgroeide tot haar zesde. Toen de oorlog uitbrak vluchtte haar moeder met haar, haar tweelingbroer en haar twee maanden oude zusje naar Zagreb. Haar vader bleef, hij wilde de stad verdedigen. Niets namen ze mee. ‘Mijn ouders dachten dat we zo terug zouden komen.’ Er springen tranen in haar ogen. Nog steeds vindt ze het niet makkelijk om erover te praten. Wat ze hier heeft meegemaakt zal ze nooit vergeten. ‘Het suizende geluid van granaten… iedereen was bang.’

Vukovar is het trauma van Kroatië. Vroeger werd de stad ook wel de Parel aan de Donau genoemd; welvarend, met huizen in kleurrijke, Hongaarse stijl. Maar toen Kroatië zich in 1991 onafhankelijk verklaarde, vielen Serviërs met het Joegoslavische leger dit gebied binnen. Ze richtten een bloedbad aan en verwoestten de stad. De slag om Vukovar en de bezetting die erop volgde kostten tussen de drie- en vijfduizend burgers het leven. Er worden nog altijd ruim vierhonderd mensen vermist. Het centrum van de stad ziet er ook nu nog gehavend uit. Tussen een paar nieuw opgetrokken panden en gerenoveerde gevels staan gebouwen vol gaten van granaatinslagen, deels ingestort, verbrand of verwaarloosd. Vukovar wordt nu ook wel Heldenstad genoemd – en de ruïnes staan er om te laten zien wat de Kroaten is aangedaan. ‘Hier zijn mensen trots op hun oorlogsveteranen’, zegt Dubravka. ‘Meer dan in Zagreb.’

Medium 06 nicole segers kroatie knin
Medium 07 nicole segers kroatie krajina

Het huis van Dubravka ligt aan de Trpinsjka Cesta. Hier was het front. Het Servische leger trok door deze straat met honderden tanks de stad binnen. Dubravka’s grootvader werd in november 1991 voor de deur doodgeschoten – pas in 1999 werd zijn lichaam gevonden en hebben ze hem begraven. Tijdens de bezetting van de stad nam een Servische familie hun woning in bezit. Toen Dubravka’s ouders na de bevrijding in 1995 terugkwamen, was het huis leeggeroofd. Ze besloten in Zagreb te blijven, vanwege de spanningen die nog niet waren verdwenen, de Servische buren die er nog altijd woonden. Net als talloze andere huizen in de straat is ook dit huis – waar de Kroatische vlag altijd buiten hangt – nooit afgebouwd. In de woonkamer hangt een poster van het verwoeste Vukovar naast een ingelijste foto van haar grootvader. Er dringt slechts een streepje zonlicht door de dichte luiken.

In Vukovar speelt zich een loopgravenoorlog in vredestijd af. Toen in 1995 het vredesverdrag werd getekend, kwam het gebied na vier jaar Servische bezetting weer onder Kroatisch bestuur. Voorwaarde was dat minderheden gelijke rechten zouden krijgen. Sindsdien is alles gesegregeerd: er zijn aparte Servische en Kroatische scholen, sportverenigingen, cafés, winkels. Een maand geleden nog kreeg de Organisatie voor de Verdedigers van Kroatië tienduizenden demonstranten op de been tegen de invoering van het cyrillische schrift op straatnaamborden en officiële documenten. ‘De stad is verdeeld’, zegt Nikola, de barjongen – zelf half Servisch, half Kroatisch – van het café op het plein aan de Donau. ‘In plaats van zich bezig te houden met de economie en de werkloosheid zetten politici mensen tegen elkaar op om zo meer stemmen te krijgen.’ Hij is 31 jaar en was negen toen de oorlog uitbrak. Hij pakt een flesje Vukovarsko-bier uit de koelkast. ‘Het is belangrijker dat we volgende maand de huur kunnen betalen.’

De snelweg tussen Zagreb en Belgrado is ongemakkelijk leeg, de oude motels zijn dichtgetimmerd. Bij de grensovergang Bajakovo, die daar pas sinds 1996 staat, passeert vooral transitverkeer. Het contact tussen Kroatië en Servië is nog steeds gering. De verhouding met de Bosniërs is heel anders. Langs de duizend kilometer lange grens met Bosnië-Herzegovina – die ‘als een naald in Kroatië steekt’ – staan de Habsburgse burchten en kastelen als teken van de eeuwenoude strijd tegen het Ottomaanse Rijk. Hier werden de oprukkende Turken gestopt, zo zeggen de Kroaten trots. De Habsburgers installeerden in de achttiende eeuw permanent bewaakte ‘militaire grenszones’ die direct onder Weens bestuur vielen. Kroatische, Servische en Duitse kolonisten die zich hier als boeren vestigden, moesten in ruil voor land dienen in militaire eenheden. De bewoners aan de rivier de Sava vertellen nu nog over hoe de Turken hun meisjes stalen, hoe de grensmannen – de granicari – vanuit wachttorens de vijand aan de overkant van de rivier in de gaten hielden. Met ruiters en paarden spelen ze de gevechten tegen de Ottomanen jaarlijks na.

Medium 08 nicole segers kroatie maljevac
Medium 09 nicole segers kroatie cetingrad

Als de Sava verder richting Zagreb loopt, volgen wij de grens naar het zuidwesten. Hier ligt, bijna verstopt langs de weg, het voormalige concentratiekamp Jasenovac. Een klein museum herinnert aan dit grootste niet-Duitse vernietigingskamp in de Tweede Wereldoorlog. Op het uitgestrekte veld staat een betonnen monument in de vorm van een open bloem. Het is een geschiedenis die de Kroaten liever niet onder ogen zien. Nadat in 1941 het fascistische Ustaša-regime Kroatië onafhankelijk had verklaard, werden etnische zuiveringen doorgevoerd. Hier in Jasenovac vermoordden de Kroatische fascisten tot het einde van de oorlog in 1945 op gruwelijke wijze met name Serviërs, joden en zigeuners. Over het aantal slachtoffers wordt nog steeds gediscussieerd. In de tijd van Tito’s Joegoslavië werd het aantal op zevenhonderdduizend geschat, na 1991 hield het nieuwe Kroatische regime het op dertig- tot veertigduizend. Het museum nu noemt het aantal van tachtigduizend slachtoffers.

‘Voor de oorlog kwamen hier bussen vol mensen’, vertelt Marijana die met haar gezin naast het voormalige kamp woont. ‘Nu komt er nauwelijks meer iemand.’ Ze nodigt ons uit voor een glaasje siroop aan de tafel in de voortuin. Haar man Daniel komt net terug met drie schapen die hij bij de oude spoorlijn heeft laten grazen. Voor de oorlog in de jaren negentig was hun huis van Serviërs, tijdens de oorlog zaten de VN erin. ‘Jordaans’, glimt Daniel en wijst naar de Jordaanse opschriften op het oude wachthokje bij de oprit. ‘En nu wij’, lacht de man en ontbloot daarbij drie tanden. Hij en zijn vrouw zijn Kroatisch. In Jasenovac wonen nu vrijwel geen Serviërs meer. ‘De Serviërs zijn naar de andere kant’, wuift de man. ‘Naar Prijedor in Bosnië, Republika Srpska. Dat wilden ze toch? Servisch land.’ Ze lachen, leedvermaak. ‘En nu vallen ze ook buiten Europa’, grinnikt Marijana. Hun zeventienjarige zoon Luka – met een zwart T-shirt met de tekst Zapamtile Vukovar, ‘herinner Vukovar’ – studeert bouwtechniek. Hij wil vooral weg, het liefst werken in Duitsland.

Toen Kroatië zich in 1991 wederom onafhankelijk verklaarde, voedde dit de angst van veel Kroatische Serviërs dat de fascistische Ustašas terugkwamen. De toenmalige nationalistische president Franjo Tudjman gaf daar door zijn anti-Servische maatregelen ook aanleiding toe. Zo verbood hij het gebruik van het cyrillische schrift en al eerder had hij verklaard dat het aantal door de Kroatische fascisten vermoorde Serviërs en joden lang niet zo hoog lag als werd beweerd. De Servische president Slobodan Milosevic en andere Servische leiders speelden hier graag op in. Zij jutten de Kroatische Serviërs op en riepen dat ze hen te hulp zouden komen. De perceptie over de vraag wie begon en wie schuldig is aan de oorlog tussen Kroatië en Servië is dan ook radicaal verschillend. ‘We hebben geleerd het onderwerp te vermijden’, zei historicus Tvrtko Jakovina in Zagreb hierover. ‘Net als de Tweede Wereldoorlog.’

Het lieflijke groene heuvellandschap van Slavonië maakt in de Krajina – wat in het Kroatisch ‘einde’ betekent – plaats voor wasteland, zoals ze dit gebied in Zagreb noemen. Een kale woestenij. Hier zijn de gevolgen van de oorlog nog schrikbarend zichtbaar. We rijden over lege wegen, door half verlaten dorpen, langs verwaarloosd boerenland. Dit gebied is net als Vukovar en omgeving vier jaar door de Serviërs bezet geweest. Na de zogenoemde Operatie Storm in 1995 zijn de meeste Serviërs verdreven of gevlucht. Zij hebben een enorme leegte achtergelaten in dit voormalige militaire grensgebied. Nu hier de harde EU-grens gaat lopen, zal het gebied nog meer afgesloten raken. Handel met de buurlanden, al decennia de natuurlijke afzetmarkt, wordt moeilijker vanwege Europese in- en uitvoerwetten. Bosniërs zullen bovendien een paspoort nodig hebben om Kroatië in en uit te gaan. Alleen voor grensbewoners is een uitzondering gemaakt: zij krijgen een speciale pas waarmee ze tot vijf kilometer in het andere land mogen zijn.

Medium 10 nicole segers kroatie metkovic
Medium 11 nicole segers kroatie vitaljina

Dvor, een dorp pal aan de grens met Bosnië-Herzegovina, lijkt wel het absolute einde, het afvalputje van de Krajina. Hier zijn bijna alle huizen beschadigd, het busstation is leeg, een paar grauwe flats kijken uit op een overwoekerd fabrieksterrein. ‘Er werkten voor de oorlog tweeduizend mensen’, begint burgemeester Nikola Arbutina, die als lid van de Servisch Democratische Partij druk bezig is met zijn herverkiezing. We spreken hem in het gemeentehuis, zijn secretaresse serveert Turkse koffie. Hout, transport, constructie, textiel, staal; er was zoveel werk dat mensen uit de hele regio hierheen kwamen. ‘De oorlog heeft de dynamiek van de regio kapot gemaakt’, verklaart hij. Voor de oorlog woonden hier zo’n 14.500 mensen – met name Serviërs –, nu nog 5500, van wie veertig procent ouder is dan 65 jaar en van wie er bijna negenhonderd werkloos zijn. ‘Alleen de ouderen en werklozen zijn na de oorlog teruggekomen’, zucht Arbutina. Hij hoopt op de EU. ‘Dan zal Dvor voor bedrijven de poort naar Bosnië worden. Er is een lokaal gezegde: ren weg van de plaats waar de bus omkeert. De laatste bushalte, dat moeten we hier niet worden.’

‘Ga naar de overkant, you will be shocked’, zegt de jonge grensbewaker Damir Butina, plaatsvervangend chef ‘groene grens’ in het grenskantoor Maljevac. Maljevac is een piepklein dorp met tweeduizend inwoners. Aan de andere kant van de grens ligt de Bosnische stad Velika Kladusa waar zo’n veertigduizend mensen wonen. Het is langs deze hele grens hetzelfde: terwijl aan Kroatische zijde niets is, liggen net aan de andere kant dynamische steden. De grensbewakers gaan in Kladusa vaak even cevapci eten, gegrilde gehaktballen, een soort kebab. ‘Natuurlijk zijn die beter dan bij ons, dat is Turks!’ Sommige kinderen gaan aan de andere kant van de grens naar school: Kroatische kinderen uit Bosnië en moslimkinderen uit Kroatië. ‘Het zijn grenskinderen’, verklaart Dejan Dudukovic, plaatsvervangend chef grensovergang in Maljevac en een oudere collega van Damir. ‘Zij zijn er niet schuldig aan dat hier een grens ligt.’

Damir en Dejan nemen ons mee in hun Landrover en wijzen: ‘Daar voorbij dat beekje, daar ligt Bosnië’, of: ‘Daar, voorbij die heuvel’, of: ‘Halverwege die brug.’ Het landschap zelf verraadt niets van grenzen, het weiland loopt gewoon door, de huizen zien er aan weerszijden hetzelfde uit, er staan geen grenspalen, geen hekken, geen camera’s, er is geen strook omgewoelde aarde. ‘Dit gedeelte van de grens is goed voor alle soorten smokkel’, beaamt Dejan: drugs, sigaretten, gestolen auto’s, valse documenten, mensen. Hij glimlacht: ‘Maar wij weten de routes.’

De inwoners kennen elkaar van over de grens, ze zijn familie, het terrein is heuvelachtig en slechts een smalle rivier scheidt beide landen. Laatst ontdekte de grenspolitie zelfs marihuana dat verbouwd werd in een mijnenveld – er liggen in dit hele grensgebied nog veel mijnen uit de oorlog. ‘Het is een grote verantwoordelijkheid om deze grens te bewaken’, benadrukt Damir. ‘Of Kroatië wel of niet over twee jaar bij Schengen komt, hangt af van ons.’ Hij lacht: ‘De grens heeft toekomst.’

Donkergrijze wolken hangen boven de enorme bergen die hier bij Knin de natuurlijke grens vormen met Bosnië-Herzegovina. Hoog boven de stad verrijst het imposante achttiende-eeuwse fort. Knin is een sombere, militaire stad. Het is dat ook altijd geweest. In de laatste oorlog was het het hart van het nationalistische Servische bolwerk en werd het de hoofdstad van de in 1991 uitgeroepen en niet-erkende Republiek Servische Krajina. ‘Hier is de oorlog begonnen en geëindigd’, zeggen ze in de stad. Knin ligt op een kruispunt. ‘Wie Knin heeft, heeft de sleutel tot Dalmatië’, zegt de 25-jarige Katarina van het toeristenbureau. Ze is een van de vele jongeren in de stad. Talloze Kroaten uit Bosnië – uit Sarajevo, Banja Luka – zijn na de oorlog hier komen wonen. Knin hoopt, nu ook hier veel fabrieken zijn gesloten, dat de toeristen die naar de Kroatische kust komen ook eens dit achterland intrekken. Daarom is in 2003 een toeristenbureau geopend. ‘Maar de mensen moeten nog ontdekken hoe mooi Knin is’, schuttert Katarina in gebroken Engels.

Als we de bergen over reizen schittert de groenblauwe Adriatische Zee beneden langs de rotsen. De kale hoogvlaktes maken plaats voor palmbomen en cactussen. Plotseling staan we op de kustweg voor een grenswachtkantoor van Bosnië-Herzegovina. Het kantoor is brandnieuw, de rotsen in de bocht zijn onlangs dieper uitgehakt, zo laat de nog niet begroeide wond in de berg zien. We gaan Kroatië uit, Bosnië in en dan Kroatië weer in, op een andere manier kunnen we niet bij Dubrovnik en het laatste staartje van Kroatië komen. Het is afgesneden van de rest van het land door hemelsbreed negen kilometer Bosnisch grondgebied. Een groot pijnpunt voor de Kroaten. Het is een erfenis uit 1699 toen Dubrovnik nog een onafhankelijke republiek was en dit stukje kust aan het Ottomaanse Rijk gaf als buffer tegen de Venetianen, die de grootste bedreiging voor Dubrovnik vormden. De Kroatische regering wil nu een brug bouwen via het schiereiland Pelješac. Kostbaar, en de Bosnische regering is niet enthousiast. De onderhandelingen lopen nog, maar de Kroatische regering heeft haar hoop op Brussel gericht; het kan toch niet zo zijn dat de buitengrens van de EU dwars door Kroatië loopt?

‘We hebben drie trauma’s in Dubrovnik’, grapt Srdjana Svijetic, president van het kunst- en cultuurcentrum Lazareti. Srdjana, die direct opvalt door haar bril met enorm zwart montuur en haar scheef geknipte blonde haar, leunt tegen een muur op het terras van haar stamcafé in een van de steegjes van Dubrovnik. De stad is na de donkerte van het hele grensgebied een enclave van drukte, lichtheid en rijkdom. De middeleeuwse stadsmuren zijn gemaakt van witte stenen, de straten van glimmend wit marmer. In de steegjes die met elkaar verbonden zijn door een wirwar van oude trappen wapperen witte lakens en handdoeken van de verhuurde appartementen. Dagelijks stroomt de stad vol met tienduizenden toeristen uit de hele wereld, deels afkomstig van de enorme cruiseschepen die hier aanleggen. Aan het toerisme wordt zoveel geld verdiend dat de grenswacht mensen aantrekt uit het noordelijke Slavonië, omdat jongeren uit de stad het salaris te laag vinden.

‘De aardbeving uit 1667, toen een groot deel van de stad ten onder ging, was het eerste trauma’, zegt Srdjana. ‘Daarna kwam de inval van de Franse troepen in 1806 waarmee we onze onafhankelijkheid verloren.’ Ze neemt een slok bier. ‘En toen die onafgebroken aanval op 6 december 1991.’ Ze pauzeert. Die dag zijn er zeshonderd projectielen op de historische stad afgevuurd, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, geen dak zat meer op de huizen, de stad brandde. ‘Het was afschuwelijk.’ Montenegrijnen en Serviërs trokken met het Joegoslavische leger binnen vanuit Montenegro en Bosnië-Herzegovina, belegerden de stad vanaf de berg eromheen en vanaf oorlogsschepen langs de kust. De inwoners zaten maanden zonder water, elektriciteit en eten, anderen waren naar hotels gevlucht. Maar in tegenstelling tot Vukovar hield Dubrovnik stand en is de stad nooit bezet geweest. Er is in Dubrovnik ook nauwelijks meer iets te zien van de oorlog. Nadat in 1992 de vijandige troepen waren verdreven, zijn de inwoners begonnen met het herstellen van de schade. De Kroatische regering stelde geld beschikbaar. ‘Het was ook een mooie tijd’, erkent Srdjana, die toen een jaar of zeventien was. ‘Je leefde van dag tot dag. We waren allemaal samen.’

Medium 12 nicole segers kroatie vitaljina

Er schuiven steeds meer vrienden aan in het smalle steegje. ’s Avonds, als de toeristen weg zijn, is deze pub een toevluchtsoord voor de locals. ‘We gaan nu aan het toerisme ten onder’, verzucht Srdjana. ‘We worden een spookstad.’ Ze bestelt meer bier. Behalve dat Dubrovnik dagelijks door hordes buitenlanders in korte broeken wordt overspoeld, wil een projectontwikkelaar boven op de berg een golfbaan met villapark aanleggen. Voor de oorlog kwamen de toeristen voor een week, nu zijn het er veel meer en vooral dagjesmensen. Srdjana vecht met haar vrienden uit Lazareti tegen deze overmatige groei. ‘Een agressieve minderheid noemde de burgemeester ons laatst.’ Srdjana lacht en stelt voor een van de cruiseschepen te kapen. ‘Dan varen alle inwoners van Dubrovnik weg.’

Aan de grens met Montenegro, waar de donkere bergen steil omhoog rijzen, loopt de grootste smokkelroute vanuit Griekenland. Vooral Albanezen proberen hier illegaal over te komen. ‘Alles vanuit dat deel van de wereld’, verklaart grensbewaker Pero Matic van de grensovergang Karasovici. Plotseling stort uit de grijze wolken een deken van regen naar beneden. Pero draait zijn Skoda het schiereiland Prevlaka op, het laatste puntje van Kroatië dat in de Joegoslavische tijd een militaire basis was. Helemaal aan het einde staat op een rots een Habsburgse burcht. De grensbewaker stapt met zijn lange benen over de omheining. Een Kroatische vlag wappert op het terras. Pero kijkt over zee en spreidt zijn armen. ‘Dit is het einde van Kroatië’, roept hij in de regen. Bang voor Montenegro zijn ze niet meer. ‘We werken hier alsof we al een Europese grens zijn’, stelt hij met bravoure. ‘Er komt niemand in.’