Hoofdcommentaar

De echte nederlaag van links

De referendumkaart van Frankrijk is helder. Behalve in Parijs, Lyon, Straatsburg, Bretagne en in en rond Genève hebben de kiezers overal «nee» gestemd, van het ultrarechtse zuiden via het boerse midden tot het oud-socialistische noorden. Een stem tegen de grondwet is net zo legitiem en oorbaar als een stem ervoor. Maar dit monsterverbond weerspiegelt wel het nieuwe Europa waar over na de val van de Muur in 1989 juist niet werd gedroomd.

Wat er deze week ook gebeurt in Nederland – dit nummer ligt op de drukpers wanneer de stembussen nog moeten opengaan –, net als in Frankrijk hangt hier niet alleen de heersende macht maar vooral ook de zittende oppositie in de touwen. Sterker, de regering heeft na het Franse nee van zondag zelfs een onsje minder te duchten dan PvdA, GroenLinks en ook de SP.

Premier Jan Peter Balkenende hoeft niet meer bang te zijn te worden weggezet als «een gek» wanneer hij na 1 juni in Brussel de veelkleurige en vaak onverenigbare argumenten van het afwijzingsfront moet zien te verwoorden. Als kleine regeringsleider van een van de founding fathers der EU is hij op voorhand overtroffen door de grote president Jacques Chirac.

Fractieleider Jozias van Aartsen van de VVD kampt al met meer problemen. Heeft hij net met de grootste moeite zijn drastische koerswijziging richting directe democratie er in zijn eigen partij met minimale meerderheid door gekregen, wordt hij vier dagen later op zijn wenken bediend. Voor de spraakmakende minderheid in de VVD aanleiding om referenda even niet te omarmen, voor hemzelf reden te meer om zich zorgen te maken hoe hij in godsnaam zijn eigen renegaat Geert Wilders, die een deel van het anti-Europa-succes mag opeisen, nog kan marginaliseren. Wilders heeft een voet tussen de deur. De VVD mag er niet op rekenen dat ze geruisloos hoe dan ook 25 zetels of meer kan incasseren. Ronald Sörensen van Leefbaar Rotterdam bijvoorbeeld dreigde zaterdag op een publieke bijeenkomst dat hij de voorstanders van de grondwet nog wel zou weten te vinden.

Maar de politieke leiders Wouter Bos, Femke Halsema en Jan Marijnissen zitten pas echt klem. Ze hebben intens campagne gevoerd: tegen elkaar, Bos en Marijnissen soms met sweeping statements op of over de rand van demagogie.

Politici hebben een goed geheugen voor de fouten van anderen en dus ligt er na woensdag geen zand over. Is er nog kans op verzoening?

Dit voorjaar zijn optimistische lieden uit de tweede rij van PvdA, GroenLinks en SP begonnen met een campagne om enige eenheid in de drie gelederen te forceren. Het is de klassieke «eenheid van links»-reflex, de zoveelste ronde van linkse frontvorming. Het voornaamste argument van de initiatiefnemers van dit platform Een Ander Nederland oogt simpel: op de meeste beleidsterreinen stemmen de fracties van PvdA, GroenLinks en SP eensgezind, dus wat weerhoudt hen ervan die consensus te structureren. Dat de verdeeldheid juist bij moties over Europa significant groot is, kan hen niet deren. De website zwijgt al weken over het referendum. Het gaat hen om een electoraal alternatief voor Balkenende.

Maar die oogkleppen helpen sinds woensdag niet meer. De uitslag zelf is daarbij van ondergeschikt belang. Want een procentpunt meer of minder doet niets af aan het feit dat het nee-kamp met succes heeft ingebroken bij PvdA en GroenLinks. Omgekeerd is onloochenbaar dat de SP niet alleen in linkse kring nieuwe vrienden heeft gekregen, maar ook rekening moet gaan houden met de nationaal-liberale stromingen à la Wilders en de fortuynisten die eveneens vissen naar het niet bijster gepolitiseerde deel van het electoraat van de SP.

De «eenheid van links», waaraan de beweging Een Ander Nederland wil werken, ligt nu dan ook aan duigen. De leiders van PvdA, GroenLinks en SP staan op een ideologisch hoofdpunt lijnrecht tegenover elkaar en weten bovendien wie er met de winst vandoor is gegaan. De SP heeft reden tot tevredenheid, PvdA en GroenLinks hebben slechts reden tot verbittering.

Ernstiger voor de eenheidsdwepers is dat het de komende jaren niet zozeer gaat om ideeën, die haaks op elkaar staan, maar veeleer om de naakte macht. De helft van de Nederlandse kiezers is volgens de laatste politieke barometer bereid op een van de drie linkse partijen te stemmen. Als D66 zich zou verslikken in het kabinet-Balkenende is op grond van deze enquêtes, om in het jargon van de jaren zeventig te blijven, zelfs een progressieve meerderheid van circa tachtig zetels denkbaar.

Om deze electorale basis is de strijd nu ontbrand. Bijna tweederde van de kiezers in linkse hoek zegt op de PvdA te zullen stemmen, ruim twintig procent op de SP en krap vijftien procent op GroenLinks. Deze virtuele verdeling spoort sinds woensdag niet meer met de realiteit. Het referendum is een aanwijzing dat de SP is onderbedeeld. Daaraan moet die partij iets doen. Marijnissen zal zijn zegetocht verder gaan uitventen. Bos en Halsema zitten in het defensief.

Het zijn allemaal ingrediënten voor persoonlijke antipathie over en weer die sterker is dan de gedeelde weerzin tegen de nationaal-liberalen aan de andere kant van het spectrum. Voeg daaraan toe dat met name de PvdA van Bos zich aan de linkerzijde bedreigd weet en dus haar jacht op het midden moet temperen, en polarisatie is het resultaat.

Dat is leuk voor het zogeheten debat, een begrip dat intussen dermate aan inflatie onderhevig is dat elk debat zo langzamerhand een spelletje lijkt. Maar voor oud en nieuw links is dit spel sinds woensdag toch echt uit.