De eco-terrorist in jezelf

Bijna stiekem is Rise Against uitgegroeid tot de grootste hardcoreband ter wereld. Tijdens de komende tour speelt de band in Duitsland, waar hun nieuwe album op 1 binnenkwam, in grote sporthallen, en in Nederland in de Heineken Musical Hall. Ongekend voor een band die ooit begon als de roadies van hardcorelegende Sick Of It All, en zelf muziek maakt die strikt genomen nog steeds hardcore punk is.

Medium muziek

Het is historisch interessant dat ze punkband Pennywise (van Bro Hymn, het enige punknummer dat iedere dronken festivaltent ter wereld moeiteloos meezingt) meenemen als voorprogramma. Tien jaar geleden zou dat nog andersom zijn geweest. Maar zoals het gros van de punkbands die in de jaren negentig doorbraken naar een groot publiek (The Offspring, NOFX) is Pennywise feitelijk uitgegroeid tot een nostalgische oldies-act, en ook nog een die dat in de jaren negentig populaire hypersonische quasi-verveelde pubertoontje nooit heeft losgelaten, waardoor er nu enkele dikke veertigers op een podium obstinaat staan te doen – en dat oogt net zo pathetisch als het klinkt.

Slechts twee nieuwere bands uit de hardcore punk wisten door te stoten van de clubs naar de sporthallen: Dropkick Murphys uit Boston en Rise Against uit Chicago. De leden van Rise Against hebben vroeger hoorbaar naar bands als Minor Threat en Black Flag geluisterd, maar hun eigen soepele koortjes en meezingbare refreinen voorkomen dat Rise Against ook echt gevaarlijk wordt. Hun werkethiek is groot, hun engagement eveneens: minstens de helft van alle nummers op Rise Against-albums gaat over De Toestand In De Wereld. Ironie kennen ze niet, de band neemt op tournee altijd vertegenwoordigers van mensenrechten- en milieuorganisaties mee, en hoeveel plezier ze ook uitstralen op het podium, de bandleden wekken toch alleszins de indruk op een missie te zijn. Hier is het persoonlijke politiek, het politieke persoonlijk, en muziek beide.

En net wanneer je zou denken dat het militant activisme van een nummer als Black Masks Gasoline (2003) wel achter de band ligt, is er op het nieuwe album opeens The Eco-Terrorist In Me, waarin zanger Tim McIlrath iets doet wat hij nauwelijks nog deed: schreeuwen. Het is in muzikaal opzicht niet zo ingewikkeld met Rise Against: ze schreven in 2006 twee van de beste hardcorenummers aller tijden: The Good Left Undone en Survive. Hoe meer nummers op hun albums in de traditie van die twee nummers staan, hoe beter het album. We hebben het hier immers over punk; dan gelden criteria als vernieuwing en innovatie niet. Hier hoeven geen wielen te worden uitgevonden, hier moeten stenen door ruiten. Het knappe aan die twee nummers was dat ze tegelijk boos, opzwepend en werkelijk rete-commercieel waren. Het waren hits, maar dan wel gelanceerd vanachter een barricade.

Het nieuwe album The Black Market staat bol van de vernuftige, soepele tempo- en dynamiekwisselingen: vrijwel ieder nummer schakelt soepel tussen de derde en vijfde versnelling. Soms gaat de herkenning van zanglijnen en riffs ietwat vervelen, maar feit blijft dat vrijwel ieder nummer van Rise Against goed is voor gebalde vuisten, behalve de onvermijdelijke ballad. Want ja, ook die heeft Rise Against. Deze keer heet-ie People Live Here. Een hardcoreband die wegkomt met een aanstekerballade (of anno 2014: een oplichtend telefoonscherm): dat is slechts weinigen gegeven.


Rise Against, The Black Market (Universal). Rise Against speelt op 13 november in de Heineken Music Hall in Amsterdam


Beeld: Rise Against (Paradigmacency.com)